Hebben oudere onderzoekers een remmend effect op de wetenschap?

Hebben oudere onderzoekers een remmend effect op de wetenschap?

Delen:

Max Planck, een Duitse natuurkundige en grondlegger van de kwantumtheorie, zei het al: 'Nieuwe wetenschap zegeviert pas als haar tegenstanders geleidelijk aan uitsterven.' Zitten oudere academici de vooruitgang van de wetenschap dan echt zo in de weg?

Volgens onderzoekers aan de universiteiten van Pittsburgh en Chicago heeft Planck een punt. Deels, in ieder geval. Toen ze de carrières van 12,5 miljoen collega’s die publiceerden tussen 1960 en 2020 analyseerden, merkten ze namelijk dat het meest baanbrekende onderzoek meestal vroeg in hun wetenschappelijke loopbaan heeft plaatsgevonden. Hun publicaties die later nog het meest geciteerd worden, staan dan ook vaak al lang op hun palmares.

De onderzoekers bestudeerden zowel het bronnengebruik van de artikels in de studie – komen er meer nieuwe en alternatieve of oude en gevestigde bronnen voor? – als hun interactie met nieuwe wetenschappelijke domeinen. Aan de hand daarvan berekenden ze een graad van ‘vernieuwing’ die de artikels brengen in hun onderzoeksveld. Een artikel dat niet zomaar de gangbare bronnen citeert, maar eerder een alternatieve route neemt, is vernieuwender dan een artikel dat gewoon met de stroom meezwemt.

Daarnaast werd ook gekeken hoe vaak de artikels zelf geciteerd werden zonder hun bronnen. Zo konden de onderzoekers zien wanneer een artikel revolutionair genoeg was om op zichzelf te staan, zonder voorgaand onderzoek als fundament te hoeven aanwenden. Als dat vaak gebeurt, kan men zeggen dat het onderzoek geen zijwegen zoekt (zoals bij vernieuwing), maar echt een volledig nieuwe weg aanlegt. In dat geval spreken de onderzoekers van baanbrekend onderzoek.

En ja, onderzoek dat als baanbrekend werd bestempeld, kwam bij de wetenschappers doorgaans voor op jonge leeftijd. Vernieuwing maakt haar opmars dan weer wat later in de carrière.

Fundamenten van goede wetenschap

Volgens de onderzoekers kiezen wetenschappers aan de start van hun carrière vaak een niche uit waar ze dan de rest van hun loopbaan grotendeels aan vasthouden. Eerder dan zich te wagen aan volledig nieuwe studies, verkiezen ze om nieuwe verbanden te vinden tussen bestaande theorieën in hun veld. Daarbij maken ze dan ook vaak gebruik van oudere bronnen; per jaar dat wetenschappers ouder worden, verouderen de papers die ze citeren gemiddeld met een maand.

Per jaar dat wetenschappers ouder worden, verouderen de papers die ze citeren gemiddeld met een maand

De ‘zin voor nostalgie’ die ze ontwikkelen, heeft ook een effect op de jonge wetenschappers in hun omgeving. Zo pushen ervaren onderzoekers, volgens deze studie, hun jonge collega’s soms om oudere artikels te gebruiken waar zijzelf inmiddels goed vertrouwd mee zijn. Ze doen dat bijvoorbeeld door een artikel na te lezen en daarbij suggesties te geven voor alternatieve, maar oudere bronnen.

Dat vasthouden aan wat ze al kennen, is een bias die de onderzoekers het nostalgie-effect noemen. Het werkt in de tegenovergestelde richting als het ‘immediacy effect’, dat al langer bekend is in de academisch wereld. Dat effect stelt dat wetenschap het meest vooruitgaat door hoofdzakelijk recente bronnen (tot ongeveer 10 jaar oud) te citeren.

Nuance is nodig

De conclusies van de in Science gepubliceerde studie hebben wat nuance nodig, vindt historica Marie-Gabrielle Verbergt, postdoctoraal onderzoeker aan de Universiteit Gent. ‘Het is heel makkelijk om senior onderzoekers weg te zetten als nostalgisch en uitgerangeerd, gewoon omdat ze zich liefst verdiepen in een onderwerp.’

‘Vandaag lijken we allemaal innovatie te willen, maar wetenschap maakt geen progressie omdat nieuwe, jonge onderzoekers op hun eentje met nieuwe zaken afkomen. Academisch werk beweegt in veel richtingen, is altijd collectief en kan ook bouwen op het terugvinden van oude, vergeten ideeën.’

Bovendien hangen deze conclusies volgens Verbergt nauw samen met de context waarin wetenschappers zich bevinden. ‘Wetenschap moet je niet zien als één tijdloze monoliet, maar eerder als iets dat bestaat uit verschillende bouwstenen. In sommige academische disciplines, zoals de geneeskunde, kan het cruciaal zijn om in hoog tempo nieuwe data binnen te brengen en met nieuwe technologieën te experimenteren.’

‘Maar bij andere is dat streven naar nieuwigheid minder van toepassing’, meent ze. ‘Denk maar aan de literatuurwetenschap. Naarmate je ouder wordt, heb je meer en meer boeken gelezen en dus ook een groter referentiekader dan iemand die pas net begint.’

Traditie en innovatie: een perfecte match

In tegenstelling tot de jonge garde, zorgen oudere wetenschappers dus voor een zeker institutioneel geheugen. Dat erkent het Amerikaanse onderzoek zelf ook. Veel studies die oudere academici hoog in het vaandel dragen, zijn immers fundamenteel voor het onderbouwen van meer innovatieve bevindingen. Een combinatie tussen de oudere en de jongere generatie wetenschappers, waarbij beide als evenwaardig gezien worden, is dus ideaal volgens deze studie.

Het is een illusie dat we ooit van alle biases in de wetenschap af kunnen raken

‘Ik ben wel geïnspireerd door zogenaamde everyone professor policies’, stelt Verbergt. ‘Die zijn erop gericht om status en inspraak los te koppelen van senioriteit. Professionele regalia, bepaalde privileges en andere schaffen we dan af. Dat wil niet zeggen dat oudere professoren geen inspraak hebben, of dat we carrièrepaden volledig afschaffen, maar in een democratisch scenario als dit komt er wel meer ruimte voor open dialoog.’ Op die manier staat uiteindelijk de uitwisseling van ideeën centraal, niet de nostalgie, of het streven naar innovatie.

‘Biases in de wetenschap zijn er over alle generaties heen’, besluit Verbergt. ‘Ervan uitgaan dat we ooit van alle biases af kunnen raken, is echt een illusie. Het is vooral belangrijk dat elke wetenschapper kan bepalen waar die zelf naartoe wil en waar die voor wil staan. Daar kom je al heel ver mee.’

Delen:

De finaletickets van de PhD Cup zijn uitgedeeld. Op woensdagavond 30 september kregen de zestien kandidaten tijdens de halve finale bij SciMingo drie minuten om de jury te overtuigen. Acht van hen mogen zich nu opmaken voor de finale van de elfde editie op woensdag 21 oktober in de Handelsbeurs in Gent.

Ging een experiment uit jouw onderzoek ooit spectaculair mis? Of liep je veldwerk een tikkeltje anders dan gepland? SciMingo gaat met Jacotte Brokken voor het tweede seizoen van de podcast 'Missen is wenselijk' opnieuw op zoek naar onderzoekers die hun faalverhalen willen delen.

Een interdisciplinair onderzoeksteam trekt aan de alarmbel omdat de academische wereld “voorspelbaar” en “voorzichtig” onderzoek lijkt te bevoordelen in plaats van gedurfde ideeën. Dit vormt niet enkel een probleem voor de toekomst van de wetenschap, maar treft vooral de nieuwe generatie vorsers/academisch talent.

Waarnemen, tellen, meten en classificeren: een greep uit de taken die burgers uitvoeren om de wetenschap vooruit te helpen. Kan AI dit allemaal overnemen? Nee, stelt astronoom Stijn Calders: mensen doen veel meer dan alleen data produceren.

Infectioloog Isabel Brosius (Instituut voor Tropische Geneeskunde) onderzoekt hoe nieuwe infectieziekten zich verspreiden tijdens een uitbraak. Toen in 2023 een nieuwe mpox-variant opdook in Oost-Congo, trok ze samen met Congolese onderzoekers meteen naar het getroffen gebied om een diagnose-, behandel- en onderzoekscentrum op te zetten. Haar onderzoek werd vanavond bekroond met de Eos Pipet.

De selectie voor de Vlaamse PhD Cup 2026 is rond. Ontdek welke zestien jonge wetenschappers zich opmaken om hun jarenlange doctoraatsonderzoek te vertalen naar een krachtige en heldere presentatie van drie minuten.

Het magazine Annals of Improbable Research reikte vrijdagnacht voor de 36ste keer de Ig Nobelprijzen uit - voor wetenschappelijk onderzoek dat je eerst doet lachen, maar dan doet nadenken. De ceremonie vond voor de eerste keer in de geschiedenis van de prijs niet in de VS plaats.

Een toonaangevende studie waaruit bleek dat echt vernieuwend onderzoek steeds minder voorkomt, deed een paar jaar geleden flink wat stof opwaaien. Nu stelt een team onder leiding van VUB-onderzoekers vast dat de hoeveelheid baanbrekend onderzoek uit het verleden overschat werd.

Leraren leren niet alleen op studiedagen of in begeleidingstrajecten. Veel vaker worden ze gevormd door collega’s die elke dag tonen hoe je kunt lesgeven, bijsturen en opnieuw beginnen. En soms ook door collega's die tonen hoe het helemaal niet moet.

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven