De paradox van spierblessures: hoe meer we meten, hoe vaker we tijd vergeten

De paradox van spierblessures: hoe meer we meten, hoe vaker we tijd vergeten

Delen:

Stel het je, als chauvinistische Belg, even voor. Een zwoele zomeravond, een natie die ontploft van vreugde, en onze kapitein Vincent Kompany die de wereldbeker in de lucht steekt. Of een paar jaar later, een Europees kampioenschap waar Eden Hazard met zijn dribbels verdedigingen op een hoop speelt - met Kevin De Bruyne aan zijn zijde die met loepzuivere passes de finale beslist.

Het had gekund, misschien zelfs gemoeten. Helaas werd de geschiedenis van onze gouden generatie Rode duivels mee gestuurd door een iets minder heroïsch hoofdpersonage: de spierblessures. Het WK 2018 was het laatste tornooi waarop onze sleutelspelers Kompany, Hazard en De Bruyne samen op het veld stonden. Twee jaar later ontbrak Kompany en na het WK 2022 moesten we afscheid nemen van Hazard vanwege herhaaldelijk blessureleed. Vandaag rust een groot deel van de Belgische hoop op Kevin De Bruyne, die op dit moment opnieuw herstelt van een hamstringblessure.

Toeval of pech? Of een dieper liggend probleem vastgeroest in hoe we met spierblessures omgaan? “Ik wil zo snel mogelijk weer spelen!” - zei elke atleet ooit na een blessure. Een logische en terechte reactie. Maar is dat wel zo verstandig?

Spierblessures zijn al jaar en dag een bron van frustratie in de sport, zowel op het hoogste als het laagste niveau. Neem nu hamstringblessures, die vervelende spierletsels die zelfs spelers zoals Kompany, Hazard en De Bruyne voor een belangrijk deel van hun carrière aan de zijlijn kluisterden. Bijna twintig procent van alle voetbalgerelateerde blessures zijn hamstringletsels. Elke atleet kent ze ongetwijfeld wel, die typische spierscheur waarbij je tijdens het sprinten plots naar de achterzijde van je bovenbeen grijpt, alsof iemand je met een zweepslag raakt. Net wanneer je in topvorm zit, en er tal van scouts aan de zijlijn staan. Frustrerend!

Dus je vraagt aan ChatGPT (want ja, die weet toch alles) welke kinesist jou het snelst kan revalideren. Je gaat erheen en deze superman belooft je binnen twee weken opnieuw op het veld te krijgen. Opgelucht begin je aan de revalidatie. Twee weken later is het moment eindelijk daar: de kinesist meet van alles en nog wat - kracht, lenigheid, pijn, sprintsnelheid – en pronkt met de nieuwste meettechnologieën in zijn praktijk.  Alle parameters zien er goed uit, je voelt je klaar, en je stapt weer het veld op. “Yes!”

Tijdens die eerste wedstrijd maak je een explosieve actie en plots is hij daar weer … diezelfde zweepslag.

Onderzoek toont aan dat dit helaas niet uitzonderlijk is: bij meer dan dertig procent van de atleten loopt de terugkeer fout. Meer nog, vijfentwintig procent staat zelfs binnen de eerste week na hun comeback opnieuw aan de kant, met een scheur op exact dezelfde plaats als twee weken eerder. De revalidatie begint opnieuw en deze keer nog langer dan bij de eerste poging. Zo kan een vicieuze cirkel ontstaan van terugkeer en herval, die zelfs kan leiden tot het vroegtijdig beëindigen van carrières (ook bij Rode Duivels).

De vraag die dan op de lippen van elke atleet brandt is: “Why always me!?”

“Waarom moet mij dat nu overkomen? Alle parameters waren toch in orde? Ik had geen pijn meer. Ik was klaar!” In onderzoek en zeker binnen de topsport proberen we antwoorden te vinden door steeds meer testen, parameters en nieuwe technologieën te onderzoeken die ons kunnen vertellen wanneer een atleet veilig kan gaan sporten. Logisch: meer meten is meer weten! Maar in die zoektocht dreigen we één fundamenteel principe te vergeten: het natuurlijk herstelproces van de spier.

De vergeten parameter van spierherstel

Gemiddeld staan spelers na een hamstringblessure terug op het veld na twee à drie weken. Functioneel lijkt het lichaam dan vaak al klaar: kracht en lenigheid zijn hersteld en de pijn is volledig verdwenen. Maar om te weten of de spier structureel echt klaar is, moeten we even duiken in het biologisch genezingsproces.

Een spier geneest door een combinatie van [1] regeneratie: nieuwe spiervezels ontstaan en [2] reparatie: beschadigde spiervezels worden deels vervangen door littekenweefsel. In het begin is dat nieuw gevormde weefsel nog niet volledig ontwikkeld, en de verbinding tussen de spiervezels en het littekenweefsel nog zwak. Uit biologisch onderzoek blijkt dat deze verbinding pas vanaf drie weken voldoende begint te versterken. Het functioneel herstel van de atleet loopt dus voor op het structurele herstel van de spier.

Met andere woorden, op het moment dat veel atleten terug het veld op gaan, is hun hamstringweefsel nog maar net aan sterkte aan het winnen. Op twee à drie weken kan de spier de typische belasting van de sport hoogstwaarschijnlijk nog niet weerstaan. Logisch gevolg: herval. “Kunnen we het biologisch herstel van de spier dan niet gewoon meten?”, hoor ik jullie denken. Helaas: hoewel huidige beeldvormingstechnieken goed zijn om een diagnose te stellen, zijn ze niet in staat om exact te zeggen wanneer de spier weer voldoende sterk is.

In een wereld waar elke wedstrijd van belang is, klinkt het misschien niet aantrekkelijk, maar de boodschap is duidelijk: geduld! Volgens wetenschappelijk onderzoek moeten atleten minstens vier weken geduld hebben opdat de spier de kans krijgt om voldoende te herstellen.

Meten is inderdaad weten, maar we moeten de functionele parameters combineren met de biologische principes die we blijkbaar meer en meer uit het oog verliezen. Die race tegen de klok kunnen we biologisch gezien niet winnen. Misschien ligt de oplossing dus niet bij het nog meer meten en blijven zoeken naar de heilige graal, maar in de spier tijd geven. Dat kan het verschil maken tussen een snelle comeback en een veilige, langere carrière. En in een ideale wereld had het ons misschien kunnen leiden naar een feestelijke viering van een gouden kampioenschap van onze Rode Duivels op de grote markt van Brussel.

“Ik wil veilig weer kunnen spelen!” – zegt elke atleet hopelijk ooit.

Referentie: Pieters, D., Wezenbeek, E., Schuermans, J. et al. Return to Play After a Hamstring Strain Injury: It is Time to Consider Natural Healing. Sports Med 51, 2067–2077 (2021). https://doi.org/10.1007/s40279-021-01494-x

Delen:

Uit nieuw onderzoek blijkt dat mensen die na een COVID-vaccinatie hogere koorts krijgen, vaak vergelijkbare darmkenmerken vertonen.

Antibioticaresistentie is een van de grootste uitdagingen voor de geneeskunde. Door systematisch DNA-fragmenten uit antibioticaresistente bacteriën uit te schakelen, kunnen we achterhalen welke genen essentieel zijn voor hun overleving. Sommige van die genen maken bacteriën misschien opnieuw gevoelig voor antibiotica wanneer ze worden uitgeschakeld. Die kennis helpt onderzoekers om sneller doelgerichte therapie te ontwikkelen en zo de groeiende crisis voor te blijven.

Wereldwijd doemen steeds meer bacteriën op die zich niet langer door antibiotica laten tegenhouden. Om deze gevaarlijke infecties te bestrijden, richten onderzoekers hun pijlen nu op speciale virussen die de ziektekiemen alsnog uitschakelen, zogeheten bacteriofagen. Ondanks dat artsen ze al decennia als therapie kunnen gebruiken, heeft hun toepassing een apart randje: ze moet zichzelf nog steeds bewijzen.

Vrouwen leven langer dan mannen, maar vaak minder lang in goede gezondheid. Rond de menopauze lijkt er iets te kantelen: niet alleen in de hormonen, maar in het hele lichaam. Steeds duidelijker wordt dat de eierstokken hierin een grote rol spelen. Maar hoe precies? In Berlijn onderzoeken wetenschappers een diertje dat hier meer inzicht in geeft: de naakte molrat.

Wie een leven lang gezonde keuzes maakt krijgt toch soms kanker. En wie er alle mogelijke kantjes vanaf loopt soms niet. In zijn boek Waarom we kanker krijgen en wat we eraan kunnen doen legt Philippe Westerlinck, radiotherapeut-oncoloog en wetenschappelijk onderzoeker aan het Universitair Ziekenhuis in Luik, in detail uit hoe dat komt en waarom het vaak de moeite loont om te proberen je risico te beperken.

Voor vrouwen die door vulvakanker een deel van hun clitoris kwijtraken, is nu eindelijk een reconstructie mogelijk waarbij ook de seksuele functie behouden blijft.

De Nobelprijs voor Fysiologie of Geneeskunde 2026 wordt gezamenlijk toegekend aan Karl Deisseroth (Verenigde Staten), Peter Hegemann (Duitsland) en Georg Nagel (Duitsland) voor de ontwikkeling van optogenetica, een methode waarmee kan worden aangetoond hoe zenuwcellen herinneringen, gevoelens en gedragingen in het levende brein vormgeven.

Hoe verschillend is elk lichaam? Open een anatomieboek en je ziet een menselijk lichaam met botten die op een vaste plaats zitten, organen met een vaste vorm en bloedvaten die netjes een uitgetekende route volgen. Maar bestaat er iets als een standaardlichaam? Het antwoord is eenvoudig: nee.

Begrijpen hoe de hersenen herinneringen, gevoelens en gedrag vormen, is al jaren een droom van onderzoekers. Karl Deisseroth, Peter Hegemann en Georg Nagel ontvangen de Nobelprijs voor Geneeskunde 2026 voor hun ontdekkingen die leidden tot optogenetica. Met deze techniek kunnen onderzoekers zenuwcellen in levende hersenen gericht aan- en uitzetten.

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven