Heeft wat je eet een invloed op je slaap?

Heeft wat je eet een invloed op je slaap?

Delen:

Of het aandeel koolhydraten, vetten en eiwitten in onze voeding een invloed heeft op onze slaap en -kwaliteit valt op basis van het huidig wetenschappelijk onderzoek niet te zeggen. De studies duurden slechts heel kort en het aantal deelnemers was klein. Bovendien was het gebruikte dieet vaak extreem en niet haalbaar in de praktijk. Een goede slaaphygiëne, waarbij alcohol, cafeïne en zware maaltijden voor het slapengaan vermeden worden, heeft daarentegen wel zijn nut bewezen

Waar komt dit nieuws vandaan?

Amerikaanse wetenschappers gingen via een literatuurstudie na welke invloed eiwitten, vetten en koolhydraten hebben op de slaap en de slaapkwaliteit. Om opgenomen te worden in hun overzicht moest de slaap en de slaapkwaliteit op een objectieve manier gemeten zijn.

Na een grondige literatuurstudie vonden ze in totaal zes observatiestudies en veertien interventiestudies. In een interventiestudie doet de onderzoeker iets dat het leven van deelnemers beïnvloedt. De deelnemers krijgen bijvoorbeeld een bepaald dieet (interventiegroep), en vervolgens worden de effecten van deze ‘interventie’ vergeleken met een andere groep deelnemers die het dieet niet kregen (controlegroep). In een observatiestudie neemt de onderzoeker enkel waar: de deelnemers moeten niets doen, ze worden enkel geobserveerd.

Resultaten

Het eerste wat opviel, was dat er grote verschillen waren in het opzet tussen de studies. Daardoor was het niet mogelijk om de studies samen te analyseren. Het maakt het ook moeilijker om zinvolle conclusies te trekken. De onderzoekers deden toch een poging en besluiten dat:

koolhydraten zowel een positief als negatief effect zouden hebben. Veel geraffineerde koolhydraten (zoals suiker en wit brood) lijken een negatief effect te hebben op de diepe slaap. Anderzijds zouden complexe koolhydraten en voedingsvezels een positief effect hebben op andere aspecten van slaap zoals de REM-slaap en slaapefficiëntie. We vinden ze terug in volkoren granen, peulvruchten, groenten en fruit, vetten en vooral verzadigde vetten (in dierlijke producten) zouden een negatief effect hebben, en eiwitten lijken een positief effect te hebben op de slaap¹.

Hoe moet je dit nieuws interpreteren?

In deze literatuurstudie werden zowel observatiestudies als interventiestudies opgenomen. De eerste zijn interessant om een verband na te gaan maar kunnen geen oorzaak-gevolgverband aanduiden. Zo zou het kunnen dat een slechte slaap een invloed heeft op de voeding in plaats van omgekeerd.

Interventiestudies kunnen klaarheid brengen als ze goed opgezet en uitgevoerd zijn. Zo is het onder andere belangrijk dat: het aantal proefpersonen groot genoeg is, de interventieperiode lang genoeg is en het interventiedieet representatief is en haalbaar in de praktijk. De huidige interventiestudies scoren op deze vlakken minder goed. Het aantal proefpersonen was klein en de interventieperiode was vaak beperkt tot een paar nachten of dagen. Bovendien waren de diëten vaak extreem en niet haalbaar in de praktijk.

Tot slot zijn de gemeten effecten eerder klein. Deze literatuurstudie kan dus niet aantonen dat voeding daadwerkelijk het verschil kan maken. Maar de kans dat dit zo is, is eerder de klein.

Beter slapen?

Wat we wel weten dat werkt, is een goede slaaphygiëne: niet te veel alcohol drinken, niet te veel koffie drinken en niet zwaar tafelen voor het slapengaan².

Conclusie

Of het aandeel koolhydraten, vetten en eiwitten in onze voeding een invloed heeft op onze slaap en -kwaliteit valt op basis van het huidig wetenschappelijk onderzoek niet te zeggen. De studies duurden slechts heel kort en het aantal deelnemers was klein. Bovendien was het gebruikte dieet vaak extreem en niet haalbaar in de praktijk. Een goede slaaphygiëne, waarbij alcohol, cafeïne en zware maaltijden voor het slapengaan vermeden worden, heeft daarentegen wel zijn nut bewezen.

Delen:

Dit is een artikel van:

Gezondheid en Wetenschap

Uit nieuw onderzoek blijkt dat mensen die na een COVID-vaccinatie hogere koorts krijgen, vaak vergelijkbare darmkenmerken vertonen.

Antibioticaresistentie is een van de grootste uitdagingen voor de geneeskunde. Door systematisch DNA-fragmenten uit antibioticaresistente bacteriën uit te schakelen, kunnen we achterhalen welke genen essentieel zijn voor hun overleving. Sommige van die genen maken bacteriën misschien opnieuw gevoelig voor antibiotica wanneer ze worden uitgeschakeld. Die kennis helpt onderzoekers om sneller doelgerichte therapie te ontwikkelen en zo de groeiende crisis voor te blijven.

Wereldwijd doemen steeds meer bacteriën op die zich niet langer door antibiotica laten tegenhouden. Om deze gevaarlijke infecties te bestrijden, richten onderzoekers hun pijlen nu op speciale virussen die de ziektekiemen alsnog uitschakelen, zogeheten bacteriofagen. Ondanks dat artsen ze al decennia als therapie kunnen gebruiken, heeft hun toepassing een apart randje: ze moet zichzelf nog steeds bewijzen.

Vrouwen leven langer dan mannen, maar vaak minder lang in goede gezondheid. Rond de menopauze lijkt er iets te kantelen: niet alleen in de hormonen, maar in het hele lichaam. Steeds duidelijker wordt dat de eierstokken hierin een grote rol spelen. Maar hoe precies? In Berlijn onderzoeken wetenschappers een diertje dat hier meer inzicht in geeft: de naakte molrat.

Wie een leven lang gezonde keuzes maakt krijgt toch soms kanker. En wie er alle mogelijke kantjes vanaf loopt soms niet. In zijn boek Waarom we kanker krijgen en wat we eraan kunnen doen legt Philippe Westerlinck, radiotherapeut-oncoloog en wetenschappelijk onderzoeker aan het Universitair Ziekenhuis in Luik, in detail uit hoe dat komt en waarom het vaak de moeite loont om te proberen je risico te beperken.

Voor vrouwen die door vulvakanker een deel van hun clitoris kwijtraken, is nu eindelijk een reconstructie mogelijk waarbij ook de seksuele functie behouden blijft.

De Nobelprijs voor Fysiologie of Geneeskunde 2026 wordt gezamenlijk toegekend aan Karl Deisseroth (Verenigde Staten), Peter Hegemann (Duitsland) en Georg Nagel (Duitsland) voor de ontwikkeling van optogenetica, een methode waarmee kan worden aangetoond hoe zenuwcellen herinneringen, gevoelens en gedragingen in het levende brein vormgeven.

Hoe verschillend is elk lichaam? Open een anatomieboek en je ziet een menselijk lichaam met botten die op een vaste plaats zitten, organen met een vaste vorm en bloedvaten die netjes een uitgetekende route volgen. Maar bestaat er iets als een standaardlichaam? Het antwoord is eenvoudig: nee.

Begrijpen hoe de hersenen herinneringen, gevoelens en gedrag vormen, is al jaren een droom van onderzoekers. Karl Deisseroth, Peter Hegemann en Georg Nagel ontvangen de Nobelprijs voor Geneeskunde 2026 voor hun ontdekkingen die leidden tot optogenetica. Met deze techniek kunnen onderzoekers zenuwcellen in levende hersenen gericht aan- en uitzetten.

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven