Is het zinvol om een masker te dragen tijdens sporten?

Is het zinvol om een masker te dragen tijdens sporten?

Delen:

In sommige landen is het verplicht om een mondmaskers te dragen in sportzalen en fitnesscentra. In de meeste Belgische fitnesscentra ga je sporten op afspraak en zorgen de uitbaters ervoor dat er voldoende ruimte is om op veilige afstand te blijven zonder masker. Nu her en der de competitiesport hervat zonder publiek, wordt geopperd om sporters toch een masker te laten dragen. Je ziet ook joggers en fietsers een mondmasker dragen, wat in de provincie Antwerpen nu ook verplicht is.

Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie is sporten met een mondmasker geen goed idee: de organisatie stelt dat sporters beter geen masker dragen omdat dit de ademhaling belemmert, het masker nat kan worden door zweet en een vochtig masker de groei van bacteriën bevordert¹.

Volgens een Vlaamse inspanningsfysioloog² is sporten met een mondmasker niet realistisch omdat de maskers niet ontworpen zijn om te gebruiken tijdens inspanningen. In rust adem je slechts 5 tot 7 liter lucht in en uit per minuut. Tijdens inspanningen is dit tot 50 à 100 liter. Het merendeel van die lucht zal ongefilterd ontsnappen langs de zijkanten van het mondmasker. Wie besmet is zonder ziek te zijn, zou dan toch virusdruppels kunnen verspreiden.

De afstandsregel handhaven tijdens het sporten is belangrijker, maar kan niet altijd gegarandeerd worden.

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

In een Brits vakblad voor sportgeneeskunde zochten enkele experten naar wetenschappelijk onderzoek over het dragen van stoffen of chirurgische mondmaskers tijdens het sporten³. Omdat er zo goed als geen studies over bestaan, formuleerden ze op basis van hun gezond verstand en de bestaande kennis de volgende adviezen:

  • Je draagt een masker om te zorgen dat je anderen niet besmet wanneer je zelf besmet bent. Een corona-infectie kan zonder klachten verlopen, zo kan je wel sporten en anderen infecteren. Er bestaan op dit moment geen mondmaskers voor sporters. De stoffen of chirurgische mondmaskers die we gebruiken, sluiten meestal niet goed aan aan het gelaat. Wanneer je uitademt, volgt de luchtstroom de weg van de minste weerstand, vooral langs de zijkanten (tussen het masker en het aangezicht). Tijdens het sporten adem je dieper en vaker in. Zo verplaats je veel meer lucht, waarvan het grootste gedeelte niet door, maar ongefilterd langs het masker ontsnapt.

  • Wanneer je tijdens het sporten een masker gebruikt dat nauw aansluit, kan je moeilijker ademen. Dat kan leiden tot duizeligheid en een oncomfortabel gevoel. Sporten is dan minder fijn en je prestaties kunnen verminderen.

  • In theorie kan een bemoeilijkte ademhaling leiden tot meer koolstofdioxide (CO2) en minder zuurstof in het bloed. Om te zorgen dat je niet duizelig wordt tijdens het sporten met een mondmasker, is het goed om af en toe een pauze in te lassen. Mensen met hart- en longproblemen sporten best minder intensief wanneer ze een mondmasker moeten dragen.

  • Je mondmasker wordt vochtig doordat er zweet opstapelt. Een vochtig mondmasker maakt het nog moeilijker om te ademen. Bovendien raken virussen in theorie vlotter doorheen een nat dan een droog milieu, maar of dit ook voor vochtige mondmaskers geldt, is niet bekend.

  • Wanneer je voldoende afstand kan bewaren (bijv. joggen of fietsen), draag je beter geen mondmasker.

Conclusie

De stoffen en chirurgische mondmaskers zijn niet geschikt om mee te sporten. Wanneer ze goed aansluiten, zoals het hoort, maken ze het moeilijker om te ademen, waardoor je duizelig kan worden. Een masker dat te los zit is daarentegen vrijwel zinloos omdat het grootste deel van de uitgeademde lucht ongefilterd langs de zijkanten stroomt. Je sport dus beter zonder mondmasker, op voorwaarde dat je voldoende afstand kan bewaren van anderen. Moet je toch een masker dragen, sport dan minder intensief of las geregeld een pauze in.

Delen:

Dit is een artikel van:

Gezondheid en Wetenschap

Uit nieuw onderzoek blijkt dat mensen die na een COVID-vaccinatie hogere koorts krijgen, vaak vergelijkbare darmkenmerken vertonen.

Antibioticaresistentie is een van de grootste uitdagingen voor de geneeskunde. Door systematisch DNA-fragmenten uit antibioticaresistente bacteriën uit te schakelen, kunnen we achterhalen welke genen essentieel zijn voor hun overleving. Sommige van die genen maken bacteriën misschien opnieuw gevoelig voor antibiotica wanneer ze worden uitgeschakeld. Die kennis helpt onderzoekers om sneller doelgerichte therapie te ontwikkelen en zo de groeiende crisis voor te blijven.

Wereldwijd doemen steeds meer bacteriën op die zich niet langer door antibiotica laten tegenhouden. Om deze gevaarlijke infecties te bestrijden, richten onderzoekers hun pijlen nu op speciale virussen die de ziektekiemen alsnog uitschakelen, zogeheten bacteriofagen. Ondanks dat artsen ze al decennia als therapie kunnen gebruiken, heeft hun toepassing een apart randje: ze moet zichzelf nog steeds bewijzen.

Vrouwen leven langer dan mannen, maar vaak minder lang in goede gezondheid. Rond de menopauze lijkt er iets te kantelen: niet alleen in de hormonen, maar in het hele lichaam. Steeds duidelijker wordt dat de eierstokken hierin een grote rol spelen. Maar hoe precies? In Berlijn onderzoeken wetenschappers een diertje dat hier meer inzicht in geeft: de naakte molrat.

Wie een leven lang gezonde keuzes maakt krijgt toch soms kanker. En wie er alle mogelijke kantjes vanaf loopt soms niet. In zijn boek Waarom we kanker krijgen en wat we eraan kunnen doen legt Philippe Westerlinck, radiotherapeut-oncoloog en wetenschappelijk onderzoeker aan het Universitair Ziekenhuis in Luik, in detail uit hoe dat komt en waarom het vaak de moeite loont om te proberen je risico te beperken.

Voor vrouwen die door vulvakanker een deel van hun clitoris kwijtraken, is nu eindelijk een reconstructie mogelijk waarbij ook de seksuele functie behouden blijft.

De Nobelprijs voor Fysiologie of Geneeskunde 2026 wordt gezamenlijk toegekend aan Karl Deisseroth (Verenigde Staten), Peter Hegemann (Duitsland) en Georg Nagel (Duitsland) voor de ontwikkeling van optogenetica, een methode waarmee kan worden aangetoond hoe zenuwcellen herinneringen, gevoelens en gedragingen in het levende brein vormgeven.

Hoe verschillend is elk lichaam? Open een anatomieboek en je ziet een menselijk lichaam met botten die op een vaste plaats zitten, organen met een vaste vorm en bloedvaten die netjes een uitgetekende route volgen. Maar bestaat er iets als een standaardlichaam? Het antwoord is eenvoudig: nee.

Begrijpen hoe de hersenen herinneringen, gevoelens en gedrag vormen, is al jaren een droom van onderzoekers. Karl Deisseroth, Peter Hegemann en Georg Nagel ontvangen de Nobelprijs voor Geneeskunde 2026 voor hun ontdekkingen die leidden tot optogenetica. Met deze techniek kunnen onderzoekers zenuwcellen in levende hersenen gericht aan- en uitzetten.

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven