Je kan de coronavaccins niet zomaar onderling vergelijken

Je kan de coronavaccins niet zomaar onderling vergelijken

Delen:

Sinds de goedkeuring van de coronavaccins worden we met cijfers over hun werkzaamheid om de oren geslagen. Op basis van die cijfers lijkt het Johnson & Johnson-vaccin, met een werkzaamheid van 66%, het kneusje van de groep. Daarom besloot Mike Duggan, de burgemeester van Detroit, om de toewijzing van deze vaccins te weigeren. Het vaccin van Johnson & Johnson is volgens hem een goed vaccin, maar die van Pfizer en Moderna zijn beter. En voor zijn inwoners is enkel het beste goed genoeg, aldus de burgemeester (1).

Niet alleen in Detroit is er een duidelijke voorkeur. Ook op sociale media zoals TikTok uiten mensen een voorkeur voor het Pfizervaccin boven de andere. Daar klinkt het bijvoorbeeld: “Enkel Pfizer voor mij, het klinkt zelfs chiquer. Als ze me Johnson & Johnson willen geven, kunnen ze me evengoed covid geven”.

Maar is het wel correct om de vaccins te vergelijken op basis van de werkzaamheidscijfers uit de klinische studies? Of zitten er addertjes onder het gras?

Hoe moet je dit nieuws interpreteren?

Werkzaamheid toegelicht

Het is geen goed idee om de vaccins te vergelijken met elkaar. Om dat te begrijpen, moet je weten hoe de klinische studies werden opgezet:

  • De fase 3-studies telden telkens enkele tienduizenden deelnemers, die willekeurig verdeeld werden in twee groepen.

  • De ene groep kreeg een vaccin toegediend, de andere groep een placebo.

  • Vervolgens volgden onderzoekers de deelnemers gedurende enkele maanden op, en vergeleken ze het aantal corona-infecties in beide groepen.

De fase 3-studie van het Pfizervaccin telde zo’n 43.000 deelnemers. In totaal raakten 170 mensen besmet tijdens de observatieperiode.

  • Stel dat al deze besmettingen in de placebogroep hadden plaatsgevonden, tegenover 0 besmettingen in de gevaccineerde groep, dan had het vaccin een werkzaamheid van 100%.

  • In werkelijkheid waren er 162 gevallen in de placebogroep en 8 gevallen in de gevaccineerde groep, wat resulteert in een werkzaamheid van 95%.

Die 95% houdt niet in dat er per 100 gevaccineerden 5 mensen zullen besmet raken. Het betekent dat een gevaccineerde persoon 95% minder kans heeft om bij contact met het virus besmet te raken ten opzichte van iemand die geen vaccin kreeg. Voor het Johnson & Johnson-vaccin is deze kans 66%.

Moeilijke vergelijking

Hoewel de werkzaamheidsgraad voor alle vaccins op dezelfde manier berekend wordt, kan je de vaccins niet zomaar vergelijken. De studies verliepen namelijk in verschillende omstandigheden.

  • De klinische studies van het Pfizervaccin vonden grotendeels plaats in de VS, tussen eind augustus en begin november:

    • In de VS was het op dat moment covid-gewijs vrij rustig. De tweede golf was achter de rug en de derde (en grootste) golf begon pas in december 2020.

    • Tijdens de studieperiode was er dus relatief weinig viruscirculatie, waardoor je sowieso al minder kans had om besmet te raken met het virus.

  • Het Johnson & Johnson-vaccin daarentegen werd getest:

    • tussen eind oktober en eind januari, toen het virus sterker circuleerde:

      • Dat uit zich dan ook in meer besmettingen, ook in de groep die het vaccin kreeg.

      • De vaccins verminderen de kans dat je besmet raakt bij contact met het virus. Maar als je vaker met het virus in contact komt, ligt je risico om besmet te raken toch wat hoger.

    • grotendeels in Brazilië en Zuid-Afrika:

      • In die regio’s verschilde de dominante variant op dat moment van de dominante variant tijdens de Pfizerstudies.

      • Zowel de Braziliaanse als de Zuid-Afrikaanse variant worden gekenmerkt door een hogere besmettingsgraad.

Als je de vaccins toch zou willen vergelijken op basis van hun werkzaamheid, dan kan je dat pas doen nadat je ze allemaal getest hebt in één grote studie waarbij de omstandigheden perfect gelijklopen. De werkzaamheid van een vaccin is een momentopname. Stel dat de Pfizerstudies wat later of in een andere regio met een andere dominante variant hadden plaatsgevonden, dan was dat wellicht ook weerspiegeld in de werkzaamheidscijfers.

Werkzaamheid zegt niet alles

Bovendien is de berekende werkzaamheid niet per se de doorslaggevende factor voor deze vaccins:

  • Een corona-infectie voorkomen is niet de enige factor die in acht moet genomen worden.

    • Een infectie kan namelijk verschillende uitkomsten hebben, gaande van een infectie zonder symptomen tot hospitalisatie, opname op intensieve zorgen en zelfs overlijden.

  • Het ideale vaccin voorkomt uiteraard elke vorm van infectie, maar tijdens een pandemie staan we al heel ver als de vaccins de meest ernstige vormen van infectie voorkomen.

    • Op die manier kunnen we vermijden dat het zorgsysteem onder druk komt te staan.

    • Dat mensen nog lichte verkoudheidsklachten ontwikkelen is op zich geen probleem.

Werkzaamheid is dus belangrijk, maar niet het allerbelangrijkste. De grote vraag is niet welk vaccin het meeste infecties voorkomt, maar wel of het vaccin je uit het ziekenhuis zal houden en of het zal voorkomen dat je sterft door covid-19.

Het beste vaccin is datgene dat je aangeboden krijgt. Hoe sneller er gevaccineerd wordt, hoe sneller we deze pandemie achter ons kunnen laten. Ook de burgemeester van Detroit zag dat uiteindelijk in. Daar wordt intussen ook gevaccineerd met het Johnson & Johnson-vaccin.

Conclusie

De burgemeester van Detroit had geen gelijk en gaf dat ook toe. Je kan de vaccins niet zomaar onderling vergelijken, omdat ze in andere omstandigheden getest werden. Bovendien moet je ze niet per se beoordelen op hun vermogen om infecties te voorkomen, maar op hun vermogen om hospitalisaties en overlijdens te vermijden. Daarin scoren alle beschikbare vaccins hoog. Het beste vaccin is dus datgene dat je aangeboden krijgt. Hoe sneller we vaccineren, hoe sneller het coronavirus getemd wordt.

Delen:

Dit is een artikel van:

Gezondheid en Wetenschap

Uit nieuw onderzoek blijkt dat mensen die na een COVID-vaccinatie hogere koorts krijgen, vaak vergelijkbare darmkenmerken vertonen.

Antibioticaresistentie is een van de grootste uitdagingen voor de geneeskunde. Door systematisch DNA-fragmenten uit antibioticaresistente bacteriën uit te schakelen, kunnen we achterhalen welke genen essentieel zijn voor hun overleving. Sommige van die genen maken bacteriën misschien opnieuw gevoelig voor antibiotica wanneer ze worden uitgeschakeld. Die kennis helpt onderzoekers om sneller doelgerichte therapie te ontwikkelen en zo de groeiende crisis voor te blijven.

Wereldwijd doemen steeds meer bacteriën op die zich niet langer door antibiotica laten tegenhouden. Om deze gevaarlijke infecties te bestrijden, richten onderzoekers hun pijlen nu op speciale virussen die de ziektekiemen alsnog uitschakelen, zogeheten bacteriofagen. Ondanks dat artsen ze al decennia als therapie kunnen gebruiken, heeft hun toepassing een apart randje: ze moet zichzelf nog steeds bewijzen.

Vrouwen leven langer dan mannen, maar vaak minder lang in goede gezondheid. Rond de menopauze lijkt er iets te kantelen: niet alleen in de hormonen, maar in het hele lichaam. Steeds duidelijker wordt dat de eierstokken hierin een grote rol spelen. Maar hoe precies? In Berlijn onderzoeken wetenschappers een diertje dat hier meer inzicht in geeft: de naakte molrat.

Wie een leven lang gezonde keuzes maakt krijgt toch soms kanker. En wie er alle mogelijke kantjes vanaf loopt soms niet. In zijn boek Waarom we kanker krijgen en wat we eraan kunnen doen legt Philippe Westerlinck, radiotherapeut-oncoloog en wetenschappelijk onderzoeker aan het Universitair Ziekenhuis in Luik, in detail uit hoe dat komt en waarom het vaak de moeite loont om te proberen je risico te beperken.

Voor vrouwen die door vulvakanker een deel van hun clitoris kwijtraken, is nu eindelijk een reconstructie mogelijk waarbij ook de seksuele functie behouden blijft.

De Nobelprijs voor Fysiologie of Geneeskunde 2026 wordt gezamenlijk toegekend aan Karl Deisseroth (Verenigde Staten), Peter Hegemann (Duitsland) en Georg Nagel (Duitsland) voor de ontwikkeling van optogenetica, een methode waarmee kan worden aangetoond hoe zenuwcellen herinneringen, gevoelens en gedragingen in het levende brein vormgeven.

Hoe verschillend is elk lichaam? Open een anatomieboek en je ziet een menselijk lichaam met botten die op een vaste plaats zitten, organen met een vaste vorm en bloedvaten die netjes een uitgetekende route volgen. Maar bestaat er iets als een standaardlichaam? Het antwoord is eenvoudig: nee.

Begrijpen hoe de hersenen herinneringen, gevoelens en gedrag vormen, is al jaren een droom van onderzoekers. Karl Deisseroth, Peter Hegemann en Georg Nagel ontvangen de Nobelprijs voor Geneeskunde 2026 voor hun ontdekkingen die leidden tot optogenetica. Met deze techniek kunnen onderzoekers zenuwcellen in levende hersenen gericht aan- en uitzetten.

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven