Kunnen sportapps ons gezond houden in tijden van covid-19?

Kunnen sportapps ons gezond houden in tijden van covid-19?

Delen:

In deze moeilijke periode, waarin we allemaal ‘in ons kot’ horen te blijven, doen we er goed aan te blijven sporten en bewegen. Dat is duidelijk. Allerlei digitale tools kunnen ons daarin ondersteunen. En er bestaan er nogal wat. De Duitse organisatie SportsTechX houdt systematisch informatie bij over startups die bepaalde technologieën in de markt zetten binnen de sportsector. De database omvat ondertussen ongeveer 5.500 startups wereldwijd. In een recent Europees rapport, bleek dat van alle investeringen in deze organisaties, 45% van dat budget gaat naar systemen die zich richten op het stimuleren van de fysieke activiteit of het optimaliseren van de sportprestatie. Concreet spreken we dan over allerhande wearables en trackers, software platformen met oefenstof, fitness en training applicaties en virtuele omgevingen die de beleving van het sporten vergroten. Ook in ons land zijn binnen dit domein diverse bedrijven en organisaties actief, en dat is uiteraard toe te juichen.

Maar wat weten we over de effectiviteit van dergelijke systemen als we het over een hele bevolking bekijken? Eerst en vooral: het is niet zo goed gesteld met de accuraatheid waarmee die producten data over ons gedrag verzamelen. Studies besluiten dat de meeste sport en activiteitstrackers onvoldoende accuraat zijn om relevante data (mate van activiteit, kwaliteit van slaap, oefeningen die al dan niet goed worden uitgevoerd, enz.) te genereren. Dat wordt slechter naarmate we intensiever aan het bewegen zijn. Daar komt geleidelijk aan verbetering in, maar vooralsnog is het een van de voornaamste redenen waarom mensen na enkele weken of maanden stoppen met het gebruik van dergelijke systemen, zo blijkt uit eigen onderzoek in samenwerking met iMinds (nu imec).

Veel applicaties zijn zeer goed in hoe ze eruit zien en hoe ze gebruikt kunnen worden. Slechter is het gesteld met de werkelijke inhoud ervan. Uit Amerikaans onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat weinig tot geen commercieel beschikbare sportapplicaties de richtlijnen voor medisch verantwoord trainen bevatten. De meesten zijn ook al te vaak gericht op prestatie in plaats van op gezondheid bevordering. Laat ons even kijken naar een sport als lopen (of joggen), waar het aantal blessures, ondanks de vele kennis rond letselpreventie, nog steeds toeneemt. Daar zien we dat van de ongeveer honderd beschikbare wearables, apps, virtuele coaches, enz. er nog geen enkele heeft kunnen hard maken dat je ermee de kans op een overbelasting blessure kan verkleinen. Kortom, sommigen slagen erin relevante data te genereren en een leuke ervaring te creëren, maar effectief een verschil maken, doen ze zelden. Wereldwijd concluderen wetenschappers dan ook dat we nog maar in de exploratieve fase zitten als het over digitale sporttechnologie gaat.

Nog belangrijker in deze periode is allicht de rol die technologie kan spelen voor zij die voor de crisis niet aan sport deden, reeds te weinig actief of zelfs sedentair waren. Wat weten we daarover? De wetenschap is unaniem. Een puur biomedische aanpak blijkt niet te werken. De sleutel ligt in de psychologie van de gedragsverandering. Dat betekent concreet dat alle goed bedoelde initiatieven rond online fitness, personal training, enz. veel kans maken de bal mis te slaan. Het is immers niet omdat je mensen duidelijk kan maken of ze oefeningen juist of fout uitvoeren, dat ze daarmee iets aan hun bewegingsgedrag zullen doen. Maar voor mensen die wel reeds vertrouwd waren met dergelijke oefeningen of op het punt staan daarmee te starten, kan het uiteraard wel heel nuttig zijn.

In die context levert de huidige periode, ondanks de quarantaine, zeker ook kansen om je basis activiteit (te starten met je aantal stappen) even te registreren (een product als Fitbit doet dat relatief correct) en bewust te zijn van de invloed van de maatregelen. Ook op grotere schaal, kunnen interessante inzichten worden verworven omtrent de mate waarin we collectief meer, en in dit geval duidelijk minder gaan bewegen. Of we deze crisis moeten zien als een enorme kans om via dergelijke technologie meer mensen aan het sporten en bewegen te krijgen, is voor sommigen erg duidelijk en voor anderen dan weer een brug te ver.

Om digitale producten nog nuttiger te maken, stellen gedragswetenschappers dat specifieke motivatie strategieën zoals eigen doelen kunnen stellen, feedback kunnen vragen en ontvangen, vooruitgang zien, sociale steun en plezier ervaren, kennis opbouwen, enz. deel zouden moeten uitmaken van dergelijke producten, zeker bij de niet-sportende doelgroep. Het is dan ook merkwaardig vast te stellen (en dit is een wereldwijd gegeven) dat dergelijke features vaak niet of slechts gedeeltelijk worden geïntegreerd in de producten die uiteindelijk op de markt komen. Nochtans is er meer en meer kennis rond beschikbaar en zouden vele tools beter werken mocht dit wel het geval zijn. Hetzelfde geldt voor de rol van gelijkaardige technologieën voor medische en therapeutische toepassingen. De reden is niet zo heel erg ver te zoeken. Zowel bij overheden en kennisinstellingen als bij bedrijven is (althans erg vaak) gezond leven een ander domein dan gezond sporten.

De grote uitdaging van deze sector ligt daarom heel sterk in het beter samenwerken tussen experts uit verschillende disciplines van zowel de private als de publieke sector. Op die manier kunnen tools gepersonaliseerd worden en kan de effectiviteit ervan voor specifieke doelgroepen worden vergroot. Iets wat uiteindelijk iedereen aanbelangt. Een groeiende overlap tussen de sport, gezondheid, en medische (technologie) sector is dan ook wenselijk en nog meer als nu te verwachten in de komende jaren. Iets wat de vele sportartsen, trainers en beleidsmakers van bijvoorbeeld de #blijfsporten-campagne die vandaag onze bevolking proberen te motiveren om te blijven sporten en bewegen allicht sterk zullen appreciëren.

Delen:

Uit nieuw onderzoek blijkt dat mensen die na een COVID-vaccinatie hogere koorts krijgen, vaak vergelijkbare darmkenmerken vertonen.

Antibioticaresistentie is een van de grootste uitdagingen voor de geneeskunde. Door systematisch DNA-fragmenten uit antibioticaresistente bacteriën uit te schakelen, kunnen we achterhalen welke genen essentieel zijn voor hun overleving. Sommige van die genen maken bacteriën misschien opnieuw gevoelig voor antibiotica wanneer ze worden uitgeschakeld. Die kennis helpt onderzoekers om sneller doelgerichte therapie te ontwikkelen en zo de groeiende crisis voor te blijven.

Wereldwijd doemen steeds meer bacteriën op die zich niet langer door antibiotica laten tegenhouden. Om deze gevaarlijke infecties te bestrijden, richten onderzoekers hun pijlen nu op speciale virussen die de ziektekiemen alsnog uitschakelen, zogeheten bacteriofagen. Ondanks dat artsen ze al decennia als therapie kunnen gebruiken, heeft hun toepassing een apart randje: ze moet zichzelf nog steeds bewijzen.

Vrouwen leven langer dan mannen, maar vaak minder lang in goede gezondheid. Rond de menopauze lijkt er iets te kantelen: niet alleen in de hormonen, maar in het hele lichaam. Steeds duidelijker wordt dat de eierstokken hierin een grote rol spelen. Maar hoe precies? In Berlijn onderzoeken wetenschappers een diertje dat hier meer inzicht in geeft: de naakte molrat.

Wie een leven lang gezonde keuzes maakt krijgt toch soms kanker. En wie er alle mogelijke kantjes vanaf loopt soms niet. In zijn boek Waarom we kanker krijgen en wat we eraan kunnen doen legt Philippe Westerlinck, radiotherapeut-oncoloog en wetenschappelijk onderzoeker aan het Universitair Ziekenhuis in Luik, in detail uit hoe dat komt en waarom het vaak de moeite loont om te proberen je risico te beperken.

Voor vrouwen die door vulvakanker een deel van hun clitoris kwijtraken, is nu eindelijk een reconstructie mogelijk waarbij ook de seksuele functie behouden blijft.

De Nobelprijs voor Fysiologie of Geneeskunde 2026 wordt gezamenlijk toegekend aan Karl Deisseroth (Verenigde Staten), Peter Hegemann (Duitsland) en Georg Nagel (Duitsland) voor de ontwikkeling van optogenetica, een methode waarmee kan worden aangetoond hoe zenuwcellen herinneringen, gevoelens en gedragingen in het levende brein vormgeven.

Hoe verschillend is elk lichaam? Open een anatomieboek en je ziet een menselijk lichaam met botten die op een vaste plaats zitten, organen met een vaste vorm en bloedvaten die netjes een uitgetekende route volgen. Maar bestaat er iets als een standaardlichaam? Het antwoord is eenvoudig: nee.

Begrijpen hoe de hersenen herinneringen, gevoelens en gedrag vormen, is al jaren een droom van onderzoekers. Karl Deisseroth, Peter Hegemann en Georg Nagel ontvangen de Nobelprijs voor Geneeskunde 2026 voor hun ontdekkingen die leidden tot optogenetica. Met deze techniek kunnen onderzoekers zenuwcellen in levende hersenen gericht aan- en uitzetten.

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven