Waarom doorbraakinfecties na covid-19-basisvaccinatie kunnen toenemen

Waarom doorbraakinfecties na covid-19-basisvaccinatie kunnen toenemen

Delen:

Eind november is driekwart van de Belgische bevolking volledig gevaccineerd. Voor deze groep tussen 18 en 64 jaar is, in vergelijking met niet-gevaccineerde personen uit dezelfde leeftijdsgroep:

  • de kans op een milde corona-infectie met een kwart (26%) verminderd;

  • de kans op ziekenhuisopname wegens ernstige covid met 81% verminderd.

Dat berekende Sciensano. Het bewijst alvast dat de vaccins hun werk doen.

De indruk leeft dat steeds meer volledig gevaccineerde personen toch nog covid doormaken. Wanneer je ten vroegste veertien dagen na de basisvaccinatie (een of twee prikken naargelang het merk) covid oploopt, spreken we van een doorbraakinfectie. Afgelopen zomer kwamen doorbraakinfecties eerder zelden voor, maar de laatste tijd zitten ze in de lift.

Hoe moet je dit nieuws interpreteren?

Voor de toename aan infecties en doorbraakinfecties bestaan er verschillende verklaringen:

1) De coronavaccins werken zeer goed, maar ze beschermen niet 100%. Wanneer het vaccin niet goed aansloeg, kan je bij besmetting nog steeds een corona-infectie doormaken. Al is de infectie dan doorgaans veel milder dan wanneer je niet gevaccineerd zou zijn. Je loopt ook acht keer minder risico op een ziekenhuisopname dan een niet-gevaccineerde persoon.

2) De deltavariant van het coronavirus is veel besmettelijker dan de eerste varianten. Daardoor circuleert het virus vlotter, worden we makkelijker blootgesteld en geven we het virus ook eerder door. De vaccins beschermen goed tegen ernstig ziek worden door deze deltavariant. Maar toch: hoe meer besmettingen er zijn, hoe meer doorbraakinfecties mogelijk zijn. Ook omdat de bescherming tegen infecties na de basisvaccinatie met de tijd afneemt (zie verder).

3) De versoepeling van de maatregelen in september-oktober 2021 heeft geleid tot meer onderlinge contacten. Daardoor kreeg het virus opnieuw vrij spel en kon het veel mensen besmetten.

4) Uit opvolgstudies blijkt dat de bescherming door vaccinatie afneemt met de tijd. We zien dit:

  • eerst bij ouderen, een zestal maanden na de basisvaccinatie, wat bescherming tegen complicaties en ziekenhuiopnames betreft;

  • bij de actieve bevolking, wat bescherming tegen infecties betreft.

Daarom krijgt iedereen een boosterprik:

  • Dat is een extra vaccindosis na de basisvaccinatie die je immuniteit versterkt en verlengt.

  • Een boosterprik verkleint niet alleen je risico op een infectie. In geval van infectie vermindert het ook de kans dat je het virus doorgeeft.

  • Deze boosterprik is steeds een mRNA-vaccin (Pfizer of Moderna).

  • De timing voor de derde prik hangt af van het vaccin waarmee je oorspronkelijk werd ingeënt. Op basis van de werkzaamheid werden volgende intervallen overeengekomen:

    • minstens 2 maanden na je Janssen-vaccin;

    • minstens 4 maanden na je Astra-Zeneca-vaccin;

    • minstens 6 maanden na je Pfizer- of Moderna-vaccin.

5) Een doorbraakinfectie vervangt geen boosterprik, maar in geval van infectie stel je de vaccinatie het best twee weken uit. De antistofproductie na een doorbraakinfectie kan sterk verschillen van persoon tot persoon. Voor wie nog niet gevaccineerd is, is het evenmin te laat: laat je vaccineren.

Conclusie

Dat meer mensen toch nog covid doormaken terwijl ze minstens twee weken hun basisvaccinatie hebben gekregen, heeft te maken met de hoge circulatie van de zeer besmettelijke deltavariant. Als gevolg van de versoepelingen in september-oktober 2021 en de afname van de werkzaamheid van de basisvaccinatie, die eerst vermindert bij immuun zwakkeren en ouderen, kreeg het virus weer meer vrij spel. Als je besmet raakt na een basisvaccinatie, maak je doorgaans een milde vorm van covid door in vergelijking met een niet-gevaccineerde persoon, en loop je acht keer minder risico op ziekenhuisopname. Om doorbraakinfecties in te dijken, krijgen alle volwassenen een boosterprik.

Referenties

Delen:

Dit is een artikel van:

Gezondheid en Wetenschap

Uit nieuw onderzoek blijkt dat mensen die na een COVID-vaccinatie hogere koorts krijgen, vaak vergelijkbare darmkenmerken vertonen.

Antibioticaresistentie is een van de grootste uitdagingen voor de geneeskunde. Door systematisch DNA-fragmenten uit antibioticaresistente bacteriën uit te schakelen, kunnen we achterhalen welke genen essentieel zijn voor hun overleving. Sommige van die genen maken bacteriën misschien opnieuw gevoelig voor antibiotica wanneer ze worden uitgeschakeld. Die kennis helpt onderzoekers om sneller doelgerichte therapie te ontwikkelen en zo de groeiende crisis voor te blijven.

Wereldwijd doemen steeds meer bacteriën op die zich niet langer door antibiotica laten tegenhouden. Om deze gevaarlijke infecties te bestrijden, richten onderzoekers hun pijlen nu op speciale virussen die de ziektekiemen alsnog uitschakelen, zogeheten bacteriofagen. Ondanks dat artsen ze al decennia als therapie kunnen gebruiken, heeft hun toepassing een apart randje: ze moet zichzelf nog steeds bewijzen.

Vrouwen leven langer dan mannen, maar vaak minder lang in goede gezondheid. Rond de menopauze lijkt er iets te kantelen: niet alleen in de hormonen, maar in het hele lichaam. Steeds duidelijker wordt dat de eierstokken hierin een grote rol spelen. Maar hoe precies? In Berlijn onderzoeken wetenschappers een diertje dat hier meer inzicht in geeft: de naakte molrat.

Wie een leven lang gezonde keuzes maakt krijgt toch soms kanker. En wie er alle mogelijke kantjes vanaf loopt soms niet. In zijn boek Waarom we kanker krijgen en wat we eraan kunnen doen legt Philippe Westerlinck, radiotherapeut-oncoloog en wetenschappelijk onderzoeker aan het Universitair Ziekenhuis in Luik, in detail uit hoe dat komt en waarom het vaak de moeite loont om te proberen je risico te beperken.

Voor vrouwen die door vulvakanker een deel van hun clitoris kwijtraken, is nu eindelijk een reconstructie mogelijk waarbij ook de seksuele functie behouden blijft.

De Nobelprijs voor Fysiologie of Geneeskunde 2026 wordt gezamenlijk toegekend aan Karl Deisseroth (Verenigde Staten), Peter Hegemann (Duitsland) en Georg Nagel (Duitsland) voor de ontwikkeling van optogenetica, een methode waarmee kan worden aangetoond hoe zenuwcellen herinneringen, gevoelens en gedragingen in het levende brein vormgeven.

Hoe verschillend is elk lichaam? Open een anatomieboek en je ziet een menselijk lichaam met botten die op een vaste plaats zitten, organen met een vaste vorm en bloedvaten die netjes een uitgetekende route volgen. Maar bestaat er iets als een standaardlichaam? Het antwoord is eenvoudig: nee.

Begrijpen hoe de hersenen herinneringen, gevoelens en gedrag vormen, is al jaren een droom van onderzoekers. Karl Deisseroth, Peter Hegemann en Georg Nagel ontvangen de Nobelprijs voor Geneeskunde 2026 voor hun ontdekkingen die leidden tot optogenetica. Met deze techniek kunnen onderzoekers zenuwcellen in levende hersenen gericht aan- en uitzetten.

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven