Waarom veroorzaakt E. coli zoveel blaasontstekingen?

Waarom veroorzaakt E. coli zoveel blaasontstekingen?

Delen:

Brandende pijn bij het plassen, een valse aandrang en veelvuldig kleine hoeveelheden plassen. Dat zijn symptomen van een blaasontsteking, een urineweginfectie waar naar schatting één op twee vrouwen tijdens haar leven mee te maken krijgt. De grootste boosdoener is een bacterie genaamd Escherichia coli.

E. coli komt voor in de darmen van de mens en kan per ongeluk verzeild raken in de urinewegen. De bacterie is niet altijd ziekteverwekkend, maar in de urinewegen veroorzaakt ze dus wel ellende. Hoe kan die bacterie zo snel groeien in de steriele omgeving van urine?

Dat onderzochten¹ wetenschappers van de universiteit van Michigan. In eerder onderzoek ontdekten ze dat transportgenen cruciaal waren. Dat zijn genen die bacteriën gebruiken om voedingsstoffen van de gastheer af te snoepen. Als de wetenschappers die genen uitschakelden, hadden de bacteriën moeite met groeien. In normale omstandigheden kan E. coli duizenden voedingsstoffen per seconde opnemen.

Antibiotica

De nieuwe studie toonde aan welk type transportgen het belangrijkste was voor de groei in de urinewegen. De onderzoekers identificeerden kandidaten door de transportgenen in E. coli te vergelijken met genen die urineweginfecties veroorzaken. De onderzoekers keken daarna of bacteriële stammen konden groeien in muizenurine wanneer ze één van die kandidaatgenen uitschakelden. Schakelden ze de ATP-bindende cassette (ABC) genen uit, dan groeiden de bacteriën niet. De bacteriën gebruiken ATP, de energie in de cel, dus om zoveel mogelijk voedingsstoffen op te nemen.

Wanneer een behandeling zorgt dat ATP zich niet aan de genen kan binden, vertraagt het mogelijk de groei van E. coli in de urinewegen. Dat is niet gemakkelijk, want de bacteriën hebben een back-up voor die cruciale transportgenen. Mensen met een blaasontsteking zullen dus niet meteen van antibiotica verlost zijn. Wel zou een toekomstige behandeling, gebaseerd op het uitschakelen van de geïdentificeerde genen, de werking van antibiotica kunnen verbeteren.

Delen:

Uit nieuw onderzoek blijkt dat mensen die na een COVID-vaccinatie hogere koorts krijgen, vaak vergelijkbare darmkenmerken vertonen.

Antibioticaresistentie is een van de grootste uitdagingen voor de geneeskunde. Door systematisch DNA-fragmenten uit antibioticaresistente bacteriën uit te schakelen, kunnen we achterhalen welke genen essentieel zijn voor hun overleving. Sommige van die genen maken bacteriën misschien opnieuw gevoelig voor antibiotica wanneer ze worden uitgeschakeld. Die kennis helpt onderzoekers om sneller doelgerichte therapie te ontwikkelen en zo de groeiende crisis voor te blijven.

Wereldwijd doemen steeds meer bacteriën op die zich niet langer door antibiotica laten tegenhouden. Om deze gevaarlijke infecties te bestrijden, richten onderzoekers hun pijlen nu op speciale virussen die de ziektekiemen alsnog uitschakelen, zogeheten bacteriofagen. Ondanks dat artsen ze al decennia als therapie kunnen gebruiken, heeft hun toepassing een apart randje: ze moet zichzelf nog steeds bewijzen.

Vrouwen leven langer dan mannen, maar vaak minder lang in goede gezondheid. Rond de menopauze lijkt er iets te kantelen: niet alleen in de hormonen, maar in het hele lichaam. Steeds duidelijker wordt dat de eierstokken hierin een grote rol spelen. Maar hoe precies? In Berlijn onderzoeken wetenschappers een diertje dat hier meer inzicht in geeft: de naakte molrat.

Wie een leven lang gezonde keuzes maakt krijgt toch soms kanker. En wie er alle mogelijke kantjes vanaf loopt soms niet. In zijn boek Waarom we kanker krijgen en wat we eraan kunnen doen legt Philippe Westerlinck, radiotherapeut-oncoloog en wetenschappelijk onderzoeker aan het Universitair Ziekenhuis in Luik, in detail uit hoe dat komt en waarom het vaak de moeite loont om te proberen je risico te beperken.

Voor vrouwen die door vulvakanker een deel van hun clitoris kwijtraken, is nu eindelijk een reconstructie mogelijk waarbij ook de seksuele functie behouden blijft.

De Nobelprijs voor Fysiologie of Geneeskunde 2026 wordt gezamenlijk toegekend aan Karl Deisseroth (Verenigde Staten), Peter Hegemann (Duitsland) en Georg Nagel (Duitsland) voor de ontwikkeling van optogenetica, een methode waarmee kan worden aangetoond hoe zenuwcellen herinneringen, gevoelens en gedragingen in het levende brein vormgeven.

Hoe verschillend is elk lichaam? Open een anatomieboek en je ziet een menselijk lichaam met botten die op een vaste plaats zitten, organen met een vaste vorm en bloedvaten die netjes een uitgetekende route volgen. Maar bestaat er iets als een standaardlichaam? Het antwoord is eenvoudig: nee.

Begrijpen hoe de hersenen herinneringen, gevoelens en gedrag vormen, is al jaren een droom van onderzoekers. Karl Deisseroth, Peter Hegemann en Georg Nagel ontvangen de Nobelprijs voor Geneeskunde 2026 voor hun ontdekkingen die leidden tot optogenetica. Met deze techniek kunnen onderzoekers zenuwcellen in levende hersenen gericht aan- en uitzetten.

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven