Zonnecrème houdt vitamine D-productie amper tegen

Zonnecrème houdt vitamine D-productie amper tegen

Delen:

Waar komt dit nieuws vandaan?

Onder invloed van ultraviolette stralen (UVB) op de huid maakt ons lichaam zelf vitamine D aan. Daarom hebben we doorgaans hogere bloedconcentraties aan vitamine D in de zomermaanden. Wie regelmatig zonnecrème gebruikt om zich te beschermen tegen zonnebrand en huidkanker, houdt de ultraviolette stralen deels tegen. Volgens diverse bronnen op sociale media zou zonnecrème op die manier de vitamine D-productie blokkeren¹.

Hoe moet je dit nieuws interpreteren?

Om het precieze effect van zonnecrème op de vitamine D-productie te becijferen, zou je een studie moeten opzetten met proefpersonen die je blootstelt aan fel zonlicht. Daarbij zou je dan één groep zonnecrème moeten laten gebruiken en een tweede groep een placebocrème, die geen beschermingsfactor bevat. Nadien zou je dan kunnen nagaan welke groep het meeste vitamine D in het bloed heeft.

Maar zo’n onderzoek wordt niet gedaan, omdat mensen blootstellen aan fel zonlicht zonder bescherming ethisch niet verantwoord is. Ze kunnen verbranden en lopen meer risico op huidkanker.

Er bestaan wel studies die ons onrechtstreeks inzicht geven in de impact van zonnecrème op het vitamine D-gehalte in het bloed. Uit een overzichtsstudie² van tientallen van zulke studies, kunnen we het volgende afleiden:

  • Enkele experimenten met een beperkt aantal deelnemers die werden blootgesteld aan kunstlicht met UV-stralen, tonen dat mensen die zonnecrème gebruiken, iets minder vitamine D in het bloed hebben. Maar kunstlicht is geen echt zonlicht.

  • In de praktijk vinden twee Australische studies in het echte leven geen verschil in vitamine D-concentratie tussen mensen die dagelijks zonnecrème gebruiken en mensen die dat nooit of sporadisch doen.

    • In deze studies werd wel zonnecrème gebruikt met een lage beschermingsfactor (SPF 16), waardoor je geen conclusies kan trekken over de zonnecrèmes met een hoge beschermingsfactor (bij ons wordt SPF 30 tot 50 aanbevolen).

    • De zon is in Australië ook sterker dan in Europa. Mogelijk dringt ze nog voldoende door tot de huid.

  • Andere studies uit andere continenten komen tot wisselende resultaten.

    • De meeste studies vinden geen verschil in vitamine D-concentraties bij zonnecrème-gebruikers versus niet-gebruikers.

    • Maar deze studies hebben wel meerdere tekortkomingen. Zo werd bijvoorbeeld de totale blootstelling aan zonlicht niet in rekening gebracht.

De tientallen studies uit dit overzicht laten de volgende conclusie toe: gebruik van zonnecrème heeft mogelijk een beperkte, maar geen noemenswaardige impact op het vitamine D-gehalte in het bloed. De invloed is hoogstwaarschijnlijk onvoldoende om tot tekorten te leiden³. Enkele keren per week een kwartiertje zon op je huid volstaat om voldoende vitamine D aan te maken.

Conclusie

Blootstelling aan zonlicht prikkelt de productie van vitamine D in de huid. Er is niet veel zonlicht nodig om het vitamine D-gehalte op peil te houden. Als je vaak zonnecrème met een hoge beschermingsfactor gebruikt, kan dat de productie een beetje verminderen. Maar niet in die mate dat dat zou leiden tot een tekort aan vitamine D. Zonnecrème gebruiken is belangrijk om je huid te beschermen tegen verbranden. Bovendien vermindert het je risico op huidkanker.

Noten

  1. Diverse bronnen op sociale media

  2. Neale R, Khan S, Lucas, M et al. The effect of sunscreen on vitamin D: a review. British Journal of Dermatology 2019;181:907–915.

  3. König T. Eher kein Vitamin-D-Mangel durch Sonnencreme. Medizin Transparent. Cochrane Österreich. 15 juli 2025.

Delen:

Dit is een artikel van:

Gezondheid en Wetenschap

Uit nieuw onderzoek blijkt dat mensen die na een COVID-vaccinatie hogere koorts krijgen, vaak vergelijkbare darmkenmerken vertonen.

Wereldwijd doemen steeds meer bacteriën op die zich niet langer door antibiotica laten tegenhouden. Om deze gevaarlijke infecties te bestrijden, richten onderzoekers hun pijlen nu op speciale virussen die de ziektekiemen alsnog uitschakelen, zogeheten bacteriofagen. Ondanks dat artsen ze al decennia als therapie kunnen gebruiken, heeft hun toepassing een apart randje: ze moet zichzelf nog steeds bewijzen.

Vrouwen leven langer dan mannen, maar vaak minder lang in goede gezondheid. Rond de menopauze lijkt er iets te kantelen: niet alleen in de hormonen, maar in het hele lichaam. Steeds duidelijker wordt dat de eierstokken hierin een grote rol spelen. Maar hoe precies? In Berlijn onderzoeken wetenschappers een diertje dat hier meer inzicht in geeft: de naakte molrat.

Wie een leven lang gezonde keuzes maakt krijgt toch soms kanker. En wie er alle mogelijke kantjes vanaf loopt soms niet. In zijn boek Waarom we kanker krijgen en wat we eraan kunnen doen legt Philippe Westerlinck, radiotherapeut-oncoloog en wetenschappelijk onderzoeker aan het Universitair Ziekenhuis in Luik, in detail uit hoe dat komt en waarom het vaak de moeite loont om te proberen je risico te beperken.

Voor vrouwen die door vulvakanker een deel van hun clitoris kwijtraken, is nu eindelijk een reconstructie mogelijk waarbij ook de seksuele functie behouden blijft.

De Nobelprijs voor Fysiologie of Geneeskunde 2026 wordt gezamenlijk toegekend aan Karl Deisseroth (Verenigde Staten), Peter Hegemann (Duitsland) en Georg Nagel (Duitsland) voor de ontwikkeling van optogenetica, een methode waarmee kan worden aangetoond hoe zenuwcellen herinneringen, gevoelens en gedragingen in het levende brein vormgeven.

Hoe verschillend is elk lichaam? Open een anatomieboek en je ziet een menselijk lichaam met botten die op een vaste plaats zitten, organen met een vaste vorm en bloedvaten die netjes een uitgetekende route volgen. Maar bestaat er iets als een standaardlichaam? Het antwoord is eenvoudig: nee.

Begrijpen hoe de hersenen herinneringen, gevoelens en gedrag vormen, is al jaren een droom van onderzoekers. Karl Deisseroth, Peter Hegemann en Georg Nagel ontvangen de Nobelprijs voor Geneeskunde 2026 voor hun ontdekkingen die leidden tot optogenetica. Met deze techniek kunnen onderzoekers zenuwcellen in levende hersenen gericht aan- en uitzetten.

Er is geen behandeling voor mazelen. Antivirale middelen hebben geen vat op het mazelenvirus. Daarom is vaccinatie zo cruciaal.

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven