Het is een argument dat je tegenwoordig vaak hoort van de kant van zogenaamde klimaatsceptici: de verhoogde concentratie aan koolstofdioxide in de atmosfeer zou ook een positief effect hebben, want ze helpt de aarde vergroenen. Van CO₂ is immers bekend dat het behalve een broeikasgas ook een meststof is: daarom ook dat het gas in de glasbouw wordt gebruikt om gewassen sneller te doen groeien.
Dat het almaar stijgende CO₂-peil de belangrijkste driver was van de vergroening van de aarde, is echter een fabeltje. De toename van bosoppervlak – in de gematigde klimaatgebieden, niet in de tropen – is hoofdzakelijk een gevolg van intensievere landbouw en verstedelijking in Europa, Noord-Amerika en Azië. Daardoor kon de natuur opnieuw beslag leggen op de vrijgekomen ruimte, vaak met de hulp van de mens in de vorm van herbebossingsprojecten.
Het aandeel van de eeuwenoude tropische regenwouden in de globale koolstofopslagcapaciteit is kleiner dan gedacht
Die relatief jonge bossen slurpen bovendien veel meer CO₂ op (om het vervolgens vast te leggen in de bodem) dan gedacht, zo hebben Britse onderzoekers¹ ontdekt. Ze konden aantonen dat bossen vooral tijdens hun eerste decennia veel koolstof uit de lucht halen. Het veronderstelde hoofdaandeel van de eeuwenoude tropische regenwouden in de globale koolstofopslagcapaciteit behoeft dus nuance. Sterker, volgens de wetenschappers zijn bossen jonger dan 140 jaar verantwoordelijk voor meer dan de helft van de koolstofabsorptie.
Het onderzoek toont het heilzame effect aan van (al dan niet menselijke) herbebossing, maar waarschuwt ook voor de terugval in koolstofopslagcapaciteit als de jonge bossen oud worden. Een continu en doorgedreven herbebossingsbeleid blijft dus aangewezen.
Noten
Thomas A. M. Pugh, University of Birmingham, VK in PNAS
Schrijf je in op onze nieuwsbrief
En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

