Acht denkfouten over covid-19

Acht denkfouten over covid-19

Delen:

1. Beroep op waarschijnlijkheid

Tijdens een radiointerview over de populariteit van de griepprik verklaarde een Nederlandse vrouw: ‘Als ik dan griep heb en dan krijg ik ook nog covid, dan ga ik hartstikke dood.’ Hoewel de combinatie van twee infecties het risico op een fatale afloop vergroot, is dat natuurlijk niet de enige mogelijke uitkomst. Bij deze denkfout worden waarschijnlijkheden genegeerd en wordt een van de mogelijkheden voorgesteld als zekerheid. Diezelfde neiging tot zwart-witdenken ligt aan de basis van valse dilemma’s zoals: ‘Als je covid-19 krijgt dan ga je ofwel dood, ofwel merk je er niets van.’ In werkelijkheid zijn dat niet de enige twee mogelijkheden.

2. Drogreden van de aanklager

Deze denkfout heeft te maken met voorwaardelijke kansen die optreden in rechtszaken, maar ook in medische contexten. Stel dat je weet dat 85 procent van de mensen die covid-19 kregen altijd een masker droegen, dan volgt daaruit niet dat 85 procent van de mensen die een masker droegen covid-19 kregen! Om die tweede kans te berekenen, moet je de stelling van Bayes toepassen en daarvoor heb je naast de eerste voorwaardelijke kans nog twee extra factoren nodig. Een van die bijkomende factoren is de prevalentie, een factor die zo vaak vergeten wordt dat er een aparte denkfout naar is vernoemd.

3. Verwaarlozen van de prevalentie

‘Een positief testresultaat betekent dat de geteste persoon waarschijnlijk covid-19 heeft.’ Dat klinkt logisch en het kán waar zijn, maar dat is niet altijd zo. De kans op een valspositief resultaat hangt onder meer af van de prevalentie: het percentage van de algemene bevolking dat covid-19 heeft. Hoe lager dat is, hoe groter de kans op een valspositief.

4. Selectievertekening

Er zijn enkele gevallen van een herbesmetting gerapporteerd, waarbij de ziekte de tweede keer zeer ernstig verliep. Dat klinkt als akelig nieuws, maar Carl Bergstrom, een bioloog die zich specialiseert in het ontmaskeren van desinformatie, merkte op dat ernstige gevallen het uitgebreidst onderzocht worden. Bij patiënten met milde symptomen zal dus zelden aan het licht komen of ze al eerder besmet zijn geweest.

5. Berksons drogreden

Neem aan dat de risico’s om griep te krijgen en om covid-19 te krijgen onafhankelijk zijn. Als je dan iemand met symptomen test op griep én die persoon blijkt effectief griep te hebben, dan zou je kunnen denken dat het risico op covid-19 gelijk is gebleven. Maar dan denk je fout: de kans om óók covid-19 te hebben is nu lager.

6. Het kijk-elderseffect

Niet elke patiënt met covid-19 besmet anderen, terwijl sommigen juist heel veel mensen besmetten. Dat betekent dat in zeer vergelijkbare situaties soms wel grote uitbraken optreden en soms niet. Dat is puur toeval. Stel dat je een lijst maakt van vergelijkbare steden (zelfde regio, grootte en samenstelling van de populatie) en bijhoudt welke ervan een uitbraak kennen. Achteraf kun je altijd wel een variabele vinden die correleert met die uitbraken. Maar als je denkt dat deze variabele de uitbraken verklaart, maak je jezelf waarschijnlijk iets wijs. In de wetenschap wordt deze wanpraktijk HARKing genoemd: Hypothesizing After the Results are Known.

7. Appelen versus peren

In mijn column van april (Eos nr. 4, 2020) schreef ik over het onbehagen dat ik voelde bij vergelijkingen tussen het dodental van de jaarlijkse griep met het dodental van een ziekte die nog maar enkele maanden bestond. Intussen heeft Carl Bergstrom er deze toepasselijke term opgeplakt.

8. Preventieparadox

Je zou kunnen verwachten dat de meeste besmettingen voorkomen bij de populatie die het hoogste risico loopt. In feite worden meer mensen besmet uit populaties met een laag of matig risico. De reden is simpel: de hoogrisicopopulatie is klein.

Intussen merk ik dat sommige mensen de term ‘preventieparadox’ oneigenlijk gebruiken, namelijk om naar een zelfondermijnende voorspelling te verwijzen. Dat is het fenomeen dat preventieve maatregelen achteraf bijna altijd overbodig lijken: omdat de verspreiding meeviel, of omdat er toch een grote uitbraak volgde. Ook daar verwees ik in het aprilnummer al naar, maar dat heeft niet kunnen voorkomen dat die denkfout nog steeds gemaakt wordt.

Delen:

Francis Halzen ontvangt de Nobelprijs voor Fysica 2026 voor zijn voortrekkersrol in het onderzoek naar hoog-energetische neutrino's met ijs. De fysicus werkt aan de University of Wisconsin, maar groeide op in België. Hij is de tweede Belg die de Nobelprijs voor Natuurkunde wint, na François Englert in 2013.

BlogNatuurwetenschappen

Er lag een krokodil in de kast

125 jaar geleden kocht de KU Leuven een collectie fossielen die ze nooit meer heeft bekeken. Voor het eerst is een groep studenten op zoek gegaan naar krokodilachtige botten. Zij vonden aanwijzingen voor Diplocynodon, de oudste alligatorachtige.

In de klas kun je het misschien verbieden. Toch blijkt het in de praktijk nog knap lastig om delen door nul altijd te vermijden.

Vorige week liet OpenAI weten dat zijn model een van de moeilijkste wiskundige problemen, het Navier-Stokesprobleem over vloeistofbewegingen, had opgelost. De claim moet nog bevestigd worden, maar welke doorbraak is de volgende? En wat betekent dat voor andere mysteries uit de wetenschap?

ColumnNatuurwetenschappen

De kracht van kruisbestuiving

Soms heeft een schilder een wiskundige nodig en soms heeft een wiskundige, zoals ik, een kunstenaar nodig om te zien hoe wonderlijk wiskunde voor niet-wiskundigen werkelijk is.

In China is barnsteen gevonden van maar liefst 385 miljoen jaar oud. Het stamt uit een tijd waarin insecten nog niet de grootste vijanden van planten waren.

Toen de Chicxulub-asteroïde 66 miljoen jaar geleden insloeg, was dat misschien nog maar het begin van de ramp. Nieuw onderzoek suggereert dat een wereldwijde stofdeken de hitte van de inslag vasthield en terugkaatste naar de aarde. Het gevolg? Wereldwijde natuurbranden die het einde van de dinosauriërs mogelijk al binnen enkele uren bezegelden.

ColumnNatuurwetenschappen

Bron van quantumkansen

Honderd zomers geleden deden kansen hun intrede in de quantummechanica. Dit gebeurde zonder veel fanfare: in een kort artikel van de theoretische fysicus Max Born uit Göttingen. Wetenschapsfilosoof Sylvia Wenackers schrijft over wat dit teweegbracht in de decennia daarna.

De ruimterots die 66 miljoen jaar geleden de dinosauriërs van de aardbodem veegde, blijkt veel zeldzamer te zijn dan gedacht. Onderzoekers identificeren haar als een uitzonderlijke meteorietsoort die nauwelijks op aarde gevonden wordt. Dat zet de deur open naar een nieuwe verklaring voor de massa-extinctie.

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven