Beeld: Mónica Solórzano-Kraemer
Barnsteen met ingesloten diertjes erin, zoals insecten of andere geleedpotigen, wordt wel vaker gevonden. Maar tot nu gebeurde dat vooral in het noordelijke halfrond. Daardoor hebben paleontologen vooral zicht op wat er in dat deel van de wereld miljoenen jaren geleden rondkroop en in het rond zoemde.
Veel van zulke barnsteenfossielen dateren uit het krijt, meer bepaald uit de periode tussen 125 en 72 miljoen jaar geleden. Toen werd er door naaldbomen zoals coniferen zeer veel hars geproduceerd, dat daarna kon verstenen tot barnsteen. Paleontologen noemen die periode ook wel Krijt Hars Interval.
Nu is ook in het zuidelijke halfrond een grote ‘barnsteenschat’ gevonden. In Ecuador groeven paleontologen tientallen stukjes barnsteen op, waarvan er twintig de resten van een diertje bevatten. De barnsteenfossielen zijn 112 miljoen jaar oud, toen de wereld zich nog in het vroege krijt bevond. Zuid-Amerika was zich toen nog aan het losmaken uit het zuidelijke supercontinent Gondwanaland. Voor Zuid-Amerika is de vondst een primeur. Niet eerder waren er barnsteenfossielen gevonden.
De twintig ingesloten diertjes horen thuis in verschillende insectenordes: van die van de vliegen tot die van de kevers. Ook zit er een springstaart bij, die niet als een insect wordt beschouwd. Een 21ste stukje barnsteen bevat tot slot enkele draden van een spinnenweb. De vondst geeft zo een inkijk in wat er leefde in Gondwanaland tijdens het vroege krijt.
Bron: University of Barcelona, Spanje
Schrijf je in op onze nieuwsbrief
En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

