De wiskunde achter de coronacurve

De wiskunde achter de coronacurve

Delen:

Deze grafiek, die men soms de 'coronacurve' noemt, toont het aantal besmette mensen als functie van de tijd. Als we geen actie ondernemen volgen we de rode curve. Te veel mensen worden dan kort na elkaar ziek waardoor de capaciteit van de gezondheidszorg overschreden wordt. Het idee van social distancing, teleworking en andere dergelijke maatregelen is om de verspreiding van de ziekte te vertragen. Dit resulteert in de blauwe curve. Minder mensen moeten dan tegelijkertijd opgenomen worden in de ziekenhuizen zodat de meeste (en in het beste geval alle) patiënten toch een plaats zullen hebben. Maar hoe komt men eigenlijk tot deze grafiek? Waarom stijgt het aantal besmettingen eerst zo snel? Waarom zou dit aantal uiteindelijk dalen, als het virus toch zo besmettelijk is?

Om deze vragen te beantwoorden, bespreken we een sterk vereenvoudigd model dat de verspreiding van infectieziekten beschrijft. Dit model, dat bekend staat als het SIR-model, deelt de bevolking op in drie groepen:

1. Groep S van vatbare personen. Zij hebben het virus nooit gehad maar kunnen eventueel besmet worden.
    2. Groep I van geïnfecteerde personen. Zij hebben het virus en kunnen personen uit groep S besmetten.
    3. Groep R van genezen of gestorven personen. Zij hadden de ziekte, maar zijn intussen genezen of gestorven. Zij kunnen de ziekte niet opnieuw krijgen. We veronderstellen dus dat als je geneest, je immuun wordt voor de ziekte.

De namen van de groepen komen van het Engelse 'susceptible', 'infective' en 'recovered'.
Schematisch kunnen we het SIR-model voorstellen als volgt.

Om te begrijpen hoe de coronacurve uit het model voortkomt, moeten we preciseren hoe snel de mensen uit groep S terechtkomen in groep I, en mensen uit I uiteindelijk in groep R. Volgens het SIR-model gebeurt de overgang van S naar I sneller wanneer er meer mensen in groep I zitten. Inderdaad, hoe meer mensen er al ziek zijn en dus anderen kunnen besmetten, hoe sneller de ziekte zich verspreidt. Hoe gemakkelijk het juist is voor een besmet persoon om het virus door te geven wordt verder bepaald door een parameter die we β\beta zullen noemen. Deze parameter geeft aan hoeveel andere mensen er per dag door één geïnfecteerde persoon blootgesteld worden aan de ziekte. Niet iedereen die blootgesteld wordt is echter vatbaar voor de ziekte. Voor mensen die de ziekte al hebben (groep I) verandert er niets. Mensen die de ziekte ooit al gehad hebben (groep R) zijn volgens ons model immuun. Alleen de groep S is vatbaar, en zij maken slechts een fractie van de totale bevolking uit. Daardoor zullen er voor elke besmette persoon niet gemiddeld β\beta personen per dag besmet worden, maar slechts β×aantal vatbare personenaantal mensen in de bevolking.\beta \times \frac{\text{aantal vatbare personen}}{\text{aantal mensen in de bevolking}}. We concluderen dat er elke dag

β×aantal geı¨nfecteerde personen×aantal vatbare personenaantal mensen in de bevolking\beta \times \text{aantal geïnfecteerde personen} \times \frac{\text{aantal vatbare personen}}{\text{aantal mensen in de bevolking}}

nieuwe besmettingen plaatsvinden. Gebruiken we de korte notatie $S$, $I$, en $R$ voor het aantal vatbare, geïnfecteerde en immune personen en de letter $N$ voor het aantal mensen in de bevolking, dan geeft dit het getal βISN\beta I \frac{S}{N}.

De tweede overgang is die van I naar R. Hoe snel mensen genezen of sterven hangt uiteraard af van ziekte tot ziekte. Een tweede parameter γ\gamma geeft aan welk deel van de besmette mensen I per dag ofwel geneest ofwel sterft. Elke dag komen er dan

γ×aantal geı¨nfecteerde personen=γI\gamma \times \text{aantal geïnfecteerde personen} = \gamma I

individuen uit groep I in groep R terecht. Met deze informatie kunnen we de schematische voorstelling van het SIR-model vervolledigen tot

Gebruik makend van dit eenvoudig model kunnen we met de computer de evolutie van $S$, $I$ en $R$ berekenen. Daarvoor hebben we wel waardes nodig voor β\beta en γ\gamma. Op dit moment is er echter weinig betrouwbare data beschikbaar, zodat we β\beta en γ\gamma voor het coronavirus niet precies kennen. In het onderstaande resultaat hebben we enkele redelijke waardes voor deze parameters gekozen.

De rode curve hier geeft $I$, en is exact dezelfde als de rode curve uit de eerste figuur. Hij ziet er wat kleiner uit omdat $S$ en $R$ nu ook op de grafiek staan. Laat ons nu het verloop van $S$, $I$ en $R$ verklaren aan de hand van de schematische voorstelling van het SIR-model. Vanuit de groep S is er enkel een pijl die weg wijst. Dit betekent dat het aantal mensen dat vatbaar is voor de ziekte enkel kan dalen in de tijd. Aan de andere kant van het diagram maken we dezelfde redenering: er is enkel een pijl die naar R wijst, dus het aantal immune personen zal steeds toenemen. Voor de groep I is er zowel een binnenkomende als een uitgaande pijl. In het begin van de epidemie, wanneer er nog niet veel mensen besmet zijn (de groep I is klein) en veel mensen vatbaar zijn (de groep S is groot), zal de overgang van S naar I veel sneller gebeuren dan die van I naar R. Met andere woorden, de binnenkomende pijl wint het van de uitgaande pijl en het aantal personen in groep I stijgt. Initieel gebeurt deze stijging sneller en sneller. Dit is de fase van de epidemie waarin er sprake is van een exponentiële groei van het aantal besmettingen. Gedurende deze fase groeit de groep I en verkleint de groep S. Na verloop van tijd zijn er nog zo weinig personen vatbaar dat het moeilijk wordt voor het virus om nog nieuwe mensen te infecteren. Stilaan begint de uitgaande pijl van I naar R het te winnen van de binnenkomende pijl. Het aantal geïnfecteerde personen neemt dan terug af. Op die manier zien we de coronacurve tevoorschijn komen.

Aangezien de parameter β\beta modelleert hoe gemakkelijk het is voor het virus om zich te verspreiden, is dit net de parameter die we als maatschappij kunnen beïinvloeden. In onze simulaties beschouwen we een populatie van 11 miljoen personen, wat ongeveer het aantal Belgen is. We nemen aan dat er 100 dagen nadat de ziekte zich begint te verspreiden 'lockdown maatregelen' worden doorgevoerd. Hierdoor verlaagt de waarde van β\beta en toont de curve een ander, vlakker verloop. Dit kan je zien op onderstaande animatie.

We gebruiken marketingcookies om deze website optimaal te laten werken. Accepteer deze cookies om verder te gaan.

Het verlagen van β\beta zorgt ervoor dat de piek van de curve veel lager blijft. De capaciteit van de ziekenhuizen wordt dan minder lang, minder sterk, of hopelijk zelfs niet overschreden. De patiënten worden meer 'verspreid' in de tijd. De piek gebeurt dus ook pas later. We kunnen ook nakijken wat de invloed is van de lockdown op het aantal vatbare, besmette en immune personen. Met behulp van een lichtjes aangepast model kunnen we de groep R verder opsplitsen in gestorven en genezen mensen. Zo bekomen we onderstaande animatie, waarin voor verschillende waarden van β\beta het aantal genezen, vatbare, besmette en gestorven personen wordt weergegeven gedurende 1 jaar.

We gebruiken marketingcookies om deze website optimaal te laten werken. Accepteer deze cookies om verder te gaan.

Merk op dat hoe meer we β\beta kunnen verkleinen door de lockdown richtlijnen strict na te leven, hoe minder mensen er uiteindelijk besmet zullen worden door het virus en hoe kleiner het verwachte aantal sterfgevallen. We concluderen: 'blijf in uw kot'!

Wie genteresseerd is in meer details kan ons iets uitgebreider, Engelstalig artikel hier vinden.

Delen:

Francis Halzen ontvangt de Nobelprijs voor Fysica 2026 voor zijn voortrekkersrol in het onderzoek naar hoog-energetische neutrino's met ijs. De fysicus werkt aan de University of Wisconsin, maar groeide op in België. Hij is de tweede Belg die de Nobelprijs voor Natuurkunde wint, na François Englert in 2013.

BlogNatuurwetenschappen

Er lag een krokodil in de kast

125 jaar geleden kocht de KU Leuven een collectie fossielen die ze nooit meer heeft bekeken. Voor het eerst is een groep studenten op zoek gegaan naar krokodilachtige botten. Zij vonden aanwijzingen voor Diplocynodon, de oudste alligatorachtige.

In de klas kun je het misschien verbieden. Toch blijkt het in de praktijk nog knap lastig om delen door nul altijd te vermijden.

Vorige week liet OpenAI weten dat zijn model een van de moeilijkste wiskundige problemen, het Navier-Stokesprobleem over vloeistofbewegingen, had opgelost. De claim moet nog bevestigd worden, maar welke doorbraak is de volgende? En wat betekent dat voor andere mysteries uit de wetenschap?

ColumnNatuurwetenschappen

De kracht van kruisbestuiving

Soms heeft een schilder een wiskundige nodig en soms heeft een wiskundige, zoals ik, een kunstenaar nodig om te zien hoe wonderlijk wiskunde voor niet-wiskundigen werkelijk is.

In China is barnsteen gevonden van maar liefst 385 miljoen jaar oud. Het stamt uit een tijd waarin insecten nog niet de grootste vijanden van planten waren.

Toen de Chicxulub-asteroïde 66 miljoen jaar geleden insloeg, was dat misschien nog maar het begin van de ramp. Nieuw onderzoek suggereert dat een wereldwijde stofdeken de hitte van de inslag vasthield en terugkaatste naar de aarde. Het gevolg? Wereldwijde natuurbranden die het einde van de dinosauriërs mogelijk al binnen enkele uren bezegelden.

ColumnNatuurwetenschappen

Bron van quantumkansen

Honderd zomers geleden deden kansen hun intrede in de quantummechanica. Dit gebeurde zonder veel fanfare: in een kort artikel van de theoretische fysicus Max Born uit Göttingen. Wetenschapsfilosoof Sylvia Wenackers schrijft over wat dit teweegbracht in de decennia daarna.

De ruimterots die 66 miljoen jaar geleden de dinosauriërs van de aardbodem veegde, blijkt veel zeldzamer te zijn dan gedacht. Onderzoekers identificeren haar als een uitzonderlijke meteorietsoort die nauwelijks op aarde gevonden wordt. Dat zet de deur open naar een nieuwe verklaring voor de massa-extinctie.

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven