Het getal dat zich niet laat vatten

Het getal dat zich niet laat vatten

Delen:

Op 14 maart 1988 gaf natuurkundige Larry Shaw een groot feest in het Exploratorium, zowat het Technopolis van San Francisco. Hij en zijn collega’s vertrokken in een cirkelvormige stoet om exact een minuut voor twee, om zich enige tijd later naar een tafel met massa’s taart te begeven. In de Verenigde Staten noteert men die dag en dat tijdstip als 3/14 1:59PM. Daarin herken je de eerste zes cijfers van pi. Shaw was namelijk gefascineerd door de wiskundige constante, die je in het Engels uitspreekt als pie, vandaar het taartbuffet.

Vandaag leert iedereen op school dat een cirkel met straal r een omtrek van 2πr en een oppervlakte πr² heeft. Die formules leveren de courante definities van pi als de verhouding van de omtrek van een cirkel tot tweemaal zijn straal, of de verhouding van zijn oppervlakte tot het kwadraat van zijn straal. Die verhoudingen zijn constant. Hoe groot de cirkel ook is, en of het nu gaat om de omtrek van een colablikje of de aarde. De eerste om dat te bewijzen was Archimedes, in 225 v. Chr.

Doorheen de geschiedenis hebben talloze geleerden met de mysterieuze constante geworsteld - zowel lang voor als lang na de bovengenoemde Griekse wiskundige. Eeuwenlang al zoeken ze naar de exacte waarde van het getal. In de Egyptische Rhind-papyrus uit 1550 v.Chr., een van de oudste wiskundige geschriften die we kennen, vinden we al duidelijke sporen van oppervlakteberekeningen van de cirkel.

In ‘Probleem 50’ merkt de auteur op dat ‘een cirkelvormig veld met diameter 9 dezelfde oppervlakte heeft als een vierkant veld met zijde 8’. En ‘Probleem 48’ geeft de redenering achter die bewering grafisch weer. Stel dat we rond een cirkel met diameter 9 een vierkant plaatsen met zijde 9. De zijden van dat vierkant verdelen we in drie, zodat nieuwe vierkantjes met zijde 3 ontstaan. Die gebruiken we om de oppervlakte van de cirkel te benaderen via een (onregelmatige) achthoek. Die bestaat uit vijf volledige vierkanten met zijde 3 en vier halve, wat neerkomt op

5(3.3) + 4/2(3.3) = 63.

De oppervlakte van de cirkel is iets groter dan die van de achthoek. Daarom, en omdat de Egyptische auteur op zoek was naar een ‘even groot’ vierkant, vermoeden we dat hij 63 verhoogde tot 64. Dat geeft een vierkant met zijde 8. Als we dat gelijkstellen aan de formule voor de oppervlakte van een cirkel, dan vinden we dat

π(9/2)² ≈ 8². Of dus dat voor de Egyptenaren

π ≈ (16/9)² = 3,1605.

Niet slecht. Rond 250 v. Chr. deed ook Archimedes een poging. Hij probeerde de oppervlakte van een cirkel te benaderen via de oppervlakte van in- en omgeschreven n-hoeken die hij kon berekenen via de stelling van Pythagoras. Via een proces met verdubbelende hoeken bewees hij dat pi ligt tussen 3 10/71 en 3 1/7. In 1672 bewees de Schotse James Gregory dat je pi kan benaderen via de verrassende reeks

π/4 = 1 - 1/3 + 1/5 - 1/7 + 1/9 - ...

waarbij de formule alternerend verderloopt met alle oneven getallen in de noemer. John Machin gebruikte deze reeksontwikkeling in 1706 om te komen tot 100 decimalen. Het was trouwens pas in dat jaar dat William Jones een symbool voor de constante invoerde. Jones koos voor de Griekse letter π (pi) en verwees daarmee naar het woord ‘perimeter’ of omtrek. Leonhard Euler maakte het symbool in 1740 wereldberoemd.

In 1760 bleek dat de zoektocht vergeefs is. Johann Heinrich Lambert bewees toen dat pi een zogenoemd irrationaal getal is, dus geen breuk. De getallenrij ‘na de komma’ zal nooit eindigen of zich herhalen. Je kan pi op z’n best benaderen. Onder meer aan de Vrije Universiteit Brussel werd daar op 14 maart 2015 al een lovenswaardige poging voor ondernomen tijdens de finale van de Wiskunnend Wiske-wedstrijd. Het huidige benaderingsrecord staat op naam van Peter Trueb, de wiskundige die in 2016 na 105 dagen computerberekeningen pi benaderde tot op 22.459.157.718.361 decimalen. Een prachtig staaltje wiskunde, programmeer- en ingenieurkunst. Prachtig hoe een wiskundige constante de digitale wereld kan uitdagen.

Delen:

Francis Halzen ontvangt de Nobelprijs voor Fysica 2026 voor zijn voortrekkersrol in het onderzoek naar hoog-energetische neutrino's met ijs. De fysicus werkt aan de University of Wisconsin, maar groeide op in België. Hij is de tweede Belg die de Nobelprijs voor Natuurkunde wint, na François Englert in 2013.

BlogNatuurwetenschappen

Er lag een krokodil in de kast

125 jaar geleden kocht de KU Leuven een collectie fossielen die ze nooit meer heeft bekeken. Voor het eerst is een groep studenten op zoek gegaan naar krokodilachtige botten. Zij vonden aanwijzingen voor Diplocynodon, de oudste alligatorachtige.

In de klas kun je het misschien verbieden. Toch blijkt het in de praktijk nog knap lastig om delen door nul altijd te vermijden.

Vorige week liet OpenAI weten dat zijn model een van de moeilijkste wiskundige problemen, het Navier-Stokesprobleem over vloeistofbewegingen, had opgelost. De claim moet nog bevestigd worden, maar welke doorbraak is de volgende? En wat betekent dat voor andere mysteries uit de wetenschap?

ColumnNatuurwetenschappen

De kracht van kruisbestuiving

Soms heeft een schilder een wiskundige nodig en soms heeft een wiskundige, zoals ik, een kunstenaar nodig om te zien hoe wonderlijk wiskunde voor niet-wiskundigen werkelijk is.

In China is barnsteen gevonden van maar liefst 385 miljoen jaar oud. Het stamt uit een tijd waarin insecten nog niet de grootste vijanden van planten waren.

Toen de Chicxulub-asteroïde 66 miljoen jaar geleden insloeg, was dat misschien nog maar het begin van de ramp. Nieuw onderzoek suggereert dat een wereldwijde stofdeken de hitte van de inslag vasthield en terugkaatste naar de aarde. Het gevolg? Wereldwijde natuurbranden die het einde van de dinosauriërs mogelijk al binnen enkele uren bezegelden.

ColumnNatuurwetenschappen

Bron van quantumkansen

Honderd zomers geleden deden kansen hun intrede in de quantummechanica. Dit gebeurde zonder veel fanfare: in een kort artikel van de theoretische fysicus Max Born uit Göttingen. Wetenschapsfilosoof Sylvia Wenackers schrijft over wat dit teweegbracht in de decennia daarna.

De ruimterots die 66 miljoen jaar geleden de dinosauriërs van de aardbodem veegde, blijkt veel zeldzamer te zijn dan gedacht. Onderzoekers identificeren haar als een uitzonderlijke meteorietsoort die nauwelijks op aarde gevonden wordt. Dat zet de deur open naar een nieuwe verklaring voor de massa-extinctie.

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven