Beeld: Albertplein in Knokke, bijgenaamd Place Matuvu, werd heraangelegd rondom een merkwaardige wiskundige structuur van ingenieur-architect Philippe Samyn.
De toeristische dienst van Knokke organiseert regelmatig een Art Tour die de deelnemers langs niet zo bekende plaatsen met allerhande kunstwerken voert. Het tochtje gaat in een elektrisch busje, een soort groot golfkarretje – noblesse oblige. Het brengt de deelnemers ook naar het Albertplein, bekend onder de gebruikelijke naam van Place Matuvu, afgeleid van het Franse M’as-tu vu? of Heb je me gezien?. Het verwijst naar de gewoonte van de er paraderende wandelaars om zich zo ‘chique’ te kleden dat je niet naast hen kunt kijken. Het is een hobby als een ander, maar dit artikel kijkt vooral naar de mathematica, vandaar de toevoeging van de ‘h’ in de titel.
Architect Ridder Philippe Samyn (zie kaderstuk) won de openbare aanbesteding voor de heraanleg van het Albertplein, in samenwerking met PSR Brownfield Developers nv (Jan De Nul Group) & Luc Goethals Promotor nv. Hij had een paviljoen voorgesteld in de vorm van een halve ‘bol’ gevormd door kristalglazen driehoeken die afwisselend gespiegeld en ontspiegeld zijn. Het ligt in een wateroppervlak, waardoor het spiegelbeeld in het water de halve ‘bol’ vervolledigt tot een volledige ‘bol’. Het water kan trouwens afgevoerd worden zodat er een evenementenplein tevoorschijn komt. In de tegels van het plein zijn muntstukken uit de hele wereld verwerkt, niet alleen om later eventueel vastgekleefde kauwgoms te verhullen, maar ook als een knipoog naar de kosmopolitische bezoeker van Knokke, voor wie geld niet onbelangrijk is.
Veelgestelde vragen
Interessanter vanuit wiskundig standpunt is echter de precieze structuur van de ‘bol’. Het is meer een torus, een soort halve ring in de vorm van een autoband of donut, al is ook dat geen correcte beschrijving voor die vorm. Samyn realiseerde met dit ontwerp immers een droom waar hij al 45 jaar mee rond liep: een veelvlak, opgebouwd uit gelijkzijdige driehoeken, steeds in lagen onder dezelfde hoek ten opzichte van elkaar en opgevuld met andere, niet gelijkzijdige driehoeken.
Beginnen we bijvoorbeeld met twintig driehoeken waarvan telkens twee hoekpunten op een cirkel liggen volgens een regelmatige twintighoek ingeschreven in die cirkel. Voor de eenvoud nemen we hier gelijkzijdige driehoeken, maar eigenlijk hoeft dit niet. We laten ze allemaal dezelfde hoek aannemen met het vlak van de cirkel, bijvoorbeeld, 15°, en laten ze naar buiten wijzen, een beetje zoals in een kroon. De ruimte tussen die driehoeken wordt opgevuld met andere driehoeken die dan weliswaar niet gelijkzijdig zijn. Vervolgens plaatsen we hierop nog een kring van twintig gelijkzijdige driehoeken die weer een hoek maken van 15°, nu met de niet-gelijkzijdige driehoeken waarmee we de eerste kring opvulden. En zo verder: hierop komen weer gelijkzijdige driehoeken onder een hoek van 15°, met de niet-gelijkzijdige driehoeken waarmee we de tweede kring opvulden. We kunnen die kringen trouwens ook binnenin de cirkel construeren waarmee we begonnen waren. Uiteindelijk ontstaat een soort donutvorm met twee naar binnen krullende uiteinden. Wanneer we die middendoor snijden en één helft op zijn kant plaatsen, ontstaat een eenvoudig model voor de geometrische vorm van het nieuwe paviljoen.
Constructie van Samyns geometrische vorm, vertrekkend van twintig gelijkzijdige driehoeken onder een hoek van 15°.
Voor een nog meer gestroomlijnd resultaat nam Samyn zelf zestig driehoeken op een cirkel en een hoek van 5°. Het was echter niet alleen het geometrische aspect dat hem boeide, maar ook het bouwkundige: op deze wijze kon hij een koepel maken opgebouwd uit gelijkzijdige driehoeken. Die hebben natuurlijk ook drie gelijke hoeken, en dat maakt het bouwproces eenvoudiger, vooral voor het ontwerp van de knopen die de profielen verbinden en de structuur dragen.
Samyns geometrische opbouw is zonder meer geniaal. Buckminster Fuller kreeg wereldfaam met zijn Fuller Domes en Norman Foster algemene bewondering voor zijn overkoepeling van het British Museum in London. Het Matuvu-paviljoen mag dan wel niet monumentaal zijn, het is des te eleganter. Er komt overigens heel wat rekenwerk bij kijken, met zoveel cosinussen en sinussen dat de eerste computers waarop Samyn zijn berekeningen wou uitvoeren, jaren geleden, het rekenwerk nauwelijks aankonden. In Knokke greep hij opnieuw zijn kans, met de allermodernste rekentechnieken. Samyn zelf noemt zijn geliefde vorm een zee-egel. Hopelijk vindt die naam ingang – en voor je het opzoekt om er in Knokke over te kunnen meepraten: in het Frans is dit un oursin.
Meer hersenkrakers in Knokke
Ook de Knokse Stichting Luc Peire bezit een hypersymmetrisch kunstwerk, terwijl het Rubensplein al in 2004 voor rekenkundige hoofdbrekers zorgde.
Credit: Dirk Huylebrouck
Veelgestelde vragen
Credit: Dirk Huylebrouck
Veelgestelde vragen
Schrijf je in op onze nieuwsbrief
En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

