Spreekt u ook wiskunde?

Spreekt u ook wiskunde?

Delen:

Hannelore Prinsen zit in het vijfde jaar wiskunde-wetenschappen. Ze blogt over wetenschap op en naast de schoolbanken.

In de lagere school hoefde ik me nooit extra in te zetten voor alles wat met taal te maken had, ik hoefde nooit te leren voor toetsen en lezen en schrijven ging als een trein.

Rekenen daarentegen was een ramp. Ik vergat steeds wat ik aan het doen was met welk cijfertje, mijn kortetermijngeheugen kon het op dat vlak nog niet winnen van dat van een goudvis. Als er een toets aankwam, moest ik een week op voorhand beginnen. De avond voor de toets was het chaos in de woonkamer.

Mijn eerste paar jaren wiskunde verliepen op een soortgelijke manier. Ik wist dat wiskunde een cruciaal deel van mijn studie zou worden. Er moest iets veranderen.

Hoe heb ik die wiskunde dan eindelijk aangepakt?

Wel, ik dacht bij mezelf, ik begrijp talen. Wat als ik wiskunde studeer alsof het een taal is? Is het eigenlijk niet een beetje een taal?

Makkelijker gezegd dan gedaan.

Het prille begin

Bij het noteren van definities en eigenschappen was de gelijkenis nog groot. Bepaalde symbolen betekenden bepaalde woorden, en ik kon de uitdrukkingen vertalen. Toen we dieper in het vak doken en de verschillende lagen me links en rechts voorbijschoten, moest ik verder terugdenken.

Ik ging in gedachte terug naar het prille begin.

Zo zou bijvoorbeeld ooit een oermens naar een steen gewezen hebben en voor het eerst het woord “steen” hebben gebruikt om het te beschrijven (toen werd dat nog uitgesproken als hgruugh).

Enkele eeuwen later besefte een man in een wit gewaad misschien terwijl hij een stuk brood vasthield, dat het stuk in zijn hand altijd kleiner zou zijn dan het brood waar hij het af gesneden had. Hij wilde dat graag duidelijk maken aan zijn vrienden. Hij legde het concept van een deel en een geheel vast. Later probeerde hij de delen en gehelen op te tellen en af te trekken, en dan zijn we vertrokken.

Waar taal tekortschiet

Wiskunde, net zoals taal, is uitgevonden om de wereld te beschrijven. Het verschil ligt erin dat taal dingen beschrijft die we op de ene of de andere manier kunnen waarnemen. Op bepaalde gebieden schiet de taal tekort. De wiskunde vult de taal aan op abstract terrein.

Er bestaat een abstract concept, het concept wordt vastgelegd en beschreven, en dan kijkt men wat men ermee kan doen.

Net zoals er een visueel concept kan bestaan, waarvoor dan een passend woord bedacht wordt dat later mee de zinnen vormt waaruit onze taal bestaat.

Het opmerkelijke is, dat in beide gevallen zich ook een dialect vormt. Een spreektaal die niet honderd procent accuraat is, maar veel gebruikt wordt. Zo spreken we in de wiskunde bijvoorbeeld over de hoek alfa, terwijl alfa duidt op de grootte van de hoek, en niet de hoek zelf. Maar eerlijk, je gaat toch niet elke keer de hoek met grootte alfa zeggen, dat is verloren tijd.

Uiteindelijk ontstaat in beide gevallen een gestructureerd net van begrippen en ideeën die met elkaar verbonden zijn op allerlei manieren en waarmee velden en groepen en ringen kunnen worden gevormd en waarmee we samen – als we diep genoeg duiken – het hele universum mee kunnen vastleggen.

Delen:

Francis Halzen ontvangt de Nobelprijs voor Fysica 2026 voor zijn voortrekkersrol in het onderzoek naar hoog-energetische neutrino's met ijs. De fysicus werkt aan de University of Wisconsin, maar groeide op in België. Hij is de tweede Belg die de Nobelprijs voor Natuurkunde wint, na François Englert in 2013.

BlogNatuurwetenschappen

Er lag een krokodil in de kast

125 jaar geleden kocht de KU Leuven een collectie fossielen die ze nooit meer heeft bekeken. Voor het eerst is een groep studenten op zoek gegaan naar krokodilachtige botten. Zij vonden aanwijzingen voor Diplocynodon, de oudste alligatorachtige.

In de klas kun je het misschien verbieden. Toch blijkt het in de praktijk nog knap lastig om delen door nul altijd te vermijden.

Vorige week liet OpenAI weten dat zijn model een van de moeilijkste wiskundige problemen, het Navier-Stokesprobleem over vloeistofbewegingen, had opgelost. De claim moet nog bevestigd worden, maar welke doorbraak is de volgende? En wat betekent dat voor andere mysteries uit de wetenschap?

ColumnNatuurwetenschappen

De kracht van kruisbestuiving

Soms heeft een schilder een wiskundige nodig en soms heeft een wiskundige, zoals ik, een kunstenaar nodig om te zien hoe wonderlijk wiskunde voor niet-wiskundigen werkelijk is.

In China is barnsteen gevonden van maar liefst 385 miljoen jaar oud. Het stamt uit een tijd waarin insecten nog niet de grootste vijanden van planten waren.

Toen de Chicxulub-asteroïde 66 miljoen jaar geleden insloeg, was dat misschien nog maar het begin van de ramp. Nieuw onderzoek suggereert dat een wereldwijde stofdeken de hitte van de inslag vasthield en terugkaatste naar de aarde. Het gevolg? Wereldwijde natuurbranden die het einde van de dinosauriërs mogelijk al binnen enkele uren bezegelden.

ColumnNatuurwetenschappen

Bron van quantumkansen

Honderd zomers geleden deden kansen hun intrede in de quantummechanica. Dit gebeurde zonder veel fanfare: in een kort artikel van de theoretische fysicus Max Born uit Göttingen. Wetenschapsfilosoof Sylvia Wenackers schrijft over wat dit teweegbracht in de decennia daarna.

De ruimterots die 66 miljoen jaar geleden de dinosauriërs van de aardbodem veegde, blijkt veel zeldzamer te zijn dan gedacht. Onderzoekers identificeren haar als een uitzonderlijke meteorietsoort die nauwelijks op aarde gevonden wordt. Dat zet de deur open naar een nieuwe verklaring voor de massa-extinctie.

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven