Waarom sommige dieren de 'Great Dying' overleefden

Waarom sommige dieren de 'Great Dying' overleefden

Delen:

Openingsbeeld: Voorbeelden van de moderne fauna (drie links) en de Paleozoïsche fauna (vier rechts). Credit: Sarah Leibovitz.

Zo'n 252 miljoen jaar geleden verdween tijdens de Perm-Trias-extinctie, ook wel de ‘Great Dying’ genoemd, bijna al het leven in zee. Naar schatting 96 procent van alle mariene soorten en 70 procent van de gewervelde landdieren verdwenen. Geen enkele andere uitstervingsgolf in de geschiedenis van de aarde was zo ingrijpend.

Wetenschappers vermoedden al langer dat enorme vulkaanuitbarstingen in het huidige Siberië hiervoor de aanzet gaven. Dit onderzoek bevestigt die hypothese: door de uitstoot van grote hoeveelheden broeikasgassen warmde de aarde snel op. De oceanen werden warmer, verloren zuurstof en verzuurden. Toch bleef één vraag onbeantwoord: waarom stierven sommige diergroepen massaal uit, terwijl andere relatief goed standhielden?

Volgens een nieuwe studie van onderzoekers van Stanford University ligt het antwoord verrassend genoeg in iets wat elk organisme bezit: zijn stofwisseling.

Dominantie in oceaan

Het metabolisme bepaalt hoeveel zuurstof een dier nodig heeft om te groeien, zich voort te planten en te overleven. De onderzoekers vergeleken de fysiologie van de eerste oceaanbewoners, de oude Paleozoïsche fauna, zoals brachiopoden en zeelelies, met die van de moderne fauna, waaronder mosselen, slakken en zee-egels.

In laboratoriumexperimenten plaatsten de onderzoekers levende mariene dieren in speciale meetkamers waarin ze hun zuurstofverbruik maten. Daarna verhoogden ze de watertemperatuur om te zien hoe hun zuurstofbehoefte veranderde. Met die gegevens konden ze berekenen welke diergroepen het kwetsbaarst waren voor de warme, zuurstofarme oceanen tijdens de Perm-Trias-extinctie.

De oude diergroepen hadden een traag metabolisme. Diergroepen die nu nog bestaan hadden een sneller metabolisme

Wat bleek? De oude diergroepen hadden een traag metabolisme. Toen de oceanen snel opwarmden, nam hun zuurstofbehoefte veel sterker toe dan hun lichaam kon compenseren. Diergroepen die nu nog bestaan hadden daarentegen een sneller metabolisme. Ze verbruikten meer energie, maar hun lichaam kon zich makkelijker aanpassen aan de nieuwe levensomstandigheden.

Parallel met heden

Die verschillen bepaalden uiteindelijk welke diergroepen verdwenen en welke de moderne oceanen gingen domineren. Daarom vinden we vandaag nog overal mosselen, kokkels, slakken en zee-egels, terwijl de ooit dominante armpotigen nog slechts een kleine rol spelen in mariene ecosystemen.

De onderzoekers zien ook een duidelijke parallel met het heden. Door menselijke uitstoot van broeikasgassen warmt de aarde opnieuw op. Net als tijdens de Perm-Trias-extinctie worden de oceanen warmer, neemt het zuurstofgehalte af en verzuren de zeeën.

Dat betekent niet dat een nieuwe massa-extinctie onvermijdelijk is. Volgens de onderzoekers is er nog steeds ruimte om de gevolgen van klimaatverandering te beperken. Tegelijk laat de studie zien dat ook de huidige opwarming van de oceanen sommige diergroepen harder kan treffen dan andere. Inzicht in welke soorten het kwetsbaarst zijn, kan helpen om mariene ecosystemen beter te beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering.

Delen:

Francis Halzen ontvangt de Nobelprijs voor Fysica 2026 voor zijn voortrekkersrol in het onderzoek naar hoog-energetische neutrino's met ijs. De fysicus werkt aan de University of Wisconsin, maar groeide op in België. Hij is de tweede Belg die de Nobelprijs voor Natuurkunde wint, na François Englert in 2013.

BlogNatuurwetenschappen

Er lag een krokodil in de kast

125 jaar geleden kocht de KU Leuven een collectie fossielen die ze nooit meer heeft bekeken. Voor het eerst is een groep studenten op zoek gegaan naar krokodilachtige botten. Zij vonden aanwijzingen voor Diplocynodon, de oudste alligatorachtige.

In de klas kun je het misschien verbieden. Toch blijkt het in de praktijk nog knap lastig om delen door nul altijd te vermijden.

Vorige week liet OpenAI weten dat zijn model een van de moeilijkste wiskundige problemen, het Navier-Stokesprobleem over vloeistofbewegingen, had opgelost. De claim moet nog bevestigd worden, maar welke doorbraak is de volgende? En wat betekent dat voor andere mysteries uit de wetenschap?

ColumnNatuurwetenschappen

De kracht van kruisbestuiving

Soms heeft een schilder een wiskundige nodig en soms heeft een wiskundige, zoals ik, een kunstenaar nodig om te zien hoe wonderlijk wiskunde voor niet-wiskundigen werkelijk is.

In China is barnsteen gevonden van maar liefst 385 miljoen jaar oud. Het stamt uit een tijd waarin insecten nog niet de grootste vijanden van planten waren.

Toen de Chicxulub-asteroïde 66 miljoen jaar geleden insloeg, was dat misschien nog maar het begin van de ramp. Nieuw onderzoek suggereert dat een wereldwijde stofdeken de hitte van de inslag vasthield en terugkaatste naar de aarde. Het gevolg? Wereldwijde natuurbranden die het einde van de dinosauriërs mogelijk al binnen enkele uren bezegelden.

ColumnNatuurwetenschappen

Bron van quantumkansen

Honderd zomers geleden deden kansen hun intrede in de quantummechanica. Dit gebeurde zonder veel fanfare: in een kort artikel van de theoretische fysicus Max Born uit Göttingen. Wetenschapsfilosoof Sylvia Wenackers schrijft over wat dit teweegbracht in de decennia daarna.

De ruimterots die 66 miljoen jaar geleden de dinosauriërs van de aardbodem veegde, blijkt veel zeldzamer te zijn dan gedacht. Onderzoekers identificeren haar als een uitzonderlijke meteorietsoort die nauwelijks op aarde gevonden wordt. Dat zet de deur open naar een nieuwe verklaring voor de massa-extinctie.

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven