Een knuffelclub, waarom ook niet?

Een knuffelclub, waarom ook niet?

Delen:

Onlangs kreeg ik van mijn vorige werkgever, in het kader van de universitaire Dag van Mentale Gezondheid, een uitnodiging om me in te schrijven voor een ‘Knuffelclub’. In zijn eigen woorden: ‘De Knuffelclub is honden­therapie rechtstreeks bezorgd aan je eigen bureau. Wetenschappelijk bewezen EN schattig!’ Mijn relatie met dieren is – de kat van mijn beste vriend buiten beschouwing gelaten – eerder neutraal. Maar een goede therapeutische knuffel zou ik wel degelijk kunnen gebruiken. Mijn nieuwsgierigheid was dus gewekt. Hoe werkt die knuffeltherapie precies? Wat zijn die bewezen effecten?

Het merendeel van het onderzoek naar hondentherapie is uitgevoerd bij ouderen, en veelal in rusthuizen. De aanwezigheid van een hond in die context levert inderdaad bemoedigende resultaten op: de ouderen gedroegen zich socialer, niet alleen richting de hond, maar ook onderling. Ook vertoonden ze meer positieve en minder negatieve emoties. In sommige studies werd daarnaast een vermindering van stresshormonen en een verlaagde bloeddruk gemeten. De hond bracht dus ook objectief gezien rust.

Niet alleen rusthuizen, maar ook scholen zetten steeds vaker honden in om sociaal gedrag te bevorderen en stress te verminderen. Er zijn diverse resultaten te vinden van verbeterde leerprestaties en verminderd pestgedrag in groepen waar een ‘klassenhond’ aanwezig is.

Toch zijn er ook enkele kanttekeningen te maken bij de studies die tot dusver zijn uitgevoerd. Er is bijvoorbeeld enorm veel variatie in de soort therapie die werd aangeboden en er ontbreken duidelijke richtlijnen. Kreeg de hond een bepaalde training? Is puur de aanwezigheid voldoende, of moeten er ook activiteiten met de hond worden ingepland? In sommige gevallen ging het zelfs niet om een echt dier, maar om een robot- of virtuele hond. Bovendien kon niet altijd worden uitgesloten dat de rol van de verzorger of leerkracht, die vaak een aanzet gaf in het tonen van sociaal en positief gedrag, eigenlijk bepalender was dan de aanwezigheid van het dier. Daarnaast leek de therapie vooral effectief voor mensen die eerder al een band hadden gehad met honden.

De kat van mijn vriend zoekt mijn gezelschap op. Al mijn scepsis valt van me af

En toch: uit geen enkele studie kwam een negatief effect van de therapie. Dus ja, een knuffelclub, waarom ook niet?

Dierentherapie bestaat vaak uit meer dan enkel knuffelen. Wie graag coaching volgt in relatie tot een dier, kan tegenwoordig kiezen uit een breed aanbod: van zwemsessies met dolfijnen, trainingen met paarden tot wandelingen met alpaca’s. De aanwezigheid van het dier geeft extra rust, motivatie en beloning. En zulke trainingen vertrekken meestal vanuit het idee dat het veiliger en dus ook leerzamer is een bepaalde relatie of interactie aan te gaan met een dier dan met een mens. Om die reden wordt er meer en meer onderzoek gedaan naar de mogelijke voordelen van zulke therapiesessies voor bijvoorbeeld mensen met autisme. Veel van deze studies zijn echter niet optimaal uitgevoerd, en nog lang niet alle aangeboden methodes zijn wetenschappelijk onderzocht. Zeker over langetermijneffecten is nog weinig bekend. Dierentherapie is dan ook enkel aangeraden als aanvulling op andere therapievormen.

Maar dan word ik op een zonnige ochtend wakker met een warm, rustig ademend bolletje tegen mij aan. De kat van mijn vriend zoekt mijn gezelschap op. Al mijn scepsis en wetenschappelijke bezwaren vallen van me af. Er lijkt me op dat moment niets troostrijkers dan de aanwezigheid van dit beestje – het soort troost dat je iedereen gunt die het even moeilijk heeft.

Wat is de herkomst van het woord 'therapie'?

Delen:

Mensen met een verslaving die rondzwerven op straten en pleinen en slapen in het park. Ze lijken met steed smeer te zijn. Klopt dat? En: hoe kun je mensen met complexe problematiek het beste helpen? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan Luna Van Suetendael.

Hoe kunnen kleuterleerkrachten de taalontwikkeling van jonge kinderen stimuleren? En welke rol spelen dagelijkse interacties daarin? Je leest het in deze blog van Saskia Bruyninckx.

Dit is een artikel van: OpgroeienBlog

Steeds meer scholen experimenteren met beweging tijdens de schooldag: een korte beweegpauze tussen twee lessen, of beweging tijdens de lesuren. Maar is dat wel efficiënt? Het antwoord uit de wetenschap is genuanceerd: beweging biedt vele kansen, mits het doordacht geïmplementeerd wordt.

Wat als je kind vaak druk, boos, stil of gevoelig is? Het heeft niet gewoon een slechte dag, maar het is zo, elke dag. Onder ouders aan de schoolpoort hoor je dan al snel: dat kind heeft een diagnose nodig. Maar klopt dat wel? Eos-redacteur Kim Verhaeghe vraagt het aan Liesbeth Gijsel, hoofdredacteur van Eos Psyche&Brein en auteur van het boek 'Druk, stil, gevoelig?'

Het gaat niet goed met jongeren. Ze hebben last van angsten, depressieve gevoelens en slaapproblemen. Komt dat door de smartphone en sociale media? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan psycholoog Ernst Koster (UGent).

Een begroting opmaken lijkt tegenwoordig enkel te lukken als je meerdere dagen achter elkaar doorwerkt tot in de vroege uurtjes. Is dit echt een succesvolle manier van werken? En kunnen we de uiteindelijke beslissingen die genomen zijn vertrouwen, gezien het feit dat ze genomen zijn onder invloed van aanzienlijke mentale vermoeidheid en slaapgebrek?

Een op de vier jonge nieuwkomers voelt zich vaak of altijd eenzaam. Dat is twee tot drie keer vaker dan leeftijdsgenoten zonder migratieachtergrond. Toch ziet bijna niemand het. Zelfs leerkrachten en medeleerlingen zijn verrast door hoe groot en veelvoorkomend die eenzaamheid is.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

Theezetten lijkt vanzelfsprekend, maar weinig mensen kunnen vertellen hoe de waterkoker er exact uitziet of gebruikt wordt. Op het werk mijn vingers verbranden was een uitnodiging om daar eens dieper over na te denken.

Een architect ontwerpt gebouwen, toch? Dat niet alleen. Een architect kan ook mensen helpen om hun verlies een plaats te geven. Zo ontstaan persoonlijke herdenkingsplekken die betekenisvol blijven, ook al worden deze nooit gebouwd.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven