Gen verdrijft depressie

Gen verdrijft depressie

Delen:

Beeld: Microfoto van een zenuwcel neuron in het brein van een muis.

Een bepaald gen in de hersenen van depressieve mannetjesmuizen activeren doet hun symptomen van depressie afnemen. Ze zonderen zich minder af van de andere muizen en krijgen opnieuw interesse in onder meer seks. Dat blijkt uit een onderzoek van neurowetenschappers¹ aan de Amerikaanse Augusta University. Ze hopen dat dezelfde ingreep bij menselijke patiënten met een depressie vergelijkbare resultaten oplevert.

Wat de wetenschappers nog niet weten, is waarom de ingreep niet werkt bij depressieve vrouwtjesmuizen

Wetenschappers wisten al langer dat het SIRT1-gen een rol speelt bij depressie. Een actief SIRT1-gen staat namelijk in voor het activeren van zogenoemde stimulerende hersencellen. Die neuronen prikkelen andere hersencellen en zijn zo betrokken bij de communicatie tussen hersencellen. Bij depressiepatiënten zijn de stimulerende neuronen minder actief.

De onderzoekers activeerden het gen in de prefrontale cortex van depressieve mannetjesmuizen. Dat hersengebied speelt onder meer een rol bij plannen en sociaal gedrag. Ze zagen dat een actief SIRT1-gen de depressieve symptomen deed omkeren. De muizen trokken zich niet meer terug uit de groep en hun desinteresse verdween.

Nu willen de wetenschappers uitzoeken waarom depressieve vrouwtjesmuizen geen baat hadden bij het activeren van het gen. Het is namelijk wel bekend dat ook bij vrouwen het SIRT1-gen betrokken is bij depressie.

De onderzoekers hopen dat de vondst kan leiden tot een medicijn dat het SIRT1-gen aanschakelt. Misschien bestaat er zelfs al een medicijn met dat effect en is het alleen nog niet gebruikt om een depressie te bestrijden.

Noten

  1. Yun Lei, Augusta University, VS in Molecular Psychiatry

Delen:

Mensen met een verslaving die rondzwerven op straten en pleinen en slapen in het park. Ze lijken met steed smeer te zijn. Klopt dat? En: hoe kun je mensen met complexe problematiek het beste helpen? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan Luna Van Suetendael.

Hoe kunnen kleuterleerkrachten de taalontwikkeling van jonge kinderen stimuleren? En welke rol spelen dagelijkse interacties daarin? Je leest het in deze blog van Saskia Bruyninckx.

Dit is een artikel van: OpgroeienBlog

Steeds meer scholen experimenteren met beweging tijdens de schooldag: een korte beweegpauze tussen twee lessen, of beweging tijdens de lesuren. Maar is dat wel efficiënt? Het antwoord uit de wetenschap is genuanceerd: beweging biedt vele kansen, mits het doordacht geïmplementeerd wordt.

Wat als je kind vaak druk, boos, stil of gevoelig is? Het heeft niet gewoon een slechte dag, maar het is zo, elke dag. Onder ouders aan de schoolpoort hoor je dan al snel: dat kind heeft een diagnose nodig. Maar klopt dat wel? Eos-redacteur Kim Verhaeghe vraagt het aan Liesbeth Gijsel, hoofdredacteur van Eos Psyche&Brein en auteur van het boek 'Druk, stil, gevoelig?'

Het gaat niet goed met jongeren. Ze hebben last van angsten, depressieve gevoelens en slaapproblemen. Komt dat door de smartphone en sociale media? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan psycholoog Ernst Koster (UGent).

Een begroting opmaken lijkt tegenwoordig enkel te lukken als je meerdere dagen achter elkaar doorwerkt tot in de vroege uurtjes. Is dit echt een succesvolle manier van werken? En kunnen we de uiteindelijke beslissingen die genomen zijn vertrouwen, gezien het feit dat ze genomen zijn onder invloed van aanzienlijke mentale vermoeidheid en slaapgebrek?

Een op de vier jonge nieuwkomers voelt zich vaak of altijd eenzaam. Dat is twee tot drie keer vaker dan leeftijdsgenoten zonder migratieachtergrond. Toch ziet bijna niemand het. Zelfs leerkrachten en medeleerlingen zijn verrast door hoe groot en veelvoorkomend die eenzaamheid is.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

Theezetten lijkt vanzelfsprekend, maar weinig mensen kunnen vertellen hoe de waterkoker er exact uitziet of gebruikt wordt. Op het werk mijn vingers verbranden was een uitnodiging om daar eens dieper over na te denken.

Een architect ontwerpt gebouwen, toch? Dat niet alleen. Een architect kan ook mensen helpen om hun verlies een plaats te geven. Zo ontstaan persoonlijke herdenkingsplekken die betekenisvol blijven, ook al worden deze nooit gebouwd.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven