'Gender is geen honderd-procent-verhaal'

'Gender is geen honderd-procent-verhaal'

Delen:

Hannelore Prinsen zit in het vijfde jaar wiskunde-wetenschappen. Ze blogt over wetenschap op en naast de schoolbanken.

Zelf heb ik nooit in de knoop gelegen met mijn gender. Ik speelde graag met Barbies, ik speelde graag met Lego, ik verkleedde me als elfje en als piraat. Voor mij was dat allemaal normaal. Ik was gewoon een meisje. Toen ik later het concept leerde kennen, had ik tonnen vragen. Gelukkig vond ik iemand die deze kon beantwoorden.

Een vriendin in mijn klas heeft het gebied vanuit haar eigen ervaringen verkend.

Op dit moment identificeert zij zich als genderflux, al zijn er weinig mensen die dat weten. De lijn tussen verschillende genderidentiteiten is echter vaak dun, en nog steeds twijfelt ze soms of ze niet eerder non-binair is. Dit resulteert vaak in een filosofische spiraal, die leidt naar de wens om gender compleet af te schaffen en er nooit meer over na te hoeven denken.

“Verdorie, ik ben m’n gender kwijt” grapt ze met mij aan de telefoon, terwijl ze in woorden proberen gieten wat er dagelijks in haar hoofd omgaat. “Ik wil geen tiddies*, en dan kijk ik omlaag en sh**. Tiddies.” De klassieke gen-z humor ontbreekt niet.

De puberjaren zijn voor niemand een gemakkelijke tijd.

Je ware ik ontdekken is ook geen makkelijke opdracht. Voeg aan dat mengsel gender toe, en je vaarwater wordt helemaal troebel. Ik heb als gewoon meisje jaren gespendeerd aan het vinden van mezelf, misschien ben ik er nog steeds niet helemaal uit. Ik kan niet eens beginnen me voor te stellen hoe het zou zijn als ik ook nog op zoek moest gaan naar mijn genderidentiteit.

Daarbij komt dat veel mensen onwetend zijn over wat gender is, of zelfs sterke negatieve emoties tegenover het onderwerp dragen.

“Gender is een fabeltje”, “er zijn twee genders, man en vrouw”, “het is een fase”, “die mensen willen gewoon aandacht”.

In mijn expeditie op sociale media vond ik honderden, nee, duizenden reacties met die boodschap. Vaak waren deze ook agressief verwoord, spottend en scheldend. Aan beide kanten leven extremisten. Zo worden ook een hoop mensen uitgekafferd wanneer ze iemand met verkeerde voornaamwoorden aanspreken, al is dat geheel per ongeluk. Dat is toch ook niet oké?

Ook zou er een grens moeten zijn in hoever je kan gaan met het toevoegen van termen. Ik vermoed dat iedereen zich weleens minder vrouwelijk of minder mannelijk voelt. Ik denk niet dat gender ooit een honderd-procent-verhaal is. Anders zouden alle mannen agressieve macho’s en alle vrouwen tuttebellen zijn, en dat is echt niet zo.

Een vriend van me zegt dat nieuwsgierigheid een typisch vrouwelijke eigenschap is, net zoals zorgzaamheid. Loyaliteit zou dan weer eerder een mannelijk trekje zijn. In de realiteit mengen al die eigenschappen zich.

Maar, wie ben ik om iemand termen af te nemen die hun steun bieden in hun persoonlijke zoektocht? Enkel omdat ze op mij niet van toepassing zijn?

Zijn er dan geen ernstigere zaken om van wakker te liggen?

Delen:

Mensen met een verslaving die rondzwerven op straten en pleinen en slapen in het park. Ze lijken met steed smeer te zijn. Klopt dat? En: hoe kun je mensen met complexe problematiek het beste helpen? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan Luna Van Suetendael.

Hoe kunnen kleuterleerkrachten de taalontwikkeling van jonge kinderen stimuleren? En welke rol spelen dagelijkse interacties daarin? Je leest het in deze blog van Saskia Bruyninckx.

Dit is een artikel van: OpgroeienBlog

Steeds meer scholen experimenteren met beweging tijdens de schooldag: een korte beweegpauze tussen twee lessen, of beweging tijdens de lesuren. Maar is dat wel efficiënt? Het antwoord uit de wetenschap is genuanceerd: beweging biedt vele kansen, mits het doordacht geïmplementeerd wordt.

Wat als je kind vaak druk, boos, stil of gevoelig is? Het heeft niet gewoon een slechte dag, maar het is zo, elke dag. Onder ouders aan de schoolpoort hoor je dan al snel: dat kind heeft een diagnose nodig. Maar klopt dat wel? Eos-redacteur Kim Verhaeghe vraagt het aan Liesbeth Gijsel, hoofdredacteur van Eos Psyche&Brein en auteur van het boek 'Druk, stil, gevoelig?'

Het gaat niet goed met jongeren. Ze hebben last van angsten, depressieve gevoelens en slaapproblemen. Komt dat door de smartphone en sociale media? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan psycholoog Ernst Koster (UGent).

Een begroting opmaken lijkt tegenwoordig enkel te lukken als je meerdere dagen achter elkaar doorwerkt tot in de vroege uurtjes. Is dit echt een succesvolle manier van werken? En kunnen we de uiteindelijke beslissingen die genomen zijn vertrouwen, gezien het feit dat ze genomen zijn onder invloed van aanzienlijke mentale vermoeidheid en slaapgebrek?

Een op de vier jonge nieuwkomers voelt zich vaak of altijd eenzaam. Dat is twee tot drie keer vaker dan leeftijdsgenoten zonder migratieachtergrond. Toch ziet bijna niemand het. Zelfs leerkrachten en medeleerlingen zijn verrast door hoe groot en veelvoorkomend die eenzaamheid is.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

Theezetten lijkt vanzelfsprekend, maar weinig mensen kunnen vertellen hoe de waterkoker er exact uitziet of gebruikt wordt. Op het werk mijn vingers verbranden was een uitnodiging om daar eens dieper over na te denken.

Een architect ontwerpt gebouwen, toch? Dat niet alleen. Een architect kan ook mensen helpen om hun verlies een plaats te geven. Zo ontstaan persoonlijke herdenkingsplekken die betekenisvol blijven, ook al worden deze nooit gebouwd.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven