Helpen bestaande medicijnen tegen infecties ook tegen depressies?

Helpen bestaande medicijnen tegen infecties ook tegen depressies?

Delen:

Ongeveer de helft van de mensen met een depressie is niet gebaat bij het slikken van antidepressiva, de standaardbehandeling die doorgaans als eerst ingezet wordt. Daarnaast is ook bekend dat een deel van de mensen met een depressie een overactief immuunsysteem heeft. Een team van Vlaamse en Nederlandse wetenschappers willen daartoe onderzoeken of immuunonderdrukkende medicijnen deze groep depressieve cliënten kunnen helpen.

Manuel Morrens, hoogleraar Psychiatrie aan de Universiteit Antwerpen en een van de onderzoekers legt het uit: ‘We weten dat zowel psychologische factoren, zoals stress en tegenslagen, als biologische factoren depressies kunnen veroorzaken. Zo is er een duidelijke link tussen depressies en een overactief immuunsysteem. Het is bekend dat ongeveer een derde van de mensen met een ernstige depressie een overactief immuunsysteem heeft. En andersom: dat mensen met een overactief immuunsysteem, bijvoorbeeld bij reuma, regelmatig ook nog een depressie ontwikkelen. We zien ook dat cliënten die niet gebaat zijn bij de standaardbehandeling bij depressie nu net vaker immuunafwijkingen hebben.’

Hoe overactieve immuuncellen precies een depressie veroorzaken is onduidelijk, maar er is wel een idee. De immuuncellen in ons brein heten microglia. Normaal gezien beschermen ze het brein juist tegen indringers en ziekteverwekkers, maar overactieve microglia beschadigen gezond hersenweefsel. Dit gebeurt mogelijk door eigen hersencellen aan te vallen en door stofjes uit te scheiden die de balans van glutamaat, een belangrijke neurotransmitter, aantasten. ‘Mogelijk dragen de té actieve microglia zo bij aan het ontwikkelen van een depressie’, zegt Morrens. ‘Immuunafwijkingen, zoals reuma, zetten de microglia wellicht aan actiever te worden.’

Reumamedicatie

De wetenschappers willen onderzoeken of bestaande medicijnen die de activatie van het immuunsysteem remmen ook depressies kunnen bestrijden bij mensen die een overactief immuunsysteem hebben. Daarvoor nemen ze eerst een bloedtest af van zo’n 240 depressieve mensen die niet geholpen waren met antidepressiva en therapie. Door het eiwit C-creatief proteïne te meten in het bloedstaaltje kunnen de onderzoekers zien hoe actief het immuunsysteem is. Alle deelnemers krijgen vervolgens bovenop antidepressiva nog een bestaand immuunonderdrukkend medicijn, Minocycline of Celecoxib of een placebo. Morrens: ‘Celecoxib is een ibuprofen-achtig medicijn en wordt ingezet in het behandelen van onder meer reuma, en Minocycline is een antibioticum met immuundempende effecten. Een klein recent Italiaans onderzoek liet al zien dat deze medicijnen kunnen helpen.’

De wetenschappers willen uiteindelijk weten of deze medicijnen inderdaad werken, of ze een ander effect hebben op de deelnemers met en zonder een overactief immuunsysteem, of een van de twee medicijnen beter werkt en of er misschien aanwijzingen in het bloed zitten die kunnen voorspellen welke behandeling het beste werkt. Met behulp van vragenlijsten gaan de wetenschappers vaststellen of de deelnemers minder last krijgen van hun depressie en of sommige deelnemers wellicht volledig opgeklaard zijn van hun depressie.

‘Het idee is dat huisartsen de simpele bloedtest om vast te stellen of iemand een actief immuunsysteem heeft zelf kunnen uitvoeren. Als blijkt dat cliënten dan niet geholpen zijn met de standaardbehandeling kunnen zij zelf eerst nog een immuunonderdrukker voorschrijven. Nu worden mensen doorgaans doorverwezen naar een psychiater om nieuwe behandelingen te proberen, maar daar zijn hele lange wachtlijsten. Mensen met een depressie hebben op deze manier dan mogelijk eerder toegang tot een effectieve behandeling.’

Functioneert ons immuunsysteem zonder neurale aansturing vanuit de hersenen?

Delen:

Mensen met een verslaving die rondzwerven op straten en pleinen en slapen in het park. Ze lijken met steed smeer te zijn. Klopt dat? En: hoe kun je mensen met complexe problematiek het beste helpen? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan Luna Van Suetendael.

Hoe kunnen kleuterleerkrachten de taalontwikkeling van jonge kinderen stimuleren? En welke rol spelen dagelijkse interacties daarin? Je leest het in deze blog van Saskia Bruyninckx.

Dit is een artikel van: OpgroeienBlog

Steeds meer scholen experimenteren met beweging tijdens de schooldag: een korte beweegpauze tussen twee lessen, of beweging tijdens de lesuren. Maar is dat wel efficiënt? Het antwoord uit de wetenschap is genuanceerd: beweging biedt vele kansen, mits het doordacht geïmplementeerd wordt.

Wat als je kind vaak druk, boos, stil of gevoelig is? Het heeft niet gewoon een slechte dag, maar het is zo, elke dag. Onder ouders aan de schoolpoort hoor je dan al snel: dat kind heeft een diagnose nodig. Maar klopt dat wel? Eos-redacteur Kim Verhaeghe vraagt het aan Liesbeth Gijsel, hoofdredacteur van Eos Psyche&Brein en auteur van het boek 'Druk, stil, gevoelig?'

Het gaat niet goed met jongeren. Ze hebben last van angsten, depressieve gevoelens en slaapproblemen. Komt dat door de smartphone en sociale media? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan psycholoog Ernst Koster (UGent).

Een begroting opmaken lijkt tegenwoordig enkel te lukken als je meerdere dagen achter elkaar doorwerkt tot in de vroege uurtjes. Is dit echt een succesvolle manier van werken? En kunnen we de uiteindelijke beslissingen die genomen zijn vertrouwen, gezien het feit dat ze genomen zijn onder invloed van aanzienlijke mentale vermoeidheid en slaapgebrek?

Een op de vier jonge nieuwkomers voelt zich vaak of altijd eenzaam. Dat is twee tot drie keer vaker dan leeftijdsgenoten zonder migratieachtergrond. Toch ziet bijna niemand het. Zelfs leerkrachten en medeleerlingen zijn verrast door hoe groot en veelvoorkomend die eenzaamheid is.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

Theezetten lijkt vanzelfsprekend, maar weinig mensen kunnen vertellen hoe de waterkoker er exact uitziet of gebruikt wordt. Op het werk mijn vingers verbranden was een uitnodiging om daar eens dieper over na te denken.

Een architect ontwerpt gebouwen, toch? Dat niet alleen. Een architect kan ook mensen helpen om hun verlies een plaats te geven. Zo ontstaan persoonlijke herdenkingsplekken die betekenisvol blijven, ook al worden deze nooit gebouwd.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven