Het verborgen signaal van dementie: wat je neus je probeert te vertellen

Het verborgen signaal van dementie: wat je neus je probeert te vertellen

Delen:

Stel je voor: je merkt dat koffie minder sterk ruikt, parfum vlak wordt en je soms bijna niets ruikt bij het koken. Vervelend, maar ook een signaal waar je neus je iets probeert te vertellen over je hersenen.

Je neus als vroeg alarmsignaal

Onderzoekers zien al langer dat mensen met een slechtere reukzin een groter risico hebben om later dementie te ontwikkelen. Wij wilden één eenvoudige vraag beantwoorden: voorspelt vooral hoe goed iemand op dit moment kan ruiken het risico op dementie, of juist hoe snel de reukzin achteruitgaat?

In een groot Zweeds bevolkingsonderzoek volgden wij meer dan 1.600 oudere volwassenen jarenlang op. Over een periode van zes jaar deden ze meerdere keren een geurtest met 16 alledaagse geuren (zoals sinaasappel en roos). Daarna volgden we hen tot twaalf jaar lang om te zien wie dementie ontwikkelde. In plaats van iedereen op één hoop te gooien, groepeerden we de mensen op basis van hoe hun reukzin veranderde. Zo konden we zien wie ongeveer gelijk bleef en bij wie de reukzin echt achteruitging.

Drie soorten neuzen

Uit onze gegevens kwamen drie types naar voren:

1) De blijvers: mensen met een goede reukzin die stabiel blijft.
2) De geleidelijke dalers: mensen met een matige reukzin die langzaam achteruitgaat.
3) De snelle dalers: mensen met een lage reukzin die snel achteruitgaat.

Toen we keken wie later dementie kreeg, was het patroon overduidelijk. Hoe slechter de reukzin, en hoe sneller die achteruit ging, hoe groter het risico op dementie. Mensen in de groep met matige achteruitgang hadden ongeveer drie keer meer risico op dementie dan de stabiele groep. Personen bij wie de reukzin laag is en snel achteruitgaat, hebben meer dan zes keer zoveel risico op dementie.

Wanneer is reukverlies extra alarmerend?

We bekeken ook het verschil tussen jongere oudvolwassenen (jonger dan 78 jaar) en oudere oudvolwassenen (78 jaar en ouder). Bij de jongere groep waren de verschillen tussen de reuktypen het grootst. Als je op die leeftijd duidelijk sneller reuk verliest, lijkt dat een extra sterke waarschuwing. Bij de oudste groep zagen we nog steeds verbanden, maar minder scherp. Op heel hoge leeftijd is reukverlies namelijk veel vaker onderdeel van normale veroudering en andere aandoeningen.

Wat kan jij met deze informatie?

Reukverlies betekent niet meteen dat je dementie zal krijgen. Allergieën, verkoudheden, neuspoliepen, roken, en infecties zoals covid-19 kunnen allemaal de reukzin aantasten. Toch is het zinvol om alert te zijn op veranderingen bij jezelf. Merk je plots of snel toenemend reukverlies op, dan is het verstandig om dit te bespreken met je huisarts. Dit is extra belangrijk als je hiernaast ook merkt dat je geheugen hapert of je je minder goed kunt focussen.

Voor de gezondheidszorg kan het interessant zijn om herhaalde reuktesten op te nemen in de opvolging van ouderen. Naast geheugen- en andere cognitietests, kunnen geurtesten waardevolle klinische informatie geven. Als we bij ouderen toch al bloeddruk, cholesterol en geheugen testen, waarom zouden we de reukzin dan niet meenemen? Zou jij het goed vinden als je huisarts standaard een geurtest zou doen, net als een bloeddrukmeting?

Bronnen

  • Adams, D. R., Kern, D. W., Wroblewski, K. E., McClintock, M. K., Dale, W., & Pinto, J. M. (2017). Olfactory dysfunction predicts subsequent dementia in older U.S. adults. Journal of the American Geriatrics Society, 66(1), 140–144. https://doi.org/10.1111/jgs.15048

  • Laukka, E. J., Ekström, I., Larsson, M., Grande, G., Fratiglioni, L., & Rizzuto, D. (2023). Markers of olfactory dysfunction and progression to dementia: A 12‐year population‐based study. Alzheimer S & Dementia, 19(7), 3019–3027. https://doi.org/10.1002/alz.12932

Delen:

Dit is een artikel van:

Mensenkennis

Mensen met een verslaving die rondzwerven op straten en pleinen en slapen in het park. Ze lijken met steed smeer te zijn. Klopt dat? En: hoe kun je mensen met complexe problematiek het beste helpen? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan Luna Van Suetendael.

Hoe kunnen kleuterleerkrachten de taalontwikkeling van jonge kinderen stimuleren? En welke rol spelen dagelijkse interacties daarin? Je leest het in deze blog van Saskia Bruyninckx.

Dit is een artikel van: OpgroeienBlog

Steeds meer scholen experimenteren met beweging tijdens de schooldag: een korte beweegpauze tussen twee lessen, of beweging tijdens de lesuren. Maar is dat wel efficiënt? Het antwoord uit de wetenschap is genuanceerd: beweging biedt vele kansen, mits het doordacht geïmplementeerd wordt.

Wat als je kind vaak druk, boos, stil of gevoelig is? Het heeft niet gewoon een slechte dag, maar het is zo, elke dag. Onder ouders aan de schoolpoort hoor je dan al snel: dat kind heeft een diagnose nodig. Maar klopt dat wel? Eos-redacteur Kim Verhaeghe vraagt het aan Liesbeth Gijsel, hoofdredacteur van Eos Psyche&Brein en auteur van het boek 'Druk, stil, gevoelig?'

Het gaat niet goed met jongeren. Ze hebben last van angsten, depressieve gevoelens en slaapproblemen. Komt dat door de smartphone en sociale media? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan psycholoog Ernst Koster (UGent).

Een begroting opmaken lijkt tegenwoordig enkel te lukken als je meerdere dagen achter elkaar doorwerkt tot in de vroege uurtjes. Is dit echt een succesvolle manier van werken? En kunnen we de uiteindelijke beslissingen die genomen zijn vertrouwen, gezien het feit dat ze genomen zijn onder invloed van aanzienlijke mentale vermoeidheid en slaapgebrek?

Een op de vier jonge nieuwkomers voelt zich vaak of altijd eenzaam. Dat is twee tot drie keer vaker dan leeftijdsgenoten zonder migratieachtergrond. Toch ziet bijna niemand het. Zelfs leerkrachten en medeleerlingen zijn verrast door hoe groot en veelvoorkomend die eenzaamheid is.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

Theezetten lijkt vanzelfsprekend, maar weinig mensen kunnen vertellen hoe de waterkoker er exact uitziet of gebruikt wordt. Op het werk mijn vingers verbranden was een uitnodiging om daar eens dieper over na te denken.

Een architect ontwerpt gebouwen, toch? Dat niet alleen. Een architect kan ook mensen helpen om hun verlies een plaats te geven. Zo ontstaan persoonlijke herdenkingsplekken die betekenisvol blijven, ook al worden deze nooit gebouwd.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven