Hormoononderdrukkende medicijnen gelinkt aan beter mentaal welzijn bij transgenderjongeren

Hormoononderdrukkende medicijnen gelinkt aan beter mentaal welzijn bij transgenderjongeren

Delen:

Transgenderjongeren kunnen verschillende soorten hormoononderdrukkende medicijnen krijgen, waaronder GnRH-agonisten, ook wel puberteitsremmers genoemd. Daarbij wordt de ontwikkeling van de secundaire geslachtskenmerken uitgesteld naar een latere leeftijd. Puberteitsremmers worden doorgaans wel eens verward met frequenter voorgeschreven hormonale middelen die de hormoonproductie in de teelballen en de eierstokken verminderen, maar geen impact hebben op het verloop van de puberteit. Beide vormen van hormoononderdrukkende medicatie worden gebruikt om genderincongruentie - psychisch leed veroorzaakt door het ongemak dat ontstaat uit de incongruentie tussen de genderidentiteit en het toegewezen geboortegeslacht - bij transgenderjongeren te verlichten. Daarnaast kunnen ook jongeren met een te vroege puberteit hormoononderdrukkende medicatie krijgen, om hun groeispurt te vertragen. Hoewel de effecten van de medicijnen als omkeerbaar worden beschouwd, wijzen verschillende artsen en wetenschappers erop dat de langetermijngevolgen nog onvoldoende bekend zijn. Daarom beslisten sommige landen het gebruik ervan bij minderjarigen sterk te beperken. Nieuw Amerikaans onderzoek suggereert echter dat die terughoudendheid ook een keerzijde heeft: hormoononderdrukkende medicijnen kunnen helpen het mentaal welzijn van transgenderjongeren te verbeteren.

Voor de studie analyseerden onderzoekers de gezondheidsgegevens van meer dan 230.000 Amerikaanse jongeren tussen 2016 en 2025, gebaseerd op de verslagen uit de medische dossiers van hun zorgverleners. Ze vergeleken de mentale gezondheid van transgender- en cisgenderjongeren en maakten in beide groepen een onderscheid tussen het wel en niet krijgen van medicijnen die de effecten van puberteitshormonen verminderen. Dat leverde vier groepen op: transgenderjongeren die medicijnen kregen, transgenderjongeren die geen medicijnen kregen, cisgenderjongeren die medicijnen kregen en cisgenderjongeren die geen medicijnen kregen.

Effect alleen zichtbaar bij transgenderjongeren

De resultaten zijn genuanceerd, maar opvallend. Alle transgenderjongeren hadden meer dan vier keer zoveel kans op stemmingsstoornissen en twaalf keer meer kans op suïcidaliteit vergeleken met hun cisgenderleeftijdsgenoten. Endocrinoloog en kinderarts Martine Cools, verbonden aan het UZ Gent, vult daarbij aan: 'Dat is een belangrijke vaststelling. In de praktijk zien we dat transgenderjongeren zich vaker gestigmatiseerd en onbegrepen voelen.' Opmerkelijk is dat transgenderjongeren die medicijnen kregen om de puberteit te vertragen of te verlichten, nauwelijks nog een verhoogde kans op stemmingsstoornissen en suïcidaliteit hadden ten opzichte van cisgenderjongeren zonder deze medicatie. Toch nuanceert Cools: 'Soms voelen jongeren zich meer gehoord als er een medisch traject opgestart wordt. Maar minstens even belangrijk is om te onderzoeken hoe hun mentaal welbevinden kan verbeteren op lange termijn. Daarvoor vermoeden we dat goede psychologische begeleiding en een ondersteunende omgeving minstens zo zwaar doorwegen als het effect van medicatie alleen.'

Nog opmerkelijker is dat de daling uitsluitend werd gezien bij transgenderjongeren. Wanneer alle jongeren samen werden bekeken, hing het gebruik van hormoononderdrukkende medicatie net samen met meer psychische klachten. Zonder onderscheid te maken tussen de verschillende groepen kan daardoor ten onrechte de indruk ontstaan dat hormoononderdrukkende medicijnen op zichzelf schadelijk zijn. Cools voerde zelf al onderzoek naar de lichamelijke gezondheid van transgendervolwassenen die deze medicijnen in hun adolescentie namen: 'Lichamelijk bleken zij in een goede gezondheid te verkeren, die vergelijkbaar is met die van volwassenen zonder verleden van hormoononderdrukkende medicatie.' Maar over de langetermijngevolgen van deze medicijnen op de mentale gezondheid is de Amerikaanse studie volgens haar ontoereikend: 'Om dat te onderzoeken, moet je jongeren opvolgen van voor ze de medicijnen namen tot laat in hun volwassenheid. In de studie werd bovendien niet gekeken naar de samenhang met andere diagnoses waar klachten van suïcidaliteit of stemmingsproblemen regelmatig voorkomen, zoals bij ASS of depressie.’

Medicatie om genderincongruentie te verlichten maakt altijd deel uit van een breder zorgtraject

Breder zorgtraject

Ook bij transgenderjongeren die de medicijnen gebruikten bleef een klein verhoogd risico op suïcidaliteit en stemmingsstoornissen bestaan ten opzichte van cisgenderjongeren zonder hormoononderdrukkende medicijnen. Volgens de onderzoekers komt dat waarschijnlijk doordat de medicatie wel de psychische belasting van ongewenste lichamelijke veranderingen vermindert, maar andere factoren, zoals discriminatie, pesten en het gevoel achter te lopen op leeftijdsgenoten, niet wegneemt. Verder onderzoek moet uitwijzen hoe die resterende kloof kleiner kan gemaakt worden. Net daarom benadrukt Cools dat een medicamenteus gendertraject altijd deel uitmaakt van een breder zorgtraject: 'Genderincongruentie vraagt een multidisciplinaire en persoonlijke aanpak. Medicijnen worden pas opgestart na een grondige diagnostiek, psychologische begeleiding en overleg tussen verschillende specialisten.’

Delen:

Mensen met een verslaving die rondzwerven op straten en pleinen en slapen in het park. Ze lijken met steed smeer te zijn. Klopt dat? En: hoe kun je mensen met complexe problematiek het beste helpen? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan Luna Van Suetendael.

Hoe kunnen kleuterleerkrachten de taalontwikkeling van jonge kinderen stimuleren? En welke rol spelen dagelijkse interacties daarin? Je leest het in deze blog van Saskia Bruyninckx.

Dit is een artikel van: OpgroeienBlog

Steeds meer scholen experimenteren met beweging tijdens de schooldag: een korte beweegpauze tussen twee lessen, of beweging tijdens de lesuren. Maar is dat wel efficiënt? Het antwoord uit de wetenschap is genuanceerd: beweging biedt vele kansen, mits het doordacht geïmplementeerd wordt.

Wat als je kind vaak druk, boos, stil of gevoelig is? Het heeft niet gewoon een slechte dag, maar het is zo, elke dag. Onder ouders aan de schoolpoort hoor je dan al snel: dat kind heeft een diagnose nodig. Maar klopt dat wel? Eos-redacteur Kim Verhaeghe vraagt het aan Liesbeth Gijsel, hoofdredacteur van Eos Psyche&Brein en auteur van het boek 'Druk, stil, gevoelig?'

Het gaat niet goed met jongeren. Ze hebben last van angsten, depressieve gevoelens en slaapproblemen. Komt dat door de smartphone en sociale media? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan psycholoog Ernst Koster (UGent).

Een begroting opmaken lijkt tegenwoordig enkel te lukken als je meerdere dagen achter elkaar doorwerkt tot in de vroege uurtjes. Is dit echt een succesvolle manier van werken? En kunnen we de uiteindelijke beslissingen die genomen zijn vertrouwen, gezien het feit dat ze genomen zijn onder invloed van aanzienlijke mentale vermoeidheid en slaapgebrek?

Een op de vier jonge nieuwkomers voelt zich vaak of altijd eenzaam. Dat is twee tot drie keer vaker dan leeftijdsgenoten zonder migratieachtergrond. Toch ziet bijna niemand het. Zelfs leerkrachten en medeleerlingen zijn verrast door hoe groot en veelvoorkomend die eenzaamheid is.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

Theezetten lijkt vanzelfsprekend, maar weinig mensen kunnen vertellen hoe de waterkoker er exact uitziet of gebruikt wordt. Op het werk mijn vingers verbranden was een uitnodiging om daar eens dieper over na te denken.

Een architect ontwerpt gebouwen, toch? Dat niet alleen. Een architect kan ook mensen helpen om hun verlies een plaats te geven. Zo ontstaan persoonlijke herdenkingsplekken die betekenisvol blijven, ook al worden deze nooit gebouwd.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven