Kan het klassieke, hiërarchische beeld van hersenwerking op de schop?

Kan het klassieke, hiërarchische beeld van hersenwerking op de schop?

Delen:

Beeld: kaart van het muizenbrein met 75.000 geanalyseerde neuronen. Credit: Dan Birman, International Brain Laboratory

De hersenkaart is het resultaat van een internationale samenwerking tussen twaalf laboratoria die samen het International Brain Laboratory (IBL) vormen. Met behulp van geavanceerde Neuropixels-elektroden registreerden ze de activiteit van zo’n 620.000 individuele neuronen van 139 muizen in 279 hersengebieden. Die hersengebieden vormen samen zo’n 95 procent van het muizenbreinvolume. Nooit eerder werd de activiteit van zoveel neuronen verspreid over het bijna volledige muizenbrein individueel gemeten tijdens de uitvoering van dezelfde taak.

De muizen moesten tijdens het onderzoek reageren op een lichtflits aan de linker- of rechterkant van een scherm. Dit deden ze door een wieltje in de juiste richting te draaien. Als ze dat correct deden, kregen ze een beloning. In sommige gevallen was de lichtflits zo zwak dat de muizen moesten gokken op welke plaats de flits net verschenen was. Dat konden ze beredeneerd doen door rekening te houden met eerdere flitsen. Die kwamen namelijk binnen een blok vaker aan één kant voor dan aan de andere. Gaandeweg leerden de muizen dat patroon te gebruiken bij hun keuze. Dankzij deze proefopzet konden de onderzoekers nagaan hoe verwachtingen het beslissingsproces van muizen beïnvloeden.

Verspreid over het hele brein

Uit de eerste analyses van de verzamelde data bleek dat de hersensignalen voor besluitvorming verrassend genoeg verspreid zijn over de volledige hersenen en niet gelokaliseerd zijn in specifieke regio’s. Daarnaast bleek ook dat verwachtingen, inschattingen over wat waarschijnlijk zal gebeuren, niet enkel in hersengebieden zitten die betrokken zijn bij denkprocessen, maar ook in gebieden die zintuiglijke en motorische informatie verwerken.

We gebruiken marketingcookies om deze website optimaal te laten werken. Accepteer deze cookies om verder te gaan.

Video: kaart van de hele hersenen waarop 75.000 geanalyseerde neuronen te zien zijn die oplichten tijdens verschillende stadia van de besluitvorming. Aan het begin van de proef is de activiteit rustig. Vervolgens neemt de activiteit toe in de visuele gebieden aan de achterkant van de hersenen, gevolgd door een toename van de activiteit in de hele hersenen naarmate er meer bewijs wordt verzameld voor een besluit. Vervolgens lichten de motorische gebieden op wanneer er beweging ontstaat en ten slotte is er een piek in de activiteit overal in de hersenen wanneer het dier wordt beloond. Credit:  Dan Birman, International Brain Laboratory

Deze resultaten sluiten aan bij een groeiend aantal studies die het klassieke, hiërarchische beeld van hersenwerking in vraag stellen. In plaats daarvan lijkt er een voortdurende uitwisseling van informatie te zijn tussen verschillende hersengebieden tijdens het nemen van beslissingen, bij het starten van bewegingen en bij het verwerken van beloningen. Volgens de onderzoekers betekent dit dat neurowetenschappers in de toekomst een meer holistische, hersenbrede benadering zullen moeten hanteren bij het bestuderen van complex gedrag, in plaats van zich uitsluitend te richten op specifieke hersengebieden.

De onderzoekers hopen dat hun hersenkaart niet alleen nieuwe inzichten in de werking van de hersenen zal opleveren, maar ook een voorbeeld zal zijn van hoe grootschalige samenwerking het hersenonderzoek vooruit kan stuwen. Daarom hebben ze hun dataset publiek beschikbaar gemaakt, zodat ook andere neurowetenschappers ermee aan de slag kunnen. Met die open aanpak wil het IBL de neurowetenschap versnellen en zorgen voor beter reproduceerbare resultaten.

Delen:

Mensen met een verslaving die rondzwerven op straten en pleinen en slapen in het park. Ze lijken met steed smeer te zijn. Klopt dat? En: hoe kun je mensen met complexe problematiek het beste helpen? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan Luna Van Suetendael.

Hoe kunnen kleuterleerkrachten de taalontwikkeling van jonge kinderen stimuleren? En welke rol spelen dagelijkse interacties daarin? Je leest het in deze blog van Saskia Bruyninckx.

Dit is een artikel van: OpgroeienBlog

Steeds meer scholen experimenteren met beweging tijdens de schooldag: een korte beweegpauze tussen twee lessen, of beweging tijdens de lesuren. Maar is dat wel efficiënt? Het antwoord uit de wetenschap is genuanceerd: beweging biedt vele kansen, mits het doordacht geïmplementeerd wordt.

Wat als je kind vaak druk, boos, stil of gevoelig is? Het heeft niet gewoon een slechte dag, maar het is zo, elke dag. Onder ouders aan de schoolpoort hoor je dan al snel: dat kind heeft een diagnose nodig. Maar klopt dat wel? Eos-redacteur Kim Verhaeghe vraagt het aan Liesbeth Gijsel, hoofdredacteur van Eos Psyche&Brein en auteur van het boek 'Druk, stil, gevoelig?'

Het gaat niet goed met jongeren. Ze hebben last van angsten, depressieve gevoelens en slaapproblemen. Komt dat door de smartphone en sociale media? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan psycholoog Ernst Koster (UGent).

Een begroting opmaken lijkt tegenwoordig enkel te lukken als je meerdere dagen achter elkaar doorwerkt tot in de vroege uurtjes. Is dit echt een succesvolle manier van werken? En kunnen we de uiteindelijke beslissingen die genomen zijn vertrouwen, gezien het feit dat ze genomen zijn onder invloed van aanzienlijke mentale vermoeidheid en slaapgebrek?

Een op de vier jonge nieuwkomers voelt zich vaak of altijd eenzaam. Dat is twee tot drie keer vaker dan leeftijdsgenoten zonder migratieachtergrond. Toch ziet bijna niemand het. Zelfs leerkrachten en medeleerlingen zijn verrast door hoe groot en veelvoorkomend die eenzaamheid is.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

Theezetten lijkt vanzelfsprekend, maar weinig mensen kunnen vertellen hoe de waterkoker er exact uitziet of gebruikt wordt. Op het werk mijn vingers verbranden was een uitnodiging om daar eens dieper over na te denken.

Een architect ontwerpt gebouwen, toch? Dat niet alleen. Een architect kan ook mensen helpen om hun verlies een plaats te geven. Zo ontstaan persoonlijke herdenkingsplekken die betekenisvol blijven, ook al worden deze nooit gebouwd.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven