“Mensen noemen zich te makkelijk coach”

“Mensen noemen zich te makkelijk coach”

Delen:

Foto: Peter Valckx

Zelf is ze niet actief als coach, maar toch heeft Eefje Rondeel van de professionalisering van het coaching-vak haar missie gemaakt. “Na het voltooien van mijn promotie­onderzoek wilde ik tijdelijk iets anders doen dan wetenschappelijk onderzoek”, vertelt ze tijdens een videogesprek. “Bij mijn toenmalige werkgever kwam ik op de HR-afdeling terecht. Daar moest iedereen een coachingsopleiding volgen om binnen de organisatie en tegenover managers een meer coachende rol te vervullen.” Het zette haar aan het denken. “Ik besefte dat mijn echte passie ligt bij het vertalen van wetenschappelijke inzichten naar de praktijk. Dat probeer ik nu vooral op het gebied van coaching te doen.” Daar is nood aan, want in sommige coachingsopleidingen worden boeken ingezet van twijfelachtige wetenschappelijke kwaliteit. Rondeels zoektocht naar de wetenschap achter coaching resulteerde in het boek Evidence-based Coachen, dat ze samen met sociaal psycholoog Pieternel Dijkstra schreef.

Eefje Rondeel (1982) studeerde neuropsychologie en psychopathologie aan de Universiteit Maastricht en rondde vervolgens een onderzoeksmaster af aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Daar promoveerde ze in 2013 op de invloed van cognitieve controle op besluitvorming. Momenteel werkt ze als zelfstandig docent voor verschillende onderwijsinstellingen. Vanuit de NOBCO (de Nederlandse Orde van Beroepscoaches) is Rondeel copromotor bij een dissertatieonderzoek bij de vakgroep Levenslooppsychologie aan de Open Universiteit naar effectieve bestanddelen van coaching. Samen met sociaal psycholoog Pieternel Dijkstra schreef ze het boek Evidence-based Coachen (2019).

Wat is evidencebased coaching?

“De term evidence based practice komt uit de medische wetenschap en houdt in dat het best beschikbare bewijs over bijvoorbeeld een ­behandeling of medicijn wordt gebruikt bij de inzet ervan. Dat idee is ook toegepast op coaching. Het gaat dan om de best beschikbare informatie met betrekking tot coaching uit zowel wetenschappelijk onderzoek als de praktijk. Soms wordt gedacht dat evidence based werken alleen maar gaat over wetenschap, maar dat is niet zo. Het gaat juist om die combinatie van wetenschap en praktijkervaringen. Een coach moet een kritische houding aannemen tegenover coachingmethoden. Maar ook tegenover zichzelf.”

Waar bestaat die kritische houding uit?

“Een coach verdiept zich in zijn vakgebied, in de achterliggende theoretische basis van methodes. Dat betekent dat je niet zomaar een methode inzet omdat die je op het eerste gezicht aanspreekt. Die kritische houding vereist ook dat je intensief bezig bent met je eigen ontwikkeling, met het volgen van supervisie en intervisie (waarbij je in groep begeleid wordt en cases bespreekt, red.). Reflecteren op het eigen handelen is dus heel belangrijk, maar je moet ook evalueren of je eigen coachingtrajecten effectief zijn. Dat kost allemaal tijd, en dat wordt vaak onderschat.”

“Coaches zijn vaak ervaringsdeskundigen. Ze hebben zelf iets meegemaakt in hun leven of werk, zoeken een coach op en ervaren een soort openbaring. ‘Dat ga ik ook doen!’ Daar is op zich niks mis mee, maar volg dan ook een goede coachingsopleiding en ga je echt bezighouden met wat coaching precies is. Sommige mensen noemen zich te makkelijk coach.”

Wat is volgens u de essentie van coaching?

“Er bestaan verschillende definities van coaching, maar ze leggen allemaal de nadruk op een gelijkwaardige relatie tussen coach en cliënt. Een coach faciliteert een cliënt in zijn of haar ontwikkeling en begeleidt gedragsverandering, onder meer door zelfinzicht te stimuleren. Coaching is daarnaast gericht op een niet-klinische populatie (geestelijk gezonde mensen, red.). Coaching is afgeleid van het Engelse woord coach, dat koets betekent. Daarmee breng je iemand van de ene plek naar de andere.”

Is er overlap tussen coaching en psychotherapie? Hoe kies je een goede coach? Het hele artikel lees je nu in Psyche&Brein.

Delen:

Mensen met een verslaving die rondzwerven op straten en pleinen en slapen in het park. Ze lijken met steed smeer te zijn. Klopt dat? En: hoe kun je mensen met complexe problematiek het beste helpen? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan Luna Van Suetendael.

Hoe kunnen kleuterleerkrachten de taalontwikkeling van jonge kinderen stimuleren? En welke rol spelen dagelijkse interacties daarin? Je leest het in deze blog van Saskia Bruyninckx.

Dit is een artikel van: OpgroeienBlog

Steeds meer scholen experimenteren met beweging tijdens de schooldag: een korte beweegpauze tussen twee lessen, of beweging tijdens de lesuren. Maar is dat wel efficiënt? Het antwoord uit de wetenschap is genuanceerd: beweging biedt vele kansen, mits het doordacht geïmplementeerd wordt.

Wat als je kind vaak druk, boos, stil of gevoelig is? Het heeft niet gewoon een slechte dag, maar het is zo, elke dag. Onder ouders aan de schoolpoort hoor je dan al snel: dat kind heeft een diagnose nodig. Maar klopt dat wel? Eos-redacteur Kim Verhaeghe vraagt het aan Liesbeth Gijsel, hoofdredacteur van Eos Psyche&Brein en auteur van het boek 'Druk, stil, gevoelig?'

Het gaat niet goed met jongeren. Ze hebben last van angsten, depressieve gevoelens en slaapproblemen. Komt dat door de smartphone en sociale media? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan psycholoog Ernst Koster (UGent).

Een begroting opmaken lijkt tegenwoordig enkel te lukken als je meerdere dagen achter elkaar doorwerkt tot in de vroege uurtjes. Is dit echt een succesvolle manier van werken? En kunnen we de uiteindelijke beslissingen die genomen zijn vertrouwen, gezien het feit dat ze genomen zijn onder invloed van aanzienlijke mentale vermoeidheid en slaapgebrek?

Een op de vier jonge nieuwkomers voelt zich vaak of altijd eenzaam. Dat is twee tot drie keer vaker dan leeftijdsgenoten zonder migratieachtergrond. Toch ziet bijna niemand het. Zelfs leerkrachten en medeleerlingen zijn verrast door hoe groot en veelvoorkomend die eenzaamheid is.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

Theezetten lijkt vanzelfsprekend, maar weinig mensen kunnen vertellen hoe de waterkoker er exact uitziet of gebruikt wordt. Op het werk mijn vingers verbranden was een uitnodiging om daar eens dieper over na te denken.

Een architect ontwerpt gebouwen, toch? Dat niet alleen. Een architect kan ook mensen helpen om hun verlies een plaats te geven. Zo ontstaan persoonlijke herdenkingsplekken die betekenisvol blijven, ook al worden deze nooit gebouwd.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven