Mijn tranen zijn een teken van emotionele volwassenheid

Mijn tranen zijn een teken van emotionele volwassenheid

Delen:

Mijn oma, die vijf jaar geleden overleed, schreef lange tijd dagboekjes voor haar oudste kleindochter – voor mij dus. Als tiener las ik ze voor het eerst. Ik herinner me dat ik de verhalen prachtig vond en op het eind een traantje moest wegpinken. Onlangs ontdekte ik de boekjes weer en nam ze mee op een lange treinreis. Nu voelde ik al bij de eerste pagina’s tranen opkomen, tranen die de hele treinreis lang niet meer wilden stoppen. Het verbaasde me nauwelijks, want voor mijn gevoel huil ik steeds sneller. Ik hoor het ook van mijn vrienden met kinderen: sinds ze ouders zijn geworden, huilen ze bij het minste of geringste. En mijn vader zag ik als kind nooit huilen, terwijl hij nu al sentimenteel kan worden, puur omdat we allemaal samen zijn. Klopt mijn gevoel: komen de tranen sneller als we ouder worden?

Er is weinig bekend over de evolutie van huilen. Daarom deden onderzoekers onlangs een oproep om huilen over het hele mensenleven heen te gaan bekijken. Huilen gebeurt niet bij andere diersoorten, al stoten zij wel degelijk geluiden uit om bijvoorbeeld stress of gevaar aan te geven. Menselijke baby’s laten aanvankelijk dezelfde soort gehuil zien: met veel geluid, maar zonder tranen. Vermoedelijk is huilen een aangeboren eigenschap, enerzijds vanwege hulpeloosheid, anderzijds om de band met de ouders te versterken. Het hormoon oxytocine, dat zorgt voor hechting en warme gevoelens, komt namelijk vrij wanneer ouders hun kind horen huilen.

Na de eerste grote taalontwikkeling vallen bepaalde functies van het huilen weg: we krijgen woorden voor onze verlangens en gevoelens. Bovendien onderdrukken we onze tranen vaker dankzij een betere emotieregulatie. We zien dan ook een sterke afname in het huilen rond twee jaar.

Als we ouder worden gaan we meer focussen op sociale verbintenissen en hechte vriendschappen, wat meer sentimentele momenten oplevert

Tegelijk ontstaan er nieuwe redenen om te huilen, zoals frustratie, schuldbesef of schaamte. Onze tranen hebben vrijwel altijd een belangrijk sociaal element. Zo toonde een studie aan dat kinderen die vallen, vaker huilen als die val werd veroorzaakt door iemand anders. De functie van huilen lijkt dus niet zo sterk te veranderen met de leeftijd: onze tranen zorgen voor een band met de ander doordat ze empathie opwekken. De aanleiding wordt wél steeds complexer. Zo huilen we bijvoorbeeld ook plots tranen van geluk – bij de geboorte van ons eerste kind, of zelfs wanneer onze voetbalclub wint.

Onderzoekers ontwikkelden recent een vragenlijst in een poging om al die redenen om te huilen te vatten in categorieën, waaronder tranen vanuit verbondenheid (zoals bij een huwelijk of overlijden) en medelevende tranen (als iemand pijn heeft of eenzaam is). Ze wilden nagaan hoe vatbaar mensen zijn voor verschillende vormen van huilen, in relatie tot hun geslacht en leeftijd. Bijna vijfduizend mensen tussen 15 en 97 jaar vulden de vragenlijst in.

Mijn gevoel lijkt te kloppen, want alle soorten tranen kwamen vaker voor met de leeftijd, bij zowel mannen als vrouwen. Het verband met leeftijd was wel sterker voor mannen, wat volgens de onderzoekers mogelijk te verklaren valt door de afname van testosteron. In de studie komen ook enkele verklaringen voor het leeftijdsverband voorbij. Evolutionair kun je stellen dat gezinsuitbreiding ervoor zorgt dat er meer DNA-materiaal in onze omgeving aanwezig is en we daardoor meer begaan zijn met maatschappelijke ontwikkelingen. Bovendien worden we, wanneer we ouder worden, vaker geconfronteerd met onze eigen sterfelijkheid en die van onze naasten. Dat leidt niet alleen rechtstreeks tot meer emoties, maar ook indirect: we gaan meer focussen op sociale verbintenissen en hechte vriendschappen, wat meer sentimentele momenten oplevert. Ik ben dus niet alleen met mijn tranen en schaam me ook niet meer dat de hele trein mij heeft zien huilen. Het was een teken van emotionele volwassenheid.

Delen:

Mensen met een verslaving die rondzwerven op straten en pleinen en slapen in het park. Ze lijken met steed smeer te zijn. Klopt dat? En: hoe kun je mensen met complexe problematiek het beste helpen? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan Luna Van Suetendael.

Hoe kunnen kleuterleerkrachten de taalontwikkeling van jonge kinderen stimuleren? En welke rol spelen dagelijkse interacties daarin? Je leest het in deze blog van Saskia Bruyninckx.

Dit is een artikel van: OpgroeienBlog

Steeds meer scholen experimenteren met beweging tijdens de schooldag: een korte beweegpauze tussen twee lessen, of beweging tijdens de lesuren. Maar is dat wel efficiënt? Het antwoord uit de wetenschap is genuanceerd: beweging biedt vele kansen, mits het doordacht geïmplementeerd wordt.

Wat als je kind vaak druk, boos, stil of gevoelig is? Het heeft niet gewoon een slechte dag, maar het is zo, elke dag. Onder ouders aan de schoolpoort hoor je dan al snel: dat kind heeft een diagnose nodig. Maar klopt dat wel? Eos-redacteur Kim Verhaeghe vraagt het aan Liesbeth Gijsel, hoofdredacteur van Eos Psyche&Brein en auteur van het boek 'Druk, stil, gevoelig?'

Het gaat niet goed met jongeren. Ze hebben last van angsten, depressieve gevoelens en slaapproblemen. Komt dat door de smartphone en sociale media? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan psycholoog Ernst Koster (UGent).

Een begroting opmaken lijkt tegenwoordig enkel te lukken als je meerdere dagen achter elkaar doorwerkt tot in de vroege uurtjes. Is dit echt een succesvolle manier van werken? En kunnen we de uiteindelijke beslissingen die genomen zijn vertrouwen, gezien het feit dat ze genomen zijn onder invloed van aanzienlijke mentale vermoeidheid en slaapgebrek?

Een op de vier jonge nieuwkomers voelt zich vaak of altijd eenzaam. Dat is twee tot drie keer vaker dan leeftijdsgenoten zonder migratieachtergrond. Toch ziet bijna niemand het. Zelfs leerkrachten en medeleerlingen zijn verrast door hoe groot en veelvoorkomend die eenzaamheid is.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

Theezetten lijkt vanzelfsprekend, maar weinig mensen kunnen vertellen hoe de waterkoker er exact uitziet of gebruikt wordt. Op het werk mijn vingers verbranden was een uitnodiging om daar eens dieper over na te denken.

Een architect ontwerpt gebouwen, toch? Dat niet alleen. Een architect kan ook mensen helpen om hun verlies een plaats te geven. Zo ontstaan persoonlijke herdenkingsplekken die betekenisvol blijven, ook al worden deze nooit gebouwd.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven