Oh my freaking god! Kinderen gebruiken veel minder Engels dan we denken

Oh my freaking god! Kinderen gebruiken veel minder Engels dan we denken

Delen:

“We begrijpen onze kinderen niet meer!”

“Verdwijnt het Nederlands straks?”

“Spreekt iedereen later alleen nog maar Engels?”

De laatste jaren is de bezorgdheid over de impact van het Engels op het Nederlands een hot topic, vooral wanneer het gaat om Engelse woorden uit de Vlaamse kindermond. Is het Engels van kinderen inderdaad too much?

Om die vraag te beantwoorden gingen ik in 2021 op pad met camera’s en microfoons. Ik filmde 26 Vlaamse kinderen tussen 6 en 13 jaar, goed voor 114 uur aan gesprekken. De kinderen spraken met een onderzoeker, voerden een gesprekje met hun vrienden, vulden een taaltest in en vertelden ons wat  zij nu eigenlijk zelf denken over het Engels in het Nederlands. Dat arsenaal aan verschillende contexten was belangrijk. Zo konden we op zoek gaan naar een hotspot voor Engelse woorden: dé plaats waar het Engels totally de pan uit swingt.

Cringen bij de onderzoeker

Vinden we die hotspot wanneer kinderen in gesprek gaan met een onderzoeker? Nope, not really. Het aantal Engelse woorden blijft daar alvast bijzonder laag. In een-op-een gesprekken over hun zotste hobby’s, meest fantastische BFF’s en crazy vakantie-avonturen, gebruiken de kinderen nagenoeg geen Engels. Stel je een kind voor dat maar niet kan stoppen met vertellen over een fantastische schoolreis. In tien minuten zal dat kind 170 zinnen uitspreken. Verrassend: in die eindeloze woordwaterval zullen maar 5 zinnen een Engels woord bevatten.

Engels gebruiken tegen de onderzoeker is gewoon cringe

De kinderen gaven hiervoor zelf een verklaring. Ze vermijden bewust Engelse woorden met ‘oudere mensen’. “Ik dacht dat de onderzoeker die Engelse woordjes niet zou begrijpen”, “Engelse woorden zijn dan ongepast” of ook “Engels gebruiken tegen de onderzoeker is gewoon cringe” (zo beschamend dat het je ineen doet krimpen, nvdr).

Bonden met BFF’s

Verandert er iets wanneer kinderen met elkaar praten? Definitely, yes! Dan zien we een kleine boost in het Engels. In die context treedt de jongerentaalfunctie van het Engels in werking. Engelse woorden dienen daar om de vriendengroep bij elkaar te houden en buitenstaanders uit te sluiten. Daarom verdwijnen woorden als wazzup, bruh en noncha snel. Zodra ouders of leerkrachten ze gebruiken, zijn ze niet meer cool. “Outdated, enal”, is wat de kinderen zelf zouden zeggen.

Positief evalueren: een hotspot?

In gesprekken met de onderzoeker en met vrienden vonden we al met al weinig Engels. We gingen daarom op zoek naar verdere hotspots voor Engelse woorden. En die vonden we. Kinderen en jongeren houden zich graag bezig met het evalueren van mensen, dingen en gebeurtenissen (“Die broek is mooi!” of “Jij bent echt lief!” en “Dat is zo irritant”). Terwijl ze dat doen, maken ze enthousiast gebruik van het Engels. Vooral wanneer kinderen ouder dan 12 een positief oordeel uiten, gebruiken ze opnieuw iets meer Engelse woorden. Dat is dope! Crazy shit!

Is positieve evaluatie dan een hotspot voor Engels bij kinderen? Ja en neen. Enerzijds vinden we daar het grootste aandeel aan Engelse woorden van het onderzoek. In zekere zin is positieve evaluatie dus een hotspot. Anderzijds blijft de invloed van het Engels echt beperkt. Het Engels is dus geen vervanger van het Nederlands, maar een extra smaakmaker.

Niet cool, maar cooooooool

Vergelijken we de verwachtingen van volwassenen met wat kinderen effectief doen, dan ontstaat er een mismatch. Volwassenen denken namelijk dat kinderen voortdurend Engels in het Nederlands gebruiken. Ons onderzoek toont aan dat het eigenlijk gaat om een minieme hoeveelheid: denk aan de 5 zinnen met Engels in de tien-minuten-durende uitleg over de schoolreis. Dat komt zeker niet overeen met ‘voortdurend’ Engels gebruiken.

Waar komt die verwachting dan vandaan? We hebben enkele aanwijzingen. Ten eerste vallen Engelse woorden gewoonweg op. Als je een Nederlandstalige zin hoort, met één Engels woord (Je bent zo nice vandaag), dan zal je aandacht meteen naar dat ‘vreemdklinkende’ Engelse woord gaan. Bovendien spreken de kinderen die Engelse woorden vaak op een speciale manier uit. Nice wordt niiiice en cool wordt cooool. Klinkers worden verlengd en dat valt opnieuw op. Tot slot duiken er bij sommige Engelse woorden ook coole handbewegingen op. Al die factoren zorgen ervoor dat Engelse woorden opvallen en zo misschien onze verwachting van Engels bij kinderen wat opblazen. Craaaaazy, right?

Meer weten? Dit stuk is gebaseerd op een combinatie van wetenschappelijke artikels. Meer informatie, evenals een link naar de artikels, vind je op de website van Project OMG.

Melissa Schuring dingt mee naar de Vlaamse PhD Cup 2025. Ontdek meer over dit onderzoek op www.phdcup.be.

Delen:

Dit is een artikel van:

Vlaamse PhD Cup

Mensen met een verslaving die rondzwerven op straten en pleinen en slapen in het park. Ze lijken met steed smeer te zijn. Klopt dat? En: hoe kun je mensen met complexe problematiek het beste helpen? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan Luna Van Suetendael.

Hoe kunnen kleuterleerkrachten de taalontwikkeling van jonge kinderen stimuleren? En welke rol spelen dagelijkse interacties daarin? Je leest het in deze blog van Saskia Bruyninckx.

Dit is een artikel van: OpgroeienBlog

Steeds meer scholen experimenteren met beweging tijdens de schooldag: een korte beweegpauze tussen twee lessen, of beweging tijdens de lesuren. Maar is dat wel efficiënt? Het antwoord uit de wetenschap is genuanceerd: beweging biedt vele kansen, mits het doordacht geïmplementeerd wordt.

Wat als je kind vaak druk, boos, stil of gevoelig is? Het heeft niet gewoon een slechte dag, maar het is zo, elke dag. Onder ouders aan de schoolpoort hoor je dan al snel: dat kind heeft een diagnose nodig. Maar klopt dat wel? Eos-redacteur Kim Verhaeghe vraagt het aan Liesbeth Gijsel, hoofdredacteur van Eos Psyche&Brein en auteur van het boek 'Druk, stil, gevoelig?'

Het gaat niet goed met jongeren. Ze hebben last van angsten, depressieve gevoelens en slaapproblemen. Komt dat door de smartphone en sociale media? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan psycholoog Ernst Koster (UGent).

Een begroting opmaken lijkt tegenwoordig enkel te lukken als je meerdere dagen achter elkaar doorwerkt tot in de vroege uurtjes. Is dit echt een succesvolle manier van werken? En kunnen we de uiteindelijke beslissingen die genomen zijn vertrouwen, gezien het feit dat ze genomen zijn onder invloed van aanzienlijke mentale vermoeidheid en slaapgebrek?

Een op de vier jonge nieuwkomers voelt zich vaak of altijd eenzaam. Dat is twee tot drie keer vaker dan leeftijdsgenoten zonder migratieachtergrond. Toch ziet bijna niemand het. Zelfs leerkrachten en medeleerlingen zijn verrast door hoe groot en veelvoorkomend die eenzaamheid is.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

Theezetten lijkt vanzelfsprekend, maar weinig mensen kunnen vertellen hoe de waterkoker er exact uitziet of gebruikt wordt. Op het werk mijn vingers verbranden was een uitnodiging om daar eens dieper over na te denken.

Een architect ontwerpt gebouwen, toch? Dat niet alleen. Een architect kan ook mensen helpen om hun verlies een plaats te geven. Zo ontstaan persoonlijke herdenkingsplekken die betekenisvol blijven, ook al worden deze nooit gebouwd.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven