‘Regulering van drugs wordt onvermijdelijk’

‘Regulering van drugs wordt onvermijdelijk’

Delen:

Maar liefst 23 ton cocaïne werd er in februari in de havens van Antwerpen en Hamburg onderschept. Een absoluut record. De drugs hadden een totale handelswaarde van 600 miljoen euro. Maar achter dit succesverhaal schuilt een minder rooskleurige realiteit: het gebruik en de productie van drugs blijft onverminderd toenemen.

Zo’n spectaculaire vangst is immers niet alleen een druppel op een hete plaat, maar speelt bovendien de drugsmaffia in de kaart. Door een grote hoeveelheid drugs in beslag te nemen, wordt volgens gerenommeerd econoom Paul De Grauwe het aanbod beperkt, ten gevolge waarvan de prijzen stijgen.

‘Daardoor kunnen criminelen enorme winsten boeken en hun productie en trafiek nog verder verfijnen en uitbreiden. Hoe meer we drugs proberen te verbieden, hoe winstgevender we de handel maken. Onze vijand is intussen rijker dan wij. Vele malen rijker. Daarom kunnen we die oorlog nooit winnen.’ Aldus De Grauwe in een recent interview met Humo.

Ondanks hoeraberichten over recordvangsten worden de doelstellingen - minder gebruik en minder criminaliteit - niet gehaald, beaamt Tom Decorte. Vermits de aanvoer alleen maar groter wordt, kan men niet volhouden dat het repressieve drugsbeleid werkt. ‘Via de war on drugs creëerden we een verdienmodel voor de drugsmaffia, die er al sinds jaar en dag fortuinen mee binnenrijft. Tot overmaat van ramp leidt deze oorlog ertoe dat de producten zelf sterker en dus gevaarlijker worden.’

Na honderd jaar vechten tegen de bierkaai – de Belgische drugswet dateert van 1921 – vormen drugs legaliseren en vervolgens de productie, distributie en verkoop reguleren (lees: aan overheidscontrole onderwerpen) het enige heilzame alternatief, concludeert Decorte. Maar dat klinkt voor veel mensen nog altijd als vloeken in de kerk.

‘Legalisering en regulering is niet hetzelfde als drugsgebruik goedkeuren of aanmoedigen, en al zeker niet de risico’s ervan minimaliseren’, zet Decorte de puntjes op de i. ‘Wel integendeel. Alleen moet je een onderscheid maken tussen zeer gevaarlijke drugs als heroïne, alcohol en nicotine aan de ene en minder gevaarlijke drugs als cannabis en xtc aan de andere kant.’

Geen wondermiddel

‘Als je drugs reguleert, moet je kijken naar de mate waarin ze schadelijk kunnen zijn, zowel voor de gebruiker als voor anderen – denk maar aan het risico op agressief gedrag. Uiteraard moet men bij de gevaarlijkste drugs het meest restrictief zijn, bijvoorbeeld doordat ze enkel op voorschrift van een verslavingsarts verkrijgbaar zijn.’

Decorte erkent dat misbruik altijd zal voorkomen en dat het een illusie is dat elke vorm van verslaving uit de wereld zou kunnen worden geholpen. Alleen kunnen de honderden miljoenen euro’s die nu jaarlijks worden gespendeerd aan het opsporen en bestraffen van al wie zich met drugs inlaat, volgens hem veel zinniger worden besteed. Hierbij denkt hij niet alleen aan toezicht op het productieproces, waardoor de producten veiliger worden, maar ook aan preventie en hulpverlening.

‘De uitgaven voor wetshandhaving gaan ten koste van uitgaven voor strategieën die wetenschappelijk hun effect wel hebben bewezen, zoals sensibilisering, schadebeperkende projecten en behandelingsprogramma’s. Alleen op die manier is er een daling in het recreatief én problematisch gebruik van drugs mogelijk.’

Een belangrijke les uit het alcohol- en tabaksverhaal is dat je bij een legalisering vooral niet moet kiezen voor een commerciële markt zonder verregaande restricties

‘Vergelijk het met de manier waarop de overheid roken aanpakt. Het is natuurlijk een traag en moeizaam proces. De tabakslobby is bijzonder sterk en dus moeilijk aan banden te leggen. Maar de cijfers liegen niet: het aantal rokers is de laatste jaren stelselmatig gedaald. Zowel reclame voor tabaksproducten als roken in openbare gebouwen is ondertussen verboden, terwijl de bevolking steeds meer wordt gesensibiliseerd, onder meer via generieke en afschrikwekkende verpakkingen.’

‘Hetzelfde zou moeten gebeuren met alcoholische dranken en uiteindelijk met alle drugs nadat ze zijn gereguleerd. Een belangrijke historische les uit het alcohol- en tabaksverhaal is dat je bij een legalisering vooral niet moet kiezen voor een commerciële markt zonder verregaande restricties.’

Allemaal goed en wel, maar hoe overtuig je politici en hun electoraat ervan dat we aan het dweilen zijn met de kraan open? En dat drugs legaliseren niet betekent dat jongeren een vogel voor de kat zijn? ‘Om te beginnen moeten we inzien dat te allen prijze streven naar een drugsvrije samenleving heeft geleid tot het tegenovergestelde van wat men wilde bereiken. We zien meer drugsgebruik, meer drugsverslaafden, meer drugshandel en meer drugscriminaliteit, waarop de overheid steeds minder vat heeft. Toch ben ik er stellig van overtuigd dat rationele argumenten vroeg of laat zullen doorsijpelen en resulteren in een geheel andere aanpak.’

Kantelpunt

Een teken aan de wand is dat steeds meer wetenschappers ervoor pleiten om het roer om te gooien. ‘We naderen langzaam maar zeker het kantelpunt’, meent Decorte. ‘Helaas zal dat er naar ik vrees pas echt van komen na dramatische ontwikkelingen en incidenten. Zoals de verdriedubbeling van het aantal mensen met cannabisgerelateerde psychische problemen in de drugshulpverlening. Dat is een pijnlijke vaststelling. Gaan we het laten gebeuren dat na het beschieten van gevels en het laten ontploffen van molotovcocktails en granaten in Antwerpen liquidaties op straat of de dood van onschuldige burgers bij afrekeningen in het drugsmilieu volgen?’

Door drugs te legaliseren en reguleren kunnen we twee vliegen in een klap slaan: meer werkgelegenheid en meer inkomsten voor de staatskas

‘Hoopgevend is dat in de rest van de wereld steeds meer politici in staat zijn een heel ander discours te hanteren en het schip te doen veranderen van koers. Neem nu de Canadese premier Justin Trudeau en de voormalige Uruguayaanse president José Mujica, onder wier impuls cannabis is gereguleerd in hun land. Ook in vijftien Amerikaanse staten is dat nu al het geval. En er zijn nog landen onderweg: Mexico, Malta, Noorwegen, Zwitserland, om er enkele te noemen. Dichter bij huis gaat Groothertogdom Luxemburg de cannabismarkt reguleren. Nederland is bezig met een gelijksoortig experiment. Het Franse parlement buigt zich over de kwestie, terwijl men bij onze zuiderburen ettelijke decennia een nog repressiever drugsbeleid voerde dan wij. Tussen dit en vijf à tien jaar zijn we omringd door landen die het licht hebben gezien. In Portugal en Uruguay is al gebleken dat legalisering en regulering van drugs glansrijk slagen waarin de oorlog tegen drugs jammerlijk faalt.’

Decorte heeft er alle vertrouwen in dat men binnen afzienbare tijd ook in ons land zal inzien dat we dreigen ingehaald te worden door de feiten rondom ons. ‘Men zal bovendien de economische boot niet willen missen. Door drugs te legaliseren en reguleren kunnen we namelijk twee vliegen in een klap slaan: meer werkgelegenheid en meer inkomsten voor de staatskas door het heffen van taksen op de consumptie van deze middelen. Dat is geld dat we nu doodleuk naar criminele drugsnetwerken laten vloeien.’

Delen:

Mensen met een verslaving die rondzwerven op straten en pleinen en slapen in het park. Ze lijken met steed smeer te zijn. Klopt dat? En: hoe kun je mensen met complexe problematiek het beste helpen? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan Luna Van Suetendael.

Hoe kunnen kleuterleerkrachten de taalontwikkeling van jonge kinderen stimuleren? En welke rol spelen dagelijkse interacties daarin? Je leest het in deze blog van Saskia Bruyninckx.

Dit is een artikel van: OpgroeienBlog

Steeds meer scholen experimenteren met beweging tijdens de schooldag: een korte beweegpauze tussen twee lessen, of beweging tijdens de lesuren. Maar is dat wel efficiënt? Het antwoord uit de wetenschap is genuanceerd: beweging biedt vele kansen, mits het doordacht geïmplementeerd wordt.

Wat als je kind vaak druk, boos, stil of gevoelig is? Het heeft niet gewoon een slechte dag, maar het is zo, elke dag. Onder ouders aan de schoolpoort hoor je dan al snel: dat kind heeft een diagnose nodig. Maar klopt dat wel? Eos-redacteur Kim Verhaeghe vraagt het aan Liesbeth Gijsel, hoofdredacteur van Eos Psyche&Brein en auteur van het boek 'Druk, stil, gevoelig?'

Het gaat niet goed met jongeren. Ze hebben last van angsten, depressieve gevoelens en slaapproblemen. Komt dat door de smartphone en sociale media? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan psycholoog Ernst Koster (UGent).

Een begroting opmaken lijkt tegenwoordig enkel te lukken als je meerdere dagen achter elkaar doorwerkt tot in de vroege uurtjes. Is dit echt een succesvolle manier van werken? En kunnen we de uiteindelijke beslissingen die genomen zijn vertrouwen, gezien het feit dat ze genomen zijn onder invloed van aanzienlijke mentale vermoeidheid en slaapgebrek?

Een op de vier jonge nieuwkomers voelt zich vaak of altijd eenzaam. Dat is twee tot drie keer vaker dan leeftijdsgenoten zonder migratieachtergrond. Toch ziet bijna niemand het. Zelfs leerkrachten en medeleerlingen zijn verrast door hoe groot en veelvoorkomend die eenzaamheid is.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

Theezetten lijkt vanzelfsprekend, maar weinig mensen kunnen vertellen hoe de waterkoker er exact uitziet of gebruikt wordt. Op het werk mijn vingers verbranden was een uitnodiging om daar eens dieper over na te denken.

Een architect ontwerpt gebouwen, toch? Dat niet alleen. Een architect kan ook mensen helpen om hun verlies een plaats te geven. Zo ontstaan persoonlijke herdenkingsplekken die betekenisvol blijven, ook al worden deze nooit gebouwd.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven