Verklaring gevonden voor gevoel van ‘zelfverlies’ bij het nemen van psychedelica

Verklaring gevonden voor gevoel van ‘zelfverlies’ bij het nemen van psychedelica

Delen:

“Het volgende moment bevind ik me onder de grond, in een prachtig bos met dichte begroeiing en een bruine, kleiachtige bodem. Overal om me heen zijn wortels. Ik zie de bomen groeien, en ik maak er deel van uit. […] Ik voelde me niet verdrietig en niet blij, maar gewoon tevreden en rustig. Ik was niet verdwenen, ik was een deel van de Aarde.”

Zo ziet een typische ervaring van ‘zelfverlies’ eruit volgens de Amerikaanse journalist Michael Pollan. In dit geval werd ze opgewekt door een psychedelische stof. Dat fenomeen fascineert onderzoekers, omdat het een unieke inkijk biedt in de neurale basis van het zelfgevoel. Een team onder leiding van Christopher Timmermann (Imperial College London) laat nu zien dat deze ervaring optreedt wanneer het brein overschakelt naar een heel specifieke toestand, een zogenoemde subkritische staat, waarin de neuronale activiteit minder continu en chaotischer wordt.

Voor de studie kregen 27 vrijwilligers DMT (dimethyltryptamine), de werkzame stof in ayahuasca, een traditionele, hallucinogene drank uit de Amazone. Hun hersenactiviteit werd gemeten met behulp van elektro‑encefalografie (EEG). Achteraf kregen de deelnemers een reeks stellingen voorgelegd, zoals: ‘Ik heb een desintegratie ervaren van mijn gebruikelijke gevoel van “ik” of “ego”’. Ze moesten aangeven in welke mate die uitspraken overeenkwamen met hun ervaring.

Uit de analyse bleek dat DMT de hersenactiviteit in verschillende frequentiebanden richting een subkritische toestand duwt. Hoe sterker die verschuiving in de alfa-golf (een relatief lage frequentie), hoe intenser het zelfverlies werd ervaren. In zo’n toestand heeft de activiteit van neuronen op een bepaald moment minder langdurige invloed op wat er daarna gebeurt. Met andere woorden: de activiteit wordt chaotischer en minder georganiseerd. Dat zou verklaren waarom het moeilijk wordt om een stabiel gevoel van het zelf te behouden. In ons alledaagse bewustzijn daarentegen lijkt de continuïteit van het zelf juist te steunen op het vermogen van de hersenactiviteit om samen te blijven hangen met eerdere toestanden.

Onder invloed van DMT (boven rechts) is het EEG‑signaal in de alfa-frequentieband (8–13 hertz) zwakker en homogener dan onder een placebo (boven links). Dat wijst erop dat de hersenen minder georganiseerd zijn: de neuronale synchronisatie die hersengolven voortbrengt, is geringer, en de activiteit wordt minder beïnvloed door haar verleden. Het signaal lijkt meer op ruis, met snelle, willekeurige schommelingen van kleine amplitude. De mate waarin zulke schommelingen afhangen van eerdere toestanden (de temporele correlatie) kan worden gemeten met indices zoals DFA. Die index, berekend per elektrode, daalt vrijwel overal (volle cirkels onder links), een teken dat de hersengolven chaotischer worden. En hoe sterker die daling, hoe intenser het zelfverlies (grafiek onder rechts).

Een subkritische toestand in bepaalde frequentiebanden zou ook een rol kunnen spelen bij andere praktijken die het zelfgevoel beïnvloeden, zoals meditatie of anesthesie. Dat betekent niet dat de onderliggende neurale patronen identiek zijn. Hoewel de bijbehorende bewustzijnstoestanden overeenkomsten vertonen, verschillen ze ook wezenlijk. Zo roepen psychedelica vaak bijzonder intense subjectieve ervaringen op, met uitgesproken emoties en soms spectaculaire hallucinaties. Volgens de onderzoekers zouden die kenmerken kunnen samenhangen met een juist ‘superkritische’ toestand in hogere frequenties, zoals de gamma-golf. Die werd in deze studie niet onderzocht, vanwege experimentele beperkingen.

Naast fundamentele inzichten in de aard van bewustzijn heeft dit onderzoek ook therapeutische relevantie. Psychedelica worden bestudeerd als mogelijke behandeling voor onder meer depressie, angststoornissen en verslavingen. De ervaring van zelfverlies lijkt in die context een bijzonder gunstig effect te hebben.

Dit artikel verscheen eerder in Pour la Science. Vertaling: Robin Hanssens

Delen:

Mensen met een verslaving die rondzwerven op straten en pleinen en slapen in het park. Ze lijken met steed smeer te zijn. Klopt dat? En: hoe kun je mensen met complexe problematiek het beste helpen? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan Luna Van Suetendael.

Hoe kunnen kleuterleerkrachten de taalontwikkeling van jonge kinderen stimuleren? En welke rol spelen dagelijkse interacties daarin? Je leest het in deze blog van Saskia Bruyninckx.

Dit is een artikel van: OpgroeienBlog

Steeds meer scholen experimenteren met beweging tijdens de schooldag: een korte beweegpauze tussen twee lessen, of beweging tijdens de lesuren. Maar is dat wel efficiënt? Het antwoord uit de wetenschap is genuanceerd: beweging biedt vele kansen, mits het doordacht geïmplementeerd wordt.

Wat als je kind vaak druk, boos, stil of gevoelig is? Het heeft niet gewoon een slechte dag, maar het is zo, elke dag. Onder ouders aan de schoolpoort hoor je dan al snel: dat kind heeft een diagnose nodig. Maar klopt dat wel? Eos-redacteur Kim Verhaeghe vraagt het aan Liesbeth Gijsel, hoofdredacteur van Eos Psyche&Brein en auteur van het boek 'Druk, stil, gevoelig?'

Het gaat niet goed met jongeren. Ze hebben last van angsten, depressieve gevoelens en slaapproblemen. Komt dat door de smartphone en sociale media? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan psycholoog Ernst Koster (UGent).

Een begroting opmaken lijkt tegenwoordig enkel te lukken als je meerdere dagen achter elkaar doorwerkt tot in de vroege uurtjes. Is dit echt een succesvolle manier van werken? En kunnen we de uiteindelijke beslissingen die genomen zijn vertrouwen, gezien het feit dat ze genomen zijn onder invloed van aanzienlijke mentale vermoeidheid en slaapgebrek?

Een op de vier jonge nieuwkomers voelt zich vaak of altijd eenzaam. Dat is twee tot drie keer vaker dan leeftijdsgenoten zonder migratieachtergrond. Toch ziet bijna niemand het. Zelfs leerkrachten en medeleerlingen zijn verrast door hoe groot en veelvoorkomend die eenzaamheid is.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

Theezetten lijkt vanzelfsprekend, maar weinig mensen kunnen vertellen hoe de waterkoker er exact uitziet of gebruikt wordt. Op het werk mijn vingers verbranden was een uitnodiging om daar eens dieper over na te denken.

Een architect ontwerpt gebouwen, toch? Dat niet alleen. Een architect kan ook mensen helpen om hun verlies een plaats te geven. Zo ontstaan persoonlijke herdenkingsplekken die betekenisvol blijven, ook al worden deze nooit gebouwd.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven