Waarom helpen we anderen als we daar niets voor terug krijgen?

Waarom helpen we anderen als we daar niets voor terug krijgen?

Delen:

Eerder deze maand bood iemand die ik niet eens zo goed kende onverwacht zijn hulp aan, omdat hij hoorde dat ik het zwaar had. Puur zodat ik me niet slecht zou voelen, maakte hij zomaar, uit het niets, tijd voor me vrij. Het ontroerde me, en dus begon ik er eens extra op te letten. Op de buurman van wie ik een boormachine leende. De vriendin die we midden in een hittegolf hielpen met haar verhuizing. De zus die een flink stuk omreed om mij van het station op te halen. Maar ook de voorbijganger op straat die de inhoud van mijn handtas hielp oprapen toen ik weer eens te onhandig overstak.

Ons leven kent veel momenten van helpen en geholpen worden – en niet alleen door de mensen van wie we houden. Waarom doen we dat eigenlijk, anderen helpen, zelfs als we er niets voor terugkrijgen of sterker nog: er zelf iets voor inleveren?

Het wat cynische antwoord vanuit onderzoek naar dit zogenoemde prosociaal gedrag is: omdat het van ons verwacht wordt, of omdat we er zelf direct of indirect iets aan hebben. Soms rekenen mensen er wel degelijk op iets terug te krijgen voor hun hulp, zoals een beloning of complimenten. Maar een recente studie liet zien dat mensen ook vaak helpen puur opdat de ander zich dan beter zou voelen. Het gaat dan vooral om mensen die in hun leven overwegend focussen op eudaimonie (persoonlijke groei en authenticiteit) in plaats van op hedonie (genot en comfort). Voor hen draagt dat onbaatzuchtige helpen dan weer bij aan hun eigen geluk – en dus zijn ze onrechtstreeks alsnog ook zelf geholpen.

Kinderen laten al rond hun eerste levensjaar helpend gedrag zien, zoals iets oprapen waar een ander niet bij kan, of een plek aanwijzen waar iets verstopt zit. Of ze op die manier iemand helpen of niet, hangt af van de context. Hiermee laten ze zien dat ze begrijpen wat het doel van de ander is (een vroege vorm van ‘Theory of Mind’, het inschatten van de gedachten en gevoelens van anderen), en dat ze dus specifiek helpen om anderen hun doelen te laten bereiken.

Door het evolutionaire voordeel zijn we ‘gemaakt’ om te helpen

Evolutionair gezien is het niet vreemd dat we van jongs af aan helpende wezens zijn. Menselijke baby’s zijn relatief langer afhankelijk van anderen dan andere jonge dieren, en menselijke moeders moesten vaak meerdere kinderen tegelijk door die periode van afhankelijkheid heen helpen. Daarom vertrouwden ze op de hulp van anderen voor hun overleving, en die van hun kinderen. De groep deelde gezamenlijke doelen: de zorg voor kinderen, het voorzien van voedsel, bescherming tegen vijanden …

Gezien dit evolutionaire voordeel zijn we dus ‘gemaakt’ om te helpen – iets wat hersenonderzoek bevestigt. Zo kunnen hersengebieden die reageren op onze eigen pijn, ook actief worden als we pijn zien bij anderen. We zien hier overigens sterke individuele verschillen in, met verminderde activatie voor mensen die hoog scoren op psychopathische kenmerken. Wanneer we daadwerkelijk besluiten iemand te helpen, raakt niet alleen het sociale netwerk van ons brein geactiveerd (wat laat zien dat we nadenken over de sociale consequenties van ons gedrag), maar ook ons motivatie- en beloningssysteem. Behulpzaam zijn, geeft dus inderdaad voldoening.

In bepaalde culturen wordt hulp geven veel sterker bekrachtigd dan in de westerse, individualistische maatschappij. Naast individuele zijn er dan ook grote culturele verschillen in prosociaal gedrag, en dat is eigenlijk zonde. Want ook nu geholpen worden niet altijd meer een kwestie is van leven of dood, blijft het een enorm krachtig instrument om een gemeenschapsgevoel en verbondenheid te creëren. Het herinnert ons eraan dat we er niet alleen voor staan – en dat is gelukkig helemaal niet zo’n cynische gedachte.

Delen:

Mensen met een verslaving die rondzwerven op straten en pleinen en slapen in het park. Ze lijken met steed smeer te zijn. Klopt dat? En: hoe kun je mensen met complexe problematiek het beste helpen? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan Luna Van Suetendael.

Hoe kunnen kleuterleerkrachten de taalontwikkeling van jonge kinderen stimuleren? En welke rol spelen dagelijkse interacties daarin? Je leest het in deze blog van Saskia Bruyninckx.

Dit is een artikel van: OpgroeienBlog

Steeds meer scholen experimenteren met beweging tijdens de schooldag: een korte beweegpauze tussen twee lessen, of beweging tijdens de lesuren. Maar is dat wel efficiënt? Het antwoord uit de wetenschap is genuanceerd: beweging biedt vele kansen, mits het doordacht geïmplementeerd wordt.

Wat als je kind vaak druk, boos, stil of gevoelig is? Het heeft niet gewoon een slechte dag, maar het is zo, elke dag. Onder ouders aan de schoolpoort hoor je dan al snel: dat kind heeft een diagnose nodig. Maar klopt dat wel? Eos-redacteur Kim Verhaeghe vraagt het aan Liesbeth Gijsel, hoofdredacteur van Eos Psyche&Brein en auteur van het boek 'Druk, stil, gevoelig?'

Het gaat niet goed met jongeren. Ze hebben last van angsten, depressieve gevoelens en slaapproblemen. Komt dat door de smartphone en sociale media? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan psycholoog Ernst Koster (UGent).

Een begroting opmaken lijkt tegenwoordig enkel te lukken als je meerdere dagen achter elkaar doorwerkt tot in de vroege uurtjes. Is dit echt een succesvolle manier van werken? En kunnen we de uiteindelijke beslissingen die genomen zijn vertrouwen, gezien het feit dat ze genomen zijn onder invloed van aanzienlijke mentale vermoeidheid en slaapgebrek?

Een op de vier jonge nieuwkomers voelt zich vaak of altijd eenzaam. Dat is twee tot drie keer vaker dan leeftijdsgenoten zonder migratieachtergrond. Toch ziet bijna niemand het. Zelfs leerkrachten en medeleerlingen zijn verrast door hoe groot en veelvoorkomend die eenzaamheid is.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

Theezetten lijkt vanzelfsprekend, maar weinig mensen kunnen vertellen hoe de waterkoker er exact uitziet of gebruikt wordt. Op het werk mijn vingers verbranden was een uitnodiging om daar eens dieper over na te denken.

Een architect ontwerpt gebouwen, toch? Dat niet alleen. Een architect kan ook mensen helpen om hun verlies een plaats te geven. Zo ontstaan persoonlijke herdenkingsplekken die betekenisvol blijven, ook al worden deze nooit gebouwd.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven