‘Alles wordt gepersonaliseerd, ook de geneeskunde. Pilletjes waarmee je alle patiënten geneest bestaan niet’

‘Alles wordt gepersonaliseerd, ook de geneeskunde. Pilletjes waarmee je alle patiënten geneest bestaan niet’

Delen:

De covid-crisis liet zien waartoe wetenschap in staat is. Maar er wachten ons nog grotere uitdagingen, vaak in relatie met de opwarming en de schaarste aan grondstoffen. Ook in Vlaanderen zoeken wetenschappers naar oplossingen. Eos bracht de directeurs van de vier technologische sleutelspelers (imec, VITO, VIB en Flanders Make) samen voor een Zoom-gesprek over de snelheid waarmee innovatie plaatsvindt en de hindernissen die de wetgever soms opwerpt. Maar ook over de wenselijkheid en haalbaarheid van wereldwijde duurzaamheidsdoelen en over de ethische verantwoordelijkheid van de wetenschap.

Op deze pagina lees je over de ethische verantwoordelijkheid van de wetenschap, het derde deel van de interviewreeks. Klik hier voor deel 1 over (de snelheid van) innovatie en deel 2 over de wereldwijde duurzaamheidsdoelen.

Veelgestelde vragen

Technologie roept soms weerstand op. We kunnen ethische vragen stellen over doorgedreven AI en robotica, big data leiden tot privacykwesties, ggo’s en genbewerking wekken bezorgdheid op over gezondheid en milieu. In hoeverre houden de SOC’s hiermee rekening? En welke antwoorden formuleren jullie hierop?

Van Biervliet (VIB): ‘Het is onze taak om het publieke debat te voeden met wetenschappelijk correcte informatie. Aan het begin van de coronacrisis hebben we een campagne gevoerd om de vaccins en de vaccintechnologie in het algemeen opnieuw onder de aandacht te brengen. Niet iedereen wist hoe die werken en op welke ontwikkelingen ze gestoeld zijn. We zijn ons sterk bewust van de gevoeligheden die bijvoorbeeld ook over crispr bestaan. We schieten onszelf in de voet als we die technologie niet goed uitleggen aan het brede publiek.’

Fransaer (VITO): ‘Genetica bepaalt maar de helft van de ziektes. De rest heeft met de omgeving te maken: wat je eet, hoe je leeft, met welke stoffen je in aanraking komt. Door big data over die omgevingsfactoren te koppelen aan de genetica van een individu krijgen we heel interessante inzichten. Maar die persoonsgegevens zitten nu ofwel bij ziekenhuizen, ofwel bij Google en andere grote bedrijven, zoals supermarkten.’

‘Alles wordt gepersonaliseerd, ook de geneeskunde. Als we de volgende stap willen zetten, dan zal die veel meer gepersonaliseerd moeten zijn. Pilletjes waarmee je alle patiënten geneest bestaan niet – 20 procent van de mensen heeft niets aan aspirines. Maar bij een gepersonaliseerd model kom je onvermijdelijk uit bij privacykwesties. Bij VITO doen we niet aan genetica en genoomsequencing en we ontwikkelen evenmin sensors om data bij patiënten te vergaren. Maar die facetten moeten samenkomen om tot een duurzaam en betaalbaar gezondheidsbeleid te komen. En dat is een van de topics waarop wij wél werken.’

De barrières voor onderzoek moeten omlaag, zodat we efficiënter, vrijer en creatiever kunnen samenwerken

Jérôme Van Biervliet (VIB)

Van Biervliet (VIB): ‘De regelgeving heeft een neveneffect. De welmenende onderzoeksinstellingen springen heel voorzichtig om met de GDPR-wetgeving (die de digitale privacy in Europa regelt, red.) en met andere juridische bepalingen die ons werk soms bemoeilijken. Terwijl de Facebooks van deze wereld perfect weten waar de diabetespatiënten zitten, wat die eten, wanneer ze sporten enzovoort. Daarin zit een contradictie. Op die platformen geef je je gegevens gratis weg en is de regelgeving zoek, terwijl aan de onderzoekskant enorme hindernissen worden opgeworpen. Nochtans krijgt de patiënt hier wél iets terug voor zijn gegevens. Hij staat namelijk een monster af met de bedoeling dat op basis daarvan een therapie wordt ontwikkeld. De barrières voor onderzoek moeten omlaag, zodat we efficiënter, vrijer en creatiever kunnen samenwerken.’

Van den hove (imec): ‘We kunnen dat nadeel ook omdraaien. In Gent werken imec-onderzoekers aan de zogeheten Solid-technologie. We willen gedecentraliseerde data-kluizen ontwikkelen – los van apps – waarna individuen zelf beslissen met wie ze hun gegevens delen. Daarmee kunnen we iets unieks in de wereld neerzetten. En dat is dan net een gevolg van de striktere regelgeving in Europa, die ethisch toch ook een aantal voordelen heeft. Kijk naar wat er gebeurt met data in de VS en China – ook niet ideaal. Het mag geen belemmering worden in het onderzoek, maar het klopt dat we zeer voorzichtig moeten zijn in de uitrol van technologie.’

‘De geschiedenis heeft ons geleerd dat elke technologie verkeerd kan worden gebruikt. Die ethische dimensie moeten we meenemen. Binnen de SOC’s zijn verschillende onderzoeksgroepen daar actief mee bezig. Als onderzoeksinstelling moeten we onze verantwoordelijkheid nemen en die ethische randvoorwaarden mee bewaken. En de juiste communicatie daarrond opzetten.’

Torfs (Flanders Make): ‘We moeten het individu betrekken bij wat we doen. Nu is er soms wantrouwen, en dat leidt ertoe dat sommigen vragen stellen die helemaal niet nodig zijn. Worden bepaalde beelden opgeslagen? Wat ga je met die beelden doen? Je moet je verantwoorden voordat je iets begint te onderzoeken. Daarom mogen we in ons onderzoek het sociale aspect niet vergeten: hoe groot is de acceptatie van de technologie waaraan we werken? We ontwikkelen veel technologieën en mensen gebruiken ze soms niet. Dat is jammer. De sociale acceptatie moet er zijn, dan worden er ook minder vragen gesteld over risico’s.’

Jullie spraken over samenwerkingen, maar als buitenstaander heb je soms de indruk dat er overlap is. Is er onderling overleg, en weet elke SOC waar de andere mee bezig is?

Fransaer (VITO): ‘Van een afstand kan je denken dat we op dezelfde domeinen werken, maar als je kijkt naar wat we precies doen, zal je een grote complementariteit merken. Je hebt ook een minimum aan overlap nodig om elkaar goed te kunnen begrijpen en om goed te kunnen samenwerken.’

We ontwikkelen veel technologieën en mensen gebruiken ze soms niet. Dat is jammer

Dirk Torfs (Flanders Make)

Van den hove (imec): ‘We kijken weleens naar soortgelijke problemen, maar we doen dat vanuit een andere invalshoek. Bij imec vertrekken we vanuit digitale technologie en elektronica, en het VIB vanuit de biotechnologie. Wij hebben hun expertise ook nodig om nieuwe doorbraken in ons domein te kunnen realiseren. Net zoals het VIB onze technologie nodig heeft. We werken voor andere projecten ook samen met VITO en Flanders Make. Ook op technisch en managementniveau houden we contact.’

Fransaer (VITO): ‘Rond energie hebben KU Leuven, VITO, imec en UHasselt elkaar gevonden in EnergyVille. Het onderzoek verloopt daar deels buiten de instellingen, maar wel onder één paraplu. Een duidelijker voorbeeld van samenwerking en complementariteit is moeilijk te vinden. Of kijk naar het project dat we samen met imec hebben lopen rond Internet of Water. Imec maakt de chips, terwijl de waterkennis – de modellering en kwaliteit – bij andere partners zit, waaronder VITO, VMM en Aquafin. We zitten in een netwerk met elkaar.’

Torfs (Flanders Make): ‘Die complementariteit zit ook in de bedrijfssector. Bij Flanders Make zijn we geen specialist in het weven, maar we weten wel hoe een weefmachine werkt. Die interactie tussen bedrijven en onderzoeksinstelling creëert een meerwaarde. De instellingen zetten finaal in op andere marktsegmenten.’

Van Biervliet (VIB): ‘Er is nog zoveel te doen. We snoepen geen projecten van elkaar af.’

Delen:

Robotica-expert Abeje Mersha bouwt een vloot innovatieve drones voor civiele doeleinden, die zelfs levens kunnen redden.

Een nieuw geneesmiddel op de markt brengen kan snel twintig jaar duren en de chemicus speelt daarin een cruciale rol. Artificiële intelligentie is de gedroomde assistent om dat proces te versnellen. Maar ook een AI-assistent moet eerst naar de virtuele schoolbanken om die belofte waar te maken.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

Diabetische wonden genezen vaak heel moeilijk, terwijl gewone wondverbanden vooral beschermen en niet actief helpen genezen. Mijn slimme wondverband ‘luistert’ naar wat er in de wond gebeurt en geeft pas een geneesmiddel vrij wanneer dat nodig is, om de genezing weer in gang te zetten.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

Artsen staan vaak voor moeilijke keuzes. Computermodellen die hen zouden moeten adviseren, zijn helaas ook niet altijd zeker van hun stuk. Wie beter dan een onzekere ingenieur om te helpen die zee van onzekerheid oversteken?

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

Onze sporthorloges meten voortdurend wat er in ons lichaam gebeurt en vangen signalen op die voor ons onzichtbaar blijven. Dat ondervond journalist Tom Peeters zelf aan den lijve toen zijn Garmin merkte dat er iets mis was voordat hij er zelf erg in had.

Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie lijden wereldwijd meer dan 430 miljoen mensen aan ernstig gehoorverlies. Een hoorapparaat kan deze mensen helpen om gesprekken opnieuw te verstaan. Maar hoe werkt dat, zo’n hoorapparaat?

Een zingende merel en een voorbijrijdende brommer maken allebei geluid, maar het ene ervaren we als rustgevend en het andere als storend. Dat komt niet alleen door het aantal decibels. Een relatief stille warmtepomp kan daardoor soms meer hinder veroorzaken dan een veel luidere bron.

Wetenschappers lieten een kleine drone navigeren met amper 42 kilobyte geheugen, zo’n duizend keer minder dan een klassieke navigatiekaart.

Steeds vaker nemen AI-vertaalapps de rol van tolk over in ziekenhuizen. Maar wat gebeurt er wanneer een systeem één medisch begrip verkeerd vertaalt, en niemand die fout opmerkt?

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven