De belangrijkste kakmachine ter wereld

De belangrijkste kakmachine ter wereld

Delen:

Nadat Charles Darwin had uitgedokterd hoe evolutie werkt en hoe diersoorten ontstaan, keerde hij terug naar zijn oude liefde: de regenworm, een wezen dat volgens Darwin onzichtbaar en met de grootste bescheidenheid het belangrijkste werk op aarde doet. Dat hij zijn inmiddels zeventigjarige brein daarop nog liet piepen en kraken, had ook te maken met een oude rekening die hij met zijn collega’s wilde vereffenen.

Op achtentwintigjarige leeftijd hield Darwin een toespraak over de regenworm voor de Geological Society of London. Hij verdedigde vurig het wezen dat de meeste mensen toen enkel zagen als vies, blind, doof en gevoelloos, hoogstens nuttig als aas aan een vishengel. Darwin pleitte voor eerherstel door de regenworm neer te zetten als nuttig, nobel en zelfs intelligent. Zijn enthousiasme werd weggelachen en zelfs bespot. De zeventigjarige Darwin wilde die afgang nog voor het einde van zijn leven rechtzetten.

Hij ontdekte dat ze wilde kersen en wortelen verkozen boven rauw vlees. Hij testte hun zintuigen door ze te confronteren met kaarslicht en hete poken. Hij schreeuwde zelfs tegen de wormen, maar ontdekte dat ze ongevoelig waren voor geluid, tenzij zijn adem hen raakte. De regenwormen bleven ook rustig toen hij ze op een tafel dicht bij een piano plaatste die zo hard mogelijk werd bespeeld. Dat veranderde toen hij de regenwormen boven op de piano legde. Darwin ontdekte zo dat regenwormen uiterst gevoelig zijn voor trillingen.

Hun naam is een verwijzing naar die vaardigheid. Waar wij voor onze feestjes vaak ondergronds verdwijnen, komen regenwormen juist liever naar boven: daar glijden ze makkelijker een partner tegen het lijf. Alleen als het regent, zijn ze daar beschermd tegen uitdroging. ‘Ze zien of horen de regen niet, maar voelen de trillingen van regendruppels via haartjes over hun hele lijf’, legt bio-ingenieur en regenwormbewonderaar Stephanie Schelfhout uit. ‘Roofdieren zoals egels weten dat ook, dus hun uitstapjes blijven riskant.’

Schelfhout deelt de bewondering van Darwin: ‘Het feit dat zulke kleine wezens hun omgeving zo ingrijpend kunnen veranderen, is verbluffend. Regenwormen zijn niet veel meer dan buisjes waar aan de ene kant dode bladeren en ander organisch materiaal ingaat en langs de andere kant mest uitkomt. Maar door dat te doen, voegen ze voedingsstoffen en nuttige micro-organismen toe aan de bodem, houden ze de bodem luchtig en helpen ze mee aan de waterinfiltratie.’ Hun impact is enorm omdat ze met zoveel zijn. ‘In een vochtig grasland kan er per hectare de massa van een koe aan regenwormen leven.’ Op het Nerdland Festival werd het Belgisch kampioenschap Worm Charming gehouden. De opdracht: in dertig minuten zo veel mogelijk wormen naar boven lokken, enkel met behulp van trillingen en dus zonder te graven. Vijfentwintig teams vingen samen 395 regenwormen, de winnende ploeg haalde er 52 boven.

Darwins oproep om regenwormen meer te waarderen ligt bijna tweehonderd jaar achter ons, maar nog steeds onderschatten we dit ogenschijnlijk banale diertje. ‘Diertje’ is bijvoorbeeld al een misverstand, want er komen niet één, maar een veertigtal regenwormsoorten voor in België. Je hebt strooiselwormen, bodemwoelers en diepgravers, en op soortniveau kan je een zwartkopgrauwworm, gewone blauwkopworm of achthoekige spartelworm in je tuin tegenkomen, naast nog vele andere soorten. ‘Op plaatsen in je tuin waar je de bodem met rust laat, vind je de meeste soorten’, zegt Schelfhout, die daarom oproept om spaarzaam te spitten, plantenafval te laten liggen en het winkelrek met pesticiden te negeren.

Tegelijk is het ook een misverstand dat meer regenwormen gelijkstaat aan een betere bodem. ‘De hoogste aantallen vinden we vaak in bemeste graslanden, niet in een bos. En op de Kalmthoutse Heide leven er amper regenwormen. Vaak geldt wel: meer soorten betekent dat verschillende bodemfuncties beter werken: overtollig regenwater loopt sneller weg in hun diepe gangen, en het organisch materiaal dat ze in de bodem trekken houdt het vocht beter vast in droge periodes.’

De regenwormen zelf zijn vrij weerloos tegen droogte, zeker de soorten die oppervlakkig leven. Hun levenscyclus is er wel deels op voorzien. ‘Strooiselwormen leggen hun eitjes voordat droogte toeslaat. De volwassen wormen sterven, en de eitjes komen pas uit als het terug regent. Bodemwoelers graven dieper en rollen zich op tot een bolletje om vochtverlies te beperken. Zo kunnen ze maanden overleven.’

Darwins zoektocht om de worm te doorgronden, leidde tot een boek: Humusvorming door wormen, met observaties over hun levenswijze. Het boek verscheen in 1881, enkele maanden voor hij zich bij zijn studie-objecten zou voegen. Het werd een spectaculair succes en verkocht in het eerste jaar meer exemplaren dan Over de oorsprong der soorten.

En voor de duidelijkheid, een regenworm leeft niet verder als je hem in tweeën hakt.

Delen:

De milieu-impact van medisch afval en hygiëneproducten als luiers is enorm.

Dat geldt ook voor grote honden. Het snellere verouderingsproces valt af te lezen in hun epigenetisch profiel. De reden achter dit snellere verouderingsproces is minder duidelijk.

Sorteren en recyclen tussen de operaties door: ziekenhuizen zetten steeds meer in op verduurzaming. Geen sinecure in een sector waar elke seconde telt. Als er mensenlevens op het spel staan, is de planeet even niet van tel.

Uit een analyse van recent gedigitaliseerde historische weergegevens – die tot voor kort alleen beschikbaar waren als handgeschreven archiefstukken – blijkt dat het hele Congobekken consistent opwarmt sinds de jaren zestig.

In onze strijd tegen klimaatverandering moeten we niet alleen minder CO₂ uitstoten, maar ook actief CO₂ uit de lucht halen. Bomen doen dat, maar ook bepaalde stenen kunnen CO₂ uit de lucht halen en in de bodem vangen.

Dat vraagt Anne-Sophie (40) zich af. Professor biomedische wetenschappen Luc Bouwens (VUB) zoekt het uit.

De oorsprong van België – en van Noordwest-Europa – is een mysterieus continentje dat ‘Avalonië’ heet. Het begint een half miljard jaar geleden vanaf de zuidpool aan een onwaarschijnlijke odyssee.

Een kaart die laat zien op welke plekken ter wereld potentieel fossielen te vinden zijn, het klinkt als de ultieme droom voor paleontologen. Maar financiering en toegankelijkheid beperken de zoektocht naar nieuwe puzzelstukjes van de geschiedenis van het leven.

Gedragsbioloog Jonas Torfs voert aan de afdeling bio-ingenieurswetenschappen van de UAntwerpen onderzoek naar het vaginale en darmmicrobioom van bonobo’s.

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven